Jump to content

NL143.01 Sloten: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
Line 4: Line 4:


=={{Versie_Own}}==
=={{Versie_Own}}==
'''[/135]''' '''(Het geschrift van Konereed)'''
Mijn voorouders hebben achtereenvolgens dit boek geschreven. Dit wil ik vóór alles doen, omdat in mijn staat geen burcht over is, waarin de gebeurtenissen worden opgeschreven zoals voorheen. Mijn naam is Koenraad, mijns vaders naam was Frethorik, mijns moeders naam was Wiljo. Na mijns vaders dood ben ik tot zijn opvolger gekozen en toen ik vijftig jaar was, koos men mij tot opperste grietman. Mijn vader heeft beschreven, hoe de Lindaoorden en de Volkstuin (Ljudgaarde) verwoest zijn. Lindaheem is nog weg, de Lindavorden voor een deel, de noordelijke Volkstuin is door de zoute zee bedolven. Het bruisende zeewater likt aan de ringdijk van de burcht. Gelijk mijn vader heeft vermeld, zijn de van hun have en goed beroofde mensen tewerkgegaan en hebben huisjes gebouwd binnen de ringdijk en de burcht, daarom is dat ronddeel nu Volkswaard (Ljudwerd) genoemd. De zeelieden zeggen Volkserd (Ljuwwerd), maar dat is radbraken. In mijn jeugd was het andere land, dat buiten de ringdijk ligt, allemaal poel en moeras. Maar Frya's volk is wakker en vlijtig, het werd moe noch mat, omdat zijn plan het best mogelijke opleverde. Door sloten te delven en kadijken te maken van de aarde, die uit de sloten kwam, hebben wij weer goede dorpsgrond buiten de ringdijk, die de gedaante heeft van een hoef, drie palen oostwaarts, drie palen zuidwaarts en drie palen westwaarts gemeten. Heden ten dage zijn wij bezig waterpalen te heien om een haven te maken en meteen om onze ringdijk te beschermen. Als het werk gereed is, zullen wij zeelieden laten komen. In mijn jeugd stond het er hier '''[137]''' raar voor, maar tegenwoordig zijn de huisjes reeds huizen, die in rijen staan. Fouten en gebreken, die met de armoede waren ingeslopen, zijn door vlijt uitgedreven. Hieruit kan iedereen leren, dat Wr.alda, onze Alvoeder, al zijn schepselen voedt, mits zij moed houden en elkander willen helpen.


==Ottema 1876==
==Ottema 1876==

Revision as of 09:17, 23 February 2023

Ontwerp 2026 Ott

[143]

Overwijn 1951

[/135] (Het geschrift van Konereed)

Mijn voorouders hebben achtereenvolgens dit boek geschreven. Dit wil ik vóór alles doen, omdat in mijn staat geen burcht over is, waarin de gebeurtenissen worden opgeschreven zoals voorheen. Mijn naam is Koenraad, mijns vaders naam was Frethorik, mijns moeders naam was Wiljo. Na mijns vaders dood ben ik tot zijn opvolger gekozen en toen ik vijftig jaar was, koos men mij tot opperste grietman. Mijn vader heeft beschreven, hoe de Lindaoorden en de Volkstuin (Ljudgaarde) verwoest zijn. Lindaheem is nog weg, de Lindavorden voor een deel, de noordelijke Volkstuin is door de zoute zee bedolven. Het bruisende zeewater likt aan de ringdijk van de burcht. Gelijk mijn vader heeft vermeld, zijn de van hun have en goed beroofde mensen tewerkgegaan en hebben huisjes gebouwd binnen de ringdijk en de burcht, daarom is dat ronddeel nu Volkswaard (Ljudwerd) genoemd. De zeelieden zeggen Volkserd (Ljuwwerd), maar dat is radbraken. In mijn jeugd was het andere land, dat buiten de ringdijk ligt, allemaal poel en moeras. Maar Frya's volk is wakker en vlijtig, het werd moe noch mat, omdat zijn plan het best mogelijke opleverde. Door sloten te delven en kadijken te maken van de aarde, die uit de sloten kwam, hebben wij weer goede dorpsgrond buiten de ringdijk, die de gedaante heeft van een hoef, drie palen oostwaarts, drie palen zuidwaarts en drie palen westwaarts gemeten. Heden ten dage zijn wij bezig waterpalen te heien om een haven te maken en meteen om onze ringdijk te beschermen. Als het werk gereed is, zullen wij zeelieden laten komen. In mijn jeugd stond het er hier [137] raar voor, maar tegenwoordig zijn de huisjes reeds huizen, die in rijen staan. Fouten en gebreken, die met de armoede waren ingeslopen, zijn door vlijt uitgedreven. Hieruit kan iedereen leren, dat Wr.alda, onze Alvoeder, al zijn schepselen voedt, mits zij moed houden en elkander willen helpen.

Ottema 1876

[195] Het geschrift van Konerêd.

Mijne voorouders hebben achtereenvolgens dit boek geschreven. Dit wil ik bovenal doen, omdat in mijne staat geene burgt overig is, waarin de gebeurtenissen opgeschreven worden gelijk te voren. Mijn naam is Konereed (Koenraad), mijn vaders naam was Frethorik, mijne moeders naam was Wiljow. Na mijn vaders dood ben ik tot zijn opvolger gekozen. Toen ik vijftig jaren telde, koos men mij tot opperste Grevetman. Mijn vader heeft beschreven, hoe de Lindaoorden en de Liudgaarden verwoest zijn. Lindahem is nog weg, de Lindaoorden voor een deel, de noordelijke Liudgaarden zijn door de zoute zee bedolven. Het bruissende zeewater slikt aan den ringdijk der burgt. Gelijk mijn vader vermeld heeft, zijn de van have beroofde menschen heengegaan en hebben huisjes gebouwd binnen den ringdijk der burgt, daarom is dat ronddeel nu Liudwerd geheeten. De zeelieden zeggen Liuwerd, maar dat is wanspraak. In mijne jeugd was het andere land, dat buiten den ringdijk ligt, alles poel en broek. Maar Fryas volk is wakker en vlijtig, zij werden moede noch mat, omdat hun doel ten beste geleidde. Door slooten te delven en kadijken te maken van de aarde die uit de slooten kwam, hebben wij weder een goede hemrik buiten den ringdijk, die de gedaante heeft van een hoef, drie palen oostwaarts, drie palen zuidwaarts en drie palen westwaarts gemeten. Heden ten dagen zijn wij bezig waterpalen te heijen om eene haven te maken en meteen om onzen ringdijk te beschermen. Als het werk gereed is, zullen wij zeelieden uithalen. In mijne jeugd stond het er hier raar voor, maar tegenwoordig zijn de huisjes reeds huizen, die in reijen staan. [197] Leken en gebreken, die met de armoede waren ingeslopen, zijn door vlijt uitgedreven. Hieruit kan iedereen leeren, dat Wralda, onze Alvader, al zijne schepselen voedt, mits dat zij moed houden en elkanderen willen helpen.

Noten


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 16b Bondgenootschappen