NL023.07 Oorlogstijd
Ontwerp 2026 Ott
3d. Moeder en Koningen in Oorlogstijd
[023/07] Dit zijn richtlijnen met betrekking tot de Moeder en de legerleiders.
1. Wanneer er oorlog uitbreekt, zendt de Moeder haar bodes naar de Koning, die vervolgens bodes zendt naar de Graven om de landweer te mobiliseren.
2. De Graven roepen alle Burgheren bijeen en beraden zich over het aantal in te zetten manschappen.
3. Al hun besluiten worden direct naar de Moeder gezonden, met bodes en getuigen.
4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het Guldental, dat is het gemiddelde aantal van alle gezamenlijke besluiten. Vooreerst moet dat aantal worden aanvaard, ook door de Koning.
5. Is het leger te velde, dan behoeft de Koning alleen met zijn hoofdmannen te overleggen, maar daarbij moeten altijd drie Burgheren van de Moeder vooraan [024] zitten, zonder stemrecht. Deze Burgheren moeten dagelijks bodes naar de Moeder zenden, opdat ze weet wanneer er iets gedaan wordt dat strijdig is met de wetten of met Frya’s raadgevingen.
6. Wil de Koning iets doen waar zijn raadgevers tegen zijn, dan mag hij dat niet ondernemen.
7. Valt de vijand onverwacht aan, dan moet men de Koning gehoorzamen.
8. Is de Koning niet in de buurt, dan moet men de bevelen opvolgen van de hoogste in rang die op dat moment aanwezig is.
9. Is er geen hoofdman, dan kiest men er ter plekke één.
10. Is daar geen tijd voor, dan werpt hij zich op tot hoofdman, die zich machtig voelt.
11. Heeft de Koning een gevreesde vijand verslagen, dan mag zijn nageslacht zijn naam als achternaam aannemen. Als hij wil, mag hij in een onbebouwd gebied een plek uitkiezen voor zijn huis en erf. Dat erf mag een een omringend veld zijn, zo groot dat hij vanaf alle zijden van zijn huis zevenhonderd stappen tot aan de grens kan lopen.
[025] 12. Zijn jongste zoon mag dat landgoed erven en na hem diens jongste, maar daarna neemt men het weer terug.
Noten en andere vertalingen
Noten
Overwijn 1951
[/25] Hier zijn de rechten der Moeder en der koningen.
1. Indien er oorlog komt, zendt de Moeder haar boodschappers naar de koning. De koning zendt boden naar de grietmannen om de landweer.
2. De grietmannen roepen alle burchtheren bijeen en beraadslagen hoeveel mannen zij zullen zenden.
3. Al hun besluiten moeten dadelijk naar de Moeder worden gezonden, met boodschappers en getuigen.
4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en bepaalt het gulden getal, dat is het gemiddelde van alle besluiten tezamen. Hiermede moet men vooreerst vrede hebben en de koning (opperbevelhebber) eveneens.
5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijn hoofdmannen te raadplegen, maar daarbij moeten altijd drie burchtheren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burchtheren moeten dagelijks boodschappers naar de Moeder zenden, opdat zij moge weten, of er iets gedaan wordt, strijdig met Frya’s raadgeving.
6. Wil de koning iets doen en zijn raden niet, dan mag hij dat niet ondernemen.
7. Komt de vijand onverwachts, dan moet men doen, zoals de koning gebiedt.
8. Is de koning niet op zijn post, dan moet men zijn opvolger gehoorzamen, of die op hem volgt, tot de laatste toe.
9. Is er geen hoofdman, dan moet men er een kiezen.
10. Is daar geen tijd voor, dan werpe zich iemand tot hoofdman op, die zich sterk gevoelt.
11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijn nakomelingen zijn naam achter hun eigen naam voeren. De koning [27] mag, zo hij wil, op een onbewerkte plaats een plek uitkiezen voor een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zo groot, dat hij naar alle zijden zeven honderd passen van zijn huis af kan lopen, eer hij aan zijn grens komt.
12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon. Dan zal men het terugnemen.
Ottema 1876
[/35] Hier zijn de rechten der moeder en der koningen.
1. Zoo wanneer er oorlog komt, zende de Moeder hare boden naar den koning, de koning zende boden naar de grevetmannen om de landweer.
2. De grevetmannen roepen alle burgtheeren te zamen en beraadslagen hoe vele mannen zij zullen zenden. [37]
3. Alle besluiten van dezen moeten dadelijk naar de Moeder gezonden worden, met boden en getuigen.
4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het guldengetal, dat is het middengetal van alle besluiten te zamen. Hiermede moet men vooreerst vrede hebben, en de koning eveneens.
5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijne hoofdmannen te raadplegen, doch daarbij moeten altijd drie burgtheeren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burgtheeren moeten dagelijks boden naar de Moeder zenden, opdat zij weten moge of er iets gedaan wordt, strijdende met Fryas raadgeving.
6. Wil de koning iets doen, en zijne raden niet, zoo mag hij het niet onderstaan.
7. Komt de vijand onverwacht, dan moet men doen, zooals de koning gebiedt.
8. Is de koning niet op het pad, dan moet men zijn volger gehoorzaam wezen, of die op dezen volgt, tot den laatste toe.
9. Is er geen hoofdman, dan moet men een kiezen.
10. Is daar geen tijd toe, dan werpe zich een tot hoofdman op, die zich sterk gevoelt.
11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijne nakomelingen zijnen naam achter hun eigen naam voeren. De koning mag, zoo hij wil, op eene onbebouwde plaats eene plek uitkiezen tot een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zoo groot, dat hij naar alle zijden zeven honderd treden van zijn huis af loopen mag, eer hij aan zijn grensscheiding komt.
12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon, dan zal men het terug nemen.
Nl 03c Oorlogswetten ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 03e Zekerheid