Jump to content

1727-1752 Ignatius Ott: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
Line 41: Line 41:
* ''Arian van Baal  ... ende Lijntje Benger, weduwe van Alkmaar, wonende in de brouwerijsteeg''
* ''Arian van Baal  ... ende Lijntje Benger, weduwe van Alkmaar, wonende in de brouwerijsteeg''
* ''Vrerik Vrijman ... ende Alida Tijsz J:d: van Cleef wonende op de Zeedijk''
* ''Vrerik Vrijman ... ende Alida Tijsz J:d: van Cleef wonende op de Zeedijk''
* ''<u>Philip Bos</u> ... ende <u>Geertje Pieters</u> J:d: van Hoorn, wonende opt Nieuwe Noort''
* ''<u>Philip Bos</u> ... ende Geertje Pieters J:d: van Hoorn, wonende opt Nieuwe Noort''


== 1738 ==
== 1738 ==

Revision as of 18:38, 21 September 2025

Ignatius Bernard Ott (?-1752) was de bet-overgrootvader van de bet-overgrootvader van Jan Ott.

[samenvatting volgt]

Afkortingen

  • d.v./z.v.; get. = dochter/zoon van; getuige
  • dtb = doop-, trouw- en begraafboeken
  • NA = Notarieel archief (Hoorn) / OR = Oud-rechterlijke en weeskamer archieven

(1722)

Donderdag 16 april resolutie (secreet) van de Staten Generaal: Drimborn 1 esq. uijt Campen naa Deventer [Goetgevonden 4651/31].

(1725)

Donderdag 15 maart resolutie (secreet) van de Staten Generaal: [naar] Breda: [van regiment] Drimborn: 2 [esquadrons of compagnies] uyt Zutphen en Deventer [Goetgevonden 4657/67].

Vrijdag 28 september is het Regiment Cavallery van Drimborn van Breda en dat van den Prins van Hessen Philipstall van s’Hertogenbosch tot Maestrigt aen gekomen tot recipieeren van de Aertshertoginne. Woensdag 3 oktober s’agtermiddags om 5 uren is de Aertshertoginne [118] Maria Elizabeth Gouvernante van d'Oostenrykse Nederlanden door Maestrigt gepasseert, komende van Weenen en gaande naer Brussel onder het 6 mael lossen van 124 stukken, het luyden van alle de klokken van de stad, en het Garnisoen in de Wapens. [Maastrichtse kroniek, blz. 117 scan 121]

1727

Maandag 13 januari 1727 in doopbook RK Breda (Waterstraat) [dtb 21/124]:

Baptisatus Franciscus, filius Ignatij Bernardi Ot et Maria Cornelia Herrel, suscipientibus Wijnant Vrins et Catharina Eene.

1729

Zondag 15 mei 1729 in doopboek militairen RK Venlo [bron]:

Matthias / Bapt. est filius legit. Ignatij Bernardi Ott et Maria Cornelia Herlé suscip. Matthias Offergeldt et Angelina Michiels.

1731

Vrijdag 2 november 1731 in doopboek RK Hoorn (statie Sint Franciscus De Drie Tulpen aan het Achterom) [dtb 36/17]:

baptizatus [est] Franciscus parentes Mathias Joseph Receveur et Adriana Recevel coniuges, suscepit Maria Cornelia Otten

1732

Dinsdag 1 april in doopboek als boven [dtb 36/18]:

Ignatius / par. Ignatius Bernard Ott et Maria Cornelia Herrel coniug. susc. Adriana Recevel.[1]

Donderdag 25 september was Ignatius Ott getuige (met Pieter Dircks) in akte van notaris Pereboom voor Pieter van Sanen en Nicolaas Edingh [NA 2466 akte 201/142].

1734

Maandag 1 november in doopboek als boven [dtb 36/21]:

Anna Maria / par. Ignat. Otte et Maria Cornelia Herrel coniu. susc. Sara van Spagnien.[2]

1735

Zondag 6 maart trouwden drie ruiters onder de lijf compagnie vande Hr brigadierDrimborn, leggende alhier in guarnisoen, de eerste twee in de gereformeerde kerk, de derde op het stadhuis:

  • Arian van Baal ... ende Lijntje Benger, weduwe van Alkmaar, wonende in de brouwerijsteeg
  • Vrerik Vrijman ... ende Alida Tijsz J:d: van Cleef wonende op de Zeedijk
  • Philip Bos ... ende Geertje Pieters J:d: van Hoorn, wonende opt Nieuwe Noort

1738

Donderdag 4 december in doopboek als boven [dtb 36/25]:

Joannis / par. Ignatius Otte et Maria Cornelia Herrel coni. susc. Maritie Claes loco Anna de Roeper.[3]

Dinsdag 23 december is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk: een kind v. Engenasis Otto/ Otte Kruijsstr.[4] ƒ-:15:- [dtb 88/34 en 95/59].

1739

Donderdag 5 november wordt Ignatius Otto door de weduwe Grietje Pieters genoemd in een attest op verzoek van Anna de Roeper, huijsvrouw van Aldert Landman, wijnkoper [NA 2515/329]:[5]

(...) dat al verder de requirante [Anna de Roeper] geen verkoop van eenige winkelwaren, selfs hoe gering magh doen, maar dat sulx geschiet of door hem [Aldert] Landman selfs, of hij uijtgaande, sulx door hem aanbevolen word aan de knegt genaamt Ignatius Otto, ruijter onder de compagnie van de ritmeester van Dorp,[6] [4] die dan in dien tijt van alles den ontfangst heeft, en dat sij deposante dikwils gehoort heeft, dat gemelte Landman sullende uijtgaan tegen opgemelte kneght in praesentie van de req’te heeft gesegt, ik stel u tot meester en opsighter van alles wat in de huijshouding omgaat; dat de deposante [Grietje Pieters] gehoort heeft, dat die knegt [Ignatius Ott] daarop tegens de req’te heeft gesegt, vrouw dat sijn goede duytse woorden, hoort gij die wel, waarop de requirante antwoorde, jae ik hoor ’t wel, soo sal ik u als een verklicker moeten aanmerken, en dat de knegt de req’te wederom heeft beantwoord, seggende, vrouw dat is op die manier geen leven voor u; (...)

1740

Dinsdag 9 augustus was Ignatius Ott getuige (met Barent Klaasz) in notariële akte waarin Johannes Edingh gemachtigd wordt door Meijnsjen Hendriks Hulsingh [NA 2440/331].

1741

(Jan Andriesz, dienaar van procureur generaal Johannes van Beucker aan het hof van Friesland te Leeuwarden ondertekent als J.O. Lende en stelt zich voor als Overlende of Overlinde.)

Dinsdag 26 december is zoon Frans Otto (bijna 15 jaar oud) ingescheept op Texel als hooploper (niet vermaekt, maar met een schuld van ƒ150 aan Petrus van den Heuvel) op het VOC-schip Reijnhuisen [Rijnhuizen] met schipper Gerrit Reyndertsz Vos voor kamer Hoorn [VOC 14430 fol. 117 en VOC-site].

1742

Zaterdag 26 mei was Maria Cornelia Otte assistent van de bruid bij de ondertrouw-inschrijving voor het RK huwelijk op 10 juni van Dionisius Pelgra Jm ruiter onder de Comp: van de Hr ritmeester Attenhove (onder Regiment Buijs) leggende alhier in guarnisoen ende Anna Maria Neijbolt Jd van Doreg bij Arensberg, wonende in de Baan. [dtb 36/104, 58/15 en 69/11].

Zondag 14 oktober aankomst Frans in Batavia [bron].

1743

Maandag 4 februari was Maria Cornelia Otthe getuige bij de RK doop (als boven) van Anna Maria, d.v. Dionijs. Pelraij & Anna Maria Nebolt [dtb 36/29].

1744

Dinsdag 18 februari was zoon Pieter Ott met Bente Bentesz getuige in notariële akte voor de gebroeders Hendrik en Jan Brummen [NA 2528/349].

Eind december is zoon Frans absent bevonden op VOC-schip Hofwegen (dit schip verbleef in de Oost tussen okt. 1742 en juli 1745) [bron 14430 als onder 1741; VOC site].

(1745)

(In de zomer trouwt Jan Overlende en komt met bruid Janke naar Enkhuizen, waar hij zich weer Jan Andriesz laat noemen.)

(In de herfst het drama rondom Wouter Alkmaar en juffrouw Maritje op ’t Smerighorn, zuster van Cornelis Jansz Sloos, die in maart 12½ jaar getrouwd was met Cornelia, de dochter van Luitje Jansz Neledoe te Enkhuizen.)

[Zoon Pieter leerling kleermaker? Gelezen in gildeboek?]

1746

Dinsdag 20 september was Ignatius Otto (met Volkert Nieuwkerk) getuige in notariële akte waarin VOC-garbuleurs een verklaring aflegden over gezouten vlees [NA 2442/356].

1747

Donderdag 6 april was Ignatius Ott (met Felijpes [Philip] Bos, ruiter in zelfde compagnie) getuige in notariële akte met huwelijkse voorwaarden van theoloog, predikant (en schrijver van boek 1751[7]) te Hendrik-Ido-Ambacht, Petrus Cazenove en Elisabeth Groenveld [NA 2420/96].

1749

Woensdag 14 mei was Ignatius Ott getuige met Felijpes Bos (Philip Bosch; zie 1747) bij akte van notaris Pereboom voor Cornelis Mooij [NA 2471 akte 27/152].

Vrijdag 20 juni vertrok Ignatius Otto (de jonge) als derde meester met het VOC-schip ’t Wapen van Hoorn, met schuld van ƒ150 aan Maria Otto [VOC 14445/37].

Vrijdag 18 juli betalen oudste zoon Pieter Otte en Maritje Sloos ƒ6 trouwbelasting [dtb 108/42]. Zaterdag 19 juli waren de huwelijksafkondiging (Jm en Jd, beide te Hoorn) [dtb 69/52 en 76/52] en ondertrouwinschrijving (de bruidg: geassist: met consent van sijne vader ende bruit met Geesje van der Wal als behuwde suster) [dtb 58/69]. Getrout zondag den 3 Aug: van do Pet: Bakker proponent.

Vrijdag 29 augustus testament opgesteld bij notaris Wormbout van Hogen, met als getuigen Alexander Lippits en Jacob Mullers (klasse onder ƒ2000) [NA 2522 akte 232/529].

D E Pieter Otto Meester kleermaker en sijn huijsvrouw D Eerb Maritje Sloos burgers binnen dese stadt (...) sijn ouders Ignatus Otto, en Maritje Cornelis beijde wonagtig binnen dese stadt (...)

Van 28 november tot 15 december was zoon Ignatius te Kaap de Goede Hoop [VOC site].

1750

Zondag 22 maart kwam zoon Ignatius aan in Batavia [VOC site].

Woensdag 15 juli is RK gedoopt [dtb 36/35]:

Barent / par: pieter otte et maritje sloofs conj: susc: maria cornelia herrel.

Zaterdag 15 augustus was zoon Pieter Otte getuige, met Pieter Eswijler, voor Cornelis Sloos in zake erfenis van zijn in 1746 overleden vrouw Cornelia Neledoe [NA 2538 akte 27/188].

Maandag 30 november vertrok zoon Ignatius met ’t Wapen van Hoorn vanuit Ceylon richting vaderland [VOC site].

1751

Zondag 24 januari was zoon Pieter Otto getuige, met Jan Langewagen bij notaris C. van Beek: het testament van Jacob Mullers (die twee jaar eerder getuige was in het testament van Pieter en Maritje) en Biateris Jans (klasse onder ƒ2000) [NA 2532/184].

“In februari 1751 verloor de Wapen van Hoorn [waarop zoon Ignatius, onderweg terug naar huis] alle masten in een storm. Enkele dagen later [27 feb.] was er ten oosten van Kaap Agulhas contact met de Overnes. Op 10 mei 1751 bereikte het schip het eiland Ascension [en is daar vermast].” [VOC site].

Vrijdag 20 augustus waren bij notaris Krab [NA 2444 akte 56/384] Pieter Otte, in huwelijk hebbende Maritje Sloos en Johannes Brinkink, in huwelijk hebbende Jannetje Sloos (de dames geadsisteerd met hun man, allen te Hoorn) met getuigen Adrianus Brouwer en Theodorus Stavering. Zij

verklaarden, de goederen die sij compten met malkanderen in gemeenschap hebben beseten afgekom van haare ouders, als mede de goederen afgekomen ende door de compten geërft van haar oom Jan Bont, nuw omtrent twee jaren geleden te hebben geschift gescheijden ende verdeelt sulx ende in dier voegen, dat ieder van de comparanten daar van sijne geregtige portie ende aandeel bekomen ende ontfangen heeft [2] sonder dat er tusschen de compten iets in gemeenschap is behouden. [enz.]

Donderdag 30 september is door VOC uitbetaald aan Maria Otto ƒ91 uit loon van zoon Ignatius [bron als onder 1749].

1752

“Op 28 januari 1752 zonk de Wapen van Hoorn bij Kaap Finisterre (noordwest Spanje); 23 opvarenden [waaronder zoon Ignatius] werden gered.” [VOC site].

Maandag 24 april was bij notaris Jacob van Beek [NA 2421/234] met zijn ouders [moeder ondertekende met kruis] en getuigen chirurgijn Pieter Broekhuijsen en bakker Jacob Mullers, Ignatius Otto de Jonge [handtekening Ingenasius otto de ijonge],

in den Jare 1749 in dienst van de Oostindische Compagnie ter alhier, met het schip ’t Wapen van Hoorn, als derde meester uijtgevaren na Oostindiën, ende met het selve schip in desen lopende Jare thuijs gekomen. Staande den Comparant nu wederom op zijn vertrek, als tweede meester, (...) met het schip Stralen (...). Zijnde den comparant (voor zo veel des noods) geadsisteert met zijn vader en moeder Ignatius Otto, ende Maritje Cornelis beijde alhier: ende verklaarde also bijde te constitueren ende volmagtigh te maken zijn broeder Petrus Otto (...) omme gedurende zijn comparants absentie, ofte uijtlandigheijt, (...) te versoeken vorderen en ontfangen alle zijne te goed hebbende en te goed krijgende gelden, (...) ende ontfangen alle zodanige maand gelden hem comparant competerende als eenige geinstitueerde erfgenaam van wijlen Ernst Hendrik Sijst, ondermeester op ’t oostindische compagnieschip ’t Wapen van Hoorn voorn:, blijkens desselfs dispositie Testamenteir, gepasseert binnen boort, voor Jacobus Greve‚ schipper op voorsh. schip ten overstaan ende ter presentie van den Bootsman Jan Evertsz en den constapel Willem Rolster als getuijgen in dato den 30 november 1751 (mij Notaris in originalie vertoond.) (...)

Woensdag 17 mei vertrek zoon Ignatius vanaf Texel met VOC-schip Stralen naar Batavia [VOC site].

Vrijdag 30 juni is door VOC uitbetaald aan Maria Otto ƒ59 uit loon van zoon Ignatius [bron als onder 1749].

Vrijdag 28 juli is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk Egnatius Otto, won. op het Nieuwe Noord (impost ƒ1:10:-) [dtb 88/85 en 95/85].

Noten

  1. Moet zijn Richel, echtgenote van Joseph Walterus Mathias Receveur.
  2. Saartje Jans van Spanje uit Nijmegen geh. 1755 en 1778.
  3. Anna de Roeper was in 1726 gehuwd met Aldert Lantman (zie 1739).
  4. Anna de Roeper woonde bij trouwen (1726) in de Kruisstraat, waar haar vader Thomas (de) Roeper medisch doctor was [NA 2353; 8-2-1715]. Aldert Lantman bezat er een huis [NA2387; 2-12-1739] zie 1739.
  5. Zie blog Ott: gehele akte; stukken m.b.t. zelfde zaak; families Lantman en de Roeper.
  6. Ritmeester Frederik Carel van Dorp was in 1738 commandant geworden van de wat daarvóór de Lijfcompagnie van Brigadier Gijsbert Herman Hendrik Baron van Drimborn was. Ignatius was vermoedelijk ruiter in deze lijfcompagie vanaf ten laatste 1727 (doch vermoedelijk al eerder) t/m 1738. Deze compagnie zou namelijk achtereenvolgens gelegerd zijn geweest in de garnizoensplaatsen Deventer (1721-1725; zie Pieter Ott: 1754), Breda (1725-1728), Venlo (1728-1731) en Hoorn (vanaf 1730). Zie ook o.a. transcripties Breda 1726-27; [meer links toevoegen]
  7. God verheerlijkt, door deszelfs weg van gerigte en verlossinge, gehouden in deze onze dagen, met het vereenigt Nederland: Vertoond in vier kerk-redenen, hooftzakelyk uitgesproken, en nu, met verder uitbreidinge, in het licht gegevenDordrecht 1751, Abraham Blusse.