Jump to content

1727-1752 Ignatius Ott: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
No edit summary
Line 28: Line 28:


== 1739 ==
== 1739 ==
Donderdag <u>5 november</u> wordt '''''Ignatius Otto''''' door de weduwe ''Grietje Pieters'' genoemd in een attest op verzoek van ''Anna de Roeper, huijsvrouw van Aldert Landman, wijnkoper'' <small>[NA2515/]</small>:<ref>Zie blog Ott: [https://ott-herrel.blogspot.com/2018/10/ignatius-otto-ruiter-en.html gehele akte]; [https://ott-herrel.blogspot.com/2018/11/de-zaak-landman-de-roeper-1739.html stukken m.b.t. zelfde zaak]; [https://ott-herrel.blogspot.com/2017/04/allard-lantman-en-anna-de-roeper.html families Lantman en de Roeper].</ref><blockquote>(...) dat al verder de requirante [Anna de Roeper] geen verkoop van eenige winkelwaren, selfs hoe gering magh doen, maar dat sulx geschiet of door hem [Aldert] Landman selfs, of hij uijtgaande, sulx door hem aanbevolen word aan de <u>knegt genaamt '''Ignatius Otto''', ruijter onder de compagnie van de ritmeester van Dorp</u>,<ref>Ritmeester ''Frederik Carel van Dorp'' was in 1738 commandant geworden van de wat daarvóór de Lijfcompagnie van Brigadier ''Gijsbert Herman Hendrik  [https://ott-herrel.blogspot.com/2019/08/genealogie-von-drimborn.html Baron van Drimborn]'' was. Ignatius was vermoedelijk ruiter in deze lijfcompagie vanaf ten laatste 1727 (doch vermoedelijk al eerder) t/m 1738. Deze compagnie zou namelijk achtereenvolgens gelegerd zijn geweest in de garnizoensplaatsen Deventer (1721-1725; zie 1754), Breda (1725-1728), Venlo (1728-1731) en Hoorn (vanaf 1730). Zie ook o.a. [https://ott-herrel.blogspot.com/2018/10/breda-1729-januari-compagnie-van-son.html transcripties Breda 1726-27]; [meer links toevoegen]</ref> [4] die dan in dien tijt van alles den ontfangst heeft, en dat sij deposante dikwils gehoort heeft, dat gemelte Landman sullende uijtgaan tegen opgemelte kneght in praesentie van de req’te heeft gesegt, ''ik stel u tot meester en opsighter van alles wat in de huijshouding omgaat''; dat de deposante [Grietje Pieters] gehoort heeft, dat die knegt [Ignatius Ott] daarop tegens de req’te heeft gesegt, ''vrouw dat sijn goede duytse woorden, hoort gij die wel'', waarop de requirante antwoorde, ''jae ik hoor ’t wel, soo sal ik u als een verklicker moeten aanmerken'', en dat de knegt de req’te wederom heeft beantwoord, seggende, ''vrouw dat is op die manier geen leven voor u;'' (...)</blockquote>


==Noten==
==Noten==
<references />
<references />
[[Category:Verborgen Verzameling]]
[[Category:Verborgen Verzameling]]

Revision as of 12:01, 20 September 2025

Ignatius Bernard Ott (?-1752) was de bet-overgrootvader van de bet-overgrootvader van Jan Ott.

[samenvatting volgt]

Afkortingen

  • d.v./z.v.; get. = dochter/zoon van; getuige
  • dtb = doop-, trouw- en begraafboeken
  • NA = Notarieel archief (Hoorn) / OR = Oud-rechterlijke en weeskamer archieven

1727

Maandag 13 januari 1727 in doopbook RK Breda (Waterstraat) [dtb 21/124]:

Baptisatus Franciscus, filius Ignatij Bernardi Ot et Maria Cornelia Herrel, suscipientibus Wijnant Vrins et Catharina Eene.

1729

Zondag 15 mei 1729 in doopboek militairen RK Venlo [bron]:

Matthias / Bapt. est filius legit. Ignatij Bernardi Ott et Maria Cornelia Herlé suscip. Matthias Offergeldt et Angelina Michiels.

1731

Vrijdag 2 november 1731 in doopboek RK Hoorn (Drie Tulpen) [dtb 36/17]:

baptizatus [est] Franciscus parentes Mathias Joseph Receveur et Adriana Recevel coniuges, suscepit Maria Cornelia Otten

1732

Dinsdag 1 april in doopboek als boven [dtb 36/18]:

Ignatius / par. Ignatius Bernard Ott et Maria Cornelia Herrel coniug. susc. Adriana Recevel.[1]

Donderdag 25 spetember was Ignatius Ott getuige in akte voor Pieter van Sanen en Nicolaas Edingh [NA 2446/akte 201].

1734

Maandag 1 november in doopboek als boven [dtb 36/21]:

Anna Maria / par. Ignat. Otte et Maria Cornelia Herrel coniu. susc. Sara van Spagnien.[2]

1738

Donderdag 4 december in doopboek als boven [dtb 36/25]:

Joannis / par. Ignatius Otte et Maria Cornelia Herrel coni. susc. Maritie Claes loco Anna de Roeper.[3]

Dinsdag 23 december is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk: een kind v. Engenasis Otto/ Otte Kruijsstr.[4] ƒ-:15:- [dtb 88/34 en 95/59].

1739

Donderdag 5 november wordt Ignatius Otto door de weduwe Grietje Pieters genoemd in een attest op verzoek van Anna de Roeper, huijsvrouw van Aldert Landman, wijnkoper [NA2515/]:[5]

(...) dat al verder de requirante [Anna de Roeper] geen verkoop van eenige winkelwaren, selfs hoe gering magh doen, maar dat sulx geschiet of door hem [Aldert] Landman selfs, of hij uijtgaande, sulx door hem aanbevolen word aan de knegt genaamt Ignatius Otto, ruijter onder de compagnie van de ritmeester van Dorp,[6] [4] die dan in dien tijt van alles den ontfangst heeft, en dat sij deposante dikwils gehoort heeft, dat gemelte Landman sullende uijtgaan tegen opgemelte kneght in praesentie van de req’te heeft gesegt, ik stel u tot meester en opsighter van alles wat in de huijshouding omgaat; dat de deposante [Grietje Pieters] gehoort heeft, dat die knegt [Ignatius Ott] daarop tegens de req’te heeft gesegt, vrouw dat sijn goede duytse woorden, hoort gij die wel, waarop de requirante antwoorde, jae ik hoor ’t wel, soo sal ik u als een verklicker moeten aanmerken, en dat de knegt de req’te wederom heeft beantwoord, seggende, vrouw dat is op die manier geen leven voor u; (...)

Noten

  1. Moet zijn Richel, echtgenote van Joseph Walterus Mathias Receveur.
  2. Saartje Jans van Spanje uit Nijmegen geh. 1755 en 1778.
  3. Anna de Roeper was in 1726 gehuwd met Aldert Lantman (zie 1739).
  4. Anna de Roeper woonde bij trouwen (1726) in de Kruisstraat, waar haar vader Thomas (de) Roeper medisch doctor was [NA 2353; 8-2-1715]. Aldert Lantman bezat er een huis [NA2387; 2-12-1739] zie 1739.
  5. Zie blog Ott: gehele akte; stukken m.b.t. zelfde zaak; families Lantman en de Roeper.
  6. Ritmeester Frederik Carel van Dorp was in 1738 commandant geworden van de wat daarvóór de Lijfcompagnie van Brigadier Gijsbert Herman Hendrik Baron van Drimborn was. Ignatius was vermoedelijk ruiter in deze lijfcompagie vanaf ten laatste 1727 (doch vermoedelijk al eerder) t/m 1738. Deze compagnie zou namelijk achtereenvolgens gelegerd zijn geweest in de garnizoensplaatsen Deventer (1721-1725; zie 1754), Breda (1725-1728), Venlo (1728-1731) en Hoorn (vanaf 1730). Zie ook o.a. transcripties Breda 1726-27; [meer links toevoegen]