1871 Het jaar van bekendwording: Difference between revisions
No edit summary |
No edit summary |
||
| Line 88: | Line 88: | ||
== Berichten, gerangschikt naar dag == | == Berichten, gerangschikt naar dag == | ||
=== | === Woensdag 12 juli: ''Het Nieuws van den Dag'' === | ||
Twee dagen na de vergadering van Gedeputeerde Staten Friesland met inbreng van het verslag van Ottema voor het Friesch Genootschap. | Twee dagen na de vergadering van Gedeputeerde Staten Friesland met inbreng van het verslag van Ottema voor het Friesch Genootschap. | ||
[bl.2 kol. 3] ''Men meldt ons het volgende:'' De heer C. Over de Linden, te Helder, bezit een overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard, dat de aandacht heeft getrokken van het Friesch Genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde. Het moet geschreven zijn in 1256, doch is voor een groot gedeelte het afschrift van veel oudere stukken, waarvan het oudste dagteekent 558 jaren vóór Christus. Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch. | [bl.2 kol. 3] ''Men meldt ons het volgende:'' De heer C. Over de Linden, te Helder, bezit een overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard, dat de aandacht heeft getrokken van het Friesch Genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde. Het moet geschreven zijn in 1256, doch is voor een groot gedeelte het afschrift van veel oudere stukken, waarvan het oudste dagteekent 558 jaren vóór Christus. Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch. | ||
=== | === Vrijdag 14 juli: ''Leeuwarder Courant'' === | ||
[bl. 1-2] <u>Vergadering der Staten van Friesland</u> / ''Zitting van 10 Julij.'' / Aanwezig 36 leden. | [bl. 1-2] <u>Vergadering der Staten van Friesland</u> / ''Zitting van 10 Julij.'' / Aanwezig 36 leden. | ||
| Line 103: | Line 103: | ||
[bl. 2 kol. 4] Men meldt aan het ''Nieuws v.d. Dag'' het volgende: [zie verder ald.] | [bl. 2 kol. 4] Men meldt aan het ''Nieuws v.d. Dag'' het volgende: [zie verder ald.] | ||
=== | === Zaterdag 15 juli: ''Heldersche Courant'' === | ||
[Identiek aan bericht “Men | [bl. 1 kol. 1-2: Identiek aan bericht “Men meldt ...” in ''LC''.] | ||
=== | === Vrijdag 21 juli: ''Algemeen Handelsblad'' === | ||
[bl. 1 kol. 1] ''Aan de Redactie!'' | [bl. 1 kol. 1] ''Aan de Redactie!'' | ||
| Line 145: | Line 145: | ||
<u>Amsterdam</u>, / 19 Juli 1871. | <u>Amsterdam</u>, / 19 Juli 1871. | ||
=== | === Maandag 24 juli: ''Het Vaderland'' === | ||
Omtrent een oud-Friesch handschrift in bezit van den beer C. Over de Linden te Helder namen wij voor eenige dagen oen bericht over uit het ''N. v.d. Dag''. | [bl. 2 kol. 3] Omtrent een oud-Friesch handschrift in bezit van den beer C. Over de Linden te Helder namen wij voor eenige dagen oen bericht over uit het ''N. v.d. Dag''. | ||
Thans worden in een ingezonden stuk in ’t ''Handelsblad'' nadere bijzonderheden medegedeeld door iemand, die bij den heer Over de Linden de fotografie van sommige bladen gezien heeft en de vertaling van het geheel heeft gelezen. Het origineel is thans in handen van dr. Ottema te Leeuwarden, die daarover reeds een rapport aan het Friesch Genootschap schijnt uitgebracht te hebben. | Thans worden in een ingezonden stuk in ’t ''Handelsblad'' nadere bijzonderheden medegedeeld door iemand, die bij den heer Over de Linden de fotografie van sommige bladen gezien heeft en de vertaling van het geheel heeft gelezen. Het origineel is thans in handen van dr. Ottema te Leeuwarden, die daarover reeds een rapport aan het Friesch Genootschap schijnt uitgebracht te hebben. | ||
| Line 177: | Line 177: | ||
Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek? | Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek? | ||
=== Woensdag 23 augustus: ''Het Nieuws van den Dag'' === | |||
[[https://www.delpher.nl/nl/kranten/results?query=&page=1&sortfield=date&cql%5B0%5D=%28date+_gte_+%2220-08-1871%22%29&cql%5B1%5D=%28date+_lte_+%2225-08-1871%22%29&cql%5B2%5D=ppn+any+%2883249562X%29&coll=dddtitel&redirect=true Ontbreekt] op Delpher; Zie het citaat in het naar dit bericht verwijzend artikel hieronder.] | |||
=== Donderdag 24 augustus: ''Het Vaderland'' === | |||
[bl. 2 kol. 4]<blockquote>»Omtrent het vroeger vermelde oud-Friesch handschrift, in bezit van den heer C. Over de Linden te Helder, meldt men ons”</blockquote>zoo schrijft het ''N. v.d. Dag'' <blockquote>»thans nader, dat de archivaris van Friesland, de heer G. Colmjon, grondig beoefenaar der Friesche taal, het stuk, na het geheel gelezen te hebben, bepaald voor onecht houdt hoofdzakelijk op grond, dat de stijl veel te nieuwerwetsch is. Er komen zeer vele uitdrukkingen in het handschrift [regel onleesbaar] hooren, alzoo in regelrechten strijd zijn met de opgegeven oudheid van het stuk, en den deskundige, tenzij hij door te veel voorliefde worde geleid, geen twijfel kunnen overlaten. Het oordeel van zulk een warm voorstander van Frieslands taal en geschiedenis, die zeker gaarne zoude wenschen dat het handschrift waarheid bevatte, mag men in deze wel voor onpartijdig houden.”</blockquote>Reeds in ons nummer van 24 Juli hebben wij al de zotheden, die in dat H.S. voorkomen, afgedaan. Het <nowiki>''</nowiki>N.v.d.D. schijnt echter in staat te zijn geweest om zelfs na hetgeen uit het Handschr. publiek geworden was, nog een maand lang te denken, dat het wel echt kon zijn! — ’t Is evenwel waar, het <nowiki>''</nowiki>N.v.d.D.<nowiki>''</nowiki> had het eerst de belangrijke vondst wereldkundig gemaakt!! | |||
=== 25 of 26 augustus: ''Bildtsche Courant'' === | |||
[Niet op web; eveneens het overgenomen bericht uit ''NvdD'' 23-8 (“vernemen wij thans uit goede bron”), zoals blijkt uit ''LC'' 27-8.] | |||
=== Zaterdag 26 augustus: ''Heldersche Courant'' === | |||
[bl. 1 kol. 1: Als citaat in ''Vaderland'' 24-8: “... te Helder, meldt men aan het ''Nieuws van den Dag'' thans nader, ...”] | |||
=== Zondag 27 augustus: ''Leeuwarder Courant'' === | |||
[bl. 2 kol. 1: Als boven: “...te Helder, vernemen wij thans uit goede bron, zegt de ''Bildtsche Courant'', ...”] | |||
=== Dinsdag 29 augustus: ''Leeuwarder Courant'' === | |||
[bl. 5 kol. 1-2] '''Historische Mengelingen.''' | |||
<u>Der Friezen Herkomst volgens het boek van Adela.</u> | |||
Onder dezen titel is onlangs verschenen een „Verslag omtrent een overoud Handschrift, bij het Friesch Genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde te Leeuwarden uitgebragt door Dr. <u>J.G. Ottema</u>.” | |||
Dit stuk heeft met alle regt opzien gebaard, en is in sommige dagbladen hieran korte melding gemaakt. Daar het alle onderscheiding verdient, willen wij er hier een wat uitvoeriger overzigt van geven. | |||
Dat Handschrift wordt sinds onheugelijke jaren bewaard in de familie van den Heer <u>C. over de Linden</u> te ''Helder'', zonder dat iemand de | |||
[meer volgt] | [meer volgt] | ||
==Noten== | ==Noten== | ||
<references /> | <references /> | ||
[[Category:Sources_Dutch]] | [[Category:Sources_Dutch]] | ||
Revision as of 08:55, 10 September 2025
Nieuws over het “overoude handschrift” in tijdschriften 1871
Afkortingen en volledige naam als bij bron
- AHb = Algemeen Handelsblad
- (Ct. = Courant)
- HC = Heldersche Courant
- LC = Leeuwarder courant
- NvdD = Het nieuws van den dag: kleine courant
- Spect. = De Nederlandsche Spectator
- Vaderland = Het vaderland
- Dev. Wb. = Deventer Weekblad
| Naam | maand-dag |
|---|---|
| AHb | 07-21 |
| AHb | 11-22 |
| Bildtsche Ct.[1] | 08-26 |
| Dev. Wb. | 09-20 |
| Dev. Wb. | 11-08 |
| HC | 07-15 |
| HC | 08-26 |
| HC | 09-16 |
| HC | 09-27 |
| HC | 11-25 |
| LC | 07-14 |
| LC | 08-27 |
| LC | 08-29 |
| LC | 09-05 |
| LC | 09-10 |
| LC | 09-12 |
| LC | 09-17 |
| LC | 09-19 |
| NvdD | 07-12 |
| NvdD | 08-23 |
| NvdD | 09-15 |
| NvdD | 11-24 |
| Spect. | 09-30 |
| Spect. | 10-07 |
| Spect. | 10-14 |
| Spect. | 10-21 |
| Spect. | 10-28 |
| Spect. | 11-04 |
| Spect. | 11-11 |
| Spect. | 12-16 |
| Vaderland | 07-24 |
| Vaderland | 08-24 |
| Vaderland | 09-14 |
Tevens: De Navorscher (maandblad?), jg. 21, bl. 556-560 [hier]
Berichten, gerangschikt naar dag
Woensdag 12 juli: Het Nieuws van den Dag
Twee dagen na de vergadering van Gedeputeerde Staten Friesland met inbreng van het verslag van Ottema voor het Friesch Genootschap.
[bl.2 kol. 3] Men meldt ons het volgende: De heer C. Over de Linden, te Helder, bezit een overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard, dat de aandacht heeft getrokken van het Friesch Genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde. Het moet geschreven zijn in 1256, doch is voor een groot gedeelte het afschrift van veel oudere stukken, waarvan het oudste dagteekent 558 jaren vóór Christus. Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch.
Vrijdag 14 juli: Leeuwarder Courant
[bl. 1-2] Vergadering der Staten van Friesland / Zitting van 10 Julij. / Aanwezig 36 leden.
(...)
88. Aanbieding door gedeputeerde staten van een verslag enz. van dr. J.G. Ottema, aangaande zeker overoud Friesch handschrift. — Rondgedeeld en ter griffie gelegd.
(...)
[bl. 2 kol. 4] Men meldt aan het Nieuws v.d. Dag het volgende: [zie verder ald.]
Zaterdag 15 juli: Heldersche Courant
[bl. 1 kol. 1-2: Identiek aan bericht “Men meldt ...” in LC.]
Vrijdag 21 juli: Algemeen Handelsblad
[bl. 1 kol. 1] Aan de Redactie!
In den laatsten tijd werd in enkele dagbladen gewag gemaakt van een oud handschrift, in bezit van den heer C. Over de Linden te Helder.
Daar ik mij juist onlangs te dier plaatse bevond, besloot ik den heer Over de Linden een bezoek te brengen, ten einde kennis te nemen van het bovengenoemde handschrift.
Hoewel het origineele in handen van dr. Ottema te Leeuwarden was, liet de heer O.d.L. mij eenige photographische afbeeldingen van enkele pagina’s zien, die volgens ZEd. volkomen gelijkend aan het origineel waren; hij deelde mij vele bijzonderheden mede en liet mij ten slotte de vertaling van het HS. lezen. Dr. Ottema zegt te recht:
«De inhoud van het geheel is in allen opzichte nieuw, namelijk er staat bijna niets in, dat wij reeds van elders wisten.”
Ja, ongetwijfeld zal dit belangrijk geschrift veel licht verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen, personen en jaartallen uit de oude geschiedenis.
Zoo meldt o.a. het handschrift, dat in het midden der 16e eeuw vóór Christus de verbinding van de Roode zee met de Bittermeren nog bestond en de straat nog bevaarbaar was, doch dat kort na de doorvaart der Geertmannen (1551 v.C.) beide zee en aarde beefden, en de aarde haar lijf zoo hoog ophief, dat al het water de straat uitliep en dat alle wadden en schorren als een wal oprezen.
Op geen der oude geographen vindt men melding van die vormalige zeeëngte of van het ontstaan der landengte van Suez.
Op eene andere plaats lezen wij, dat Athene gesticht is door Minerva, omstreeks 1600 jaren v.C. Deze Minerra is eene burgtmaagd, priesteres van Frija op de burgt Walhallagara (Walcheren), die met de vloot van Jon, aan het hoofd eener kolonie, in, Attica is galand en aldaar eene burgt heeft gebouwd, welke zij den naam gaf van Athene, omdat zij als Âthen (vrienden) daar gekomen waren.
Dit zijn slechts een paar voorbeelden om aan te toonen hoe belangrijk dit HS. voor de wetenschap kan worden.
Een paar aanhalingen uit het verslag van dr. J.G. Ottema aan het Friesche Genootschap vinden hier nog hare plaats:
«Het schrift, dat met geen bekende lettervormen geheel overeenkomt, gelijkt oppervlakkig nog het meest op het Grieksche schrift, zooals dit op monumenten of in de oudste handschriften voorkomt, en behoort tot den vorm, die men lapidair of steenschrift noemt.
«Het papier, groot kwarto formaat, is katoen papier, zonder water- of fabriekmerk.
«De taal is overoud Friesch, nog ouder dan de taal van het Friesch Rjuchtboek.
«De stijl is hoogst eenvoudig, beknopt, in korte volzinnen, ongedwongen zich bewegende, evenals de dagelijksche spreektaal, en vrij in de vormen der woorden.
«De spelling eveneens hoogst eenvoudig en gemakkelijk, zoodat de lezing geene de minste moeite kost.
«Als antiquiteit van taal en schrift, geloof ik te kunnen zeggen, dat dit boek geheel eenig in zijn soort is.
«Het boek bestaat uit twee van elkander zeer verschillende, en in tijd vrij ver verwijderde gedeelten. Als schrijfster van het eerste gedeelte noemt zich Adela, de vrouw van Apol, de grevetman over de Lindaoorden. Dit is vervolgd door haren zoon Adelbrost en hare dochter Apollonia.”
Dit schrijven had volgens het HS. plaats in 558 v. Chr. De laatste schrijver, wiens naam onbekend is, doet zich evenwel zeer duidelijk kennen als een tijdgenoot van Zwarte Adel of Askar (70 voor tot 11 na C.).
«Ik kan niet den geheelen inhoud van dit merkwaardige geschrift ontleden, en moet mij vergenoegen met de gemaakte opmerkingen. Zij mogen eenig denkbeeld geven van den rijkdom en de belangrijkheid van dien inhoud.
«Wij mogen dus aannemen, dat wij in dit geschrift, waarvan het eerste gedeelte is opgesteld in de 6e eeuw vóór onze jaartelling, het oudste voortbrengsel (op Homerus en Hesiodus na) van de Europeesche letterkunde ontmoeten.
«En daar vinden wij in ons vaderland eene eeuwenoude bevolking in het bezit van eene ontwikkeling, beschaving, nijverheid, scheepvaart, koophandel, letterkunde en zuivere verhevene godsdienstige begrippen, waarvan wij nooit eenig vermoeden hebben gehad. In onze voorstelling reikten de geschiedkundige herinneringen, van ons volk niet hooger dan tot de komst van Friso‚ den vermeenden stamvader der Friezen; doch hier ontwaren wij, dat die herinneringen opklimmen tot meer dan twee duizend jaren vóór Christus, en in hoogen ouderdom die van Hellas overtreffen, en die van Israël evenaren.”
Door de plaatsing dezer regelen, die voorzeker belangrijk voor de wetenschap kunnen worden, zult gij verplichten
mijnheer de Redacteur, / UEd. Dw. Dienaar / H.A.W.
Amsterdam, / 19 Juli 1871.
Maandag 24 juli: Het Vaderland
[bl. 2 kol. 3] Omtrent een oud-Friesch handschrift in bezit van den beer C. Over de Linden te Helder namen wij voor eenige dagen oen bericht over uit het N. v.d. Dag.
Thans worden in een ingezonden stuk in ’t Handelsblad nadere bijzonderheden medegedeeld door iemand, die bij den heer Over de Linden de fotografie van sommige bladen gezien heeft en de vertaling van het geheel heeft gelezen. Het origineel is thans in handen van dr. Ottema te Leeuwarden, die daarover reeds een rapport aan het Friesch Genootschap schijnt uitgebracht te hebben.
Wat thans in het Handelsblad wordt meegedeeld, is al zeer weinig geschikt om vertrouwen te wekken in de echtheid van het boek. Ook de enkele citaten uit het rapport van dr. J.G. Ottema, voorkomende in dit ingezonden stuk, wekken twijfel, of die geleerde wel sceptisch genoeg gezind is tegenover een zoo exorbitante verschijning als dit boek, wanneer het echt was, zijn zou.
Zoo lezen wij:
»In onze voorstelling reikten de geschiedkundige herinneringen van ons volk niet hooger dan tot de komst van Friso, den vermeenden stamvader der Friezen; doch hier ontwaren wij, dat die herinneringen opklimmen tot meer dan tweeduizend jaren vóor Christus, en in hoogen ouderdom die van Hellas overtreffen, en die van Israël evenaren.”
— Wat wij nu van dien Friso, die door Van Haren bezongen is, te denken hebben, weet ieder; en de wijze, waarop zijn naam hier genoemd wordt, is weinig overeenkomstig den eisch eener behoedzame critiek.
»En daar vinden wij” zegt dr. Ottema verder »in ons vaderlaad” (eventjes 500 jaar voor Chrs.)
»eene eeuwenoude bevolking in het bezit van een ontwikkeling, beschaving, nijverbeid, scheepvaart, koophandel, letterkunde en zuivere verhevene godsdienstige begrippen, waarvan wij nooit eenig vermoeden hebben gehad.”
— Bij dr. Ottema is dit een uitroep van bewondering; en niet, gelijk het moest zijn, een bewijs tegen de echtheid van het geschrift.
En wat deelt nu de inzender in ’t Handelsblad, die gelooft, dat »dit belangrijk geschrift veel licht zal verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen” omtrent den inhoud mede? Twee staaltjes:
»Het Handschr. meldt, dat in het midden der 16e eeuw vóor Christus de verbinding van de Roode Zee met de Bittermeren nog bestond en de straat nog bevaarbaar was, doch dat kort na de doorvaart der Geertmannen (1551 v.C.) beide zee en aarde beefden, en de aarde haar lijf zoo hoog ophief, dat al het water de straat uitliep en dat alle wadden en schorren als een wal oprezen.”
Aan speculaties van een of ander dilettant uit de 17e of 18e eeuw doet dit denken; — in een Friesch handschrift van veel ouder datum zou geheel iets anders te lezen staan.
Of wat zegt men van het volgende?
»Op eene andere plaats lezen wij, dat Athene gesticht is door Minerva, omstreeks 1000 jaren v.C. Deze Minerva is eene burgtmaagd, priesteres van Frija op de burgt Walhallagara (Walcheren), die met de vloot van Jon, aan het hoofd eener kolonie, in Attica is geland en aldaar eene burgt heeft gebouwd, welke zij den naam gaf van Athena, omdat zij als áthen (vrienden) daar gekomen waren.”
Inderdaad men moet bijzonder naïef zijn, om, gelijk de Inzender in ’t Handelsbl., daarop te laten volgen:
»Dit zijn slechts een paar voorbeelden om aan te toonen hoe belangrijk dit HS. voor de wetenschap kan worden.”
of om met dr. Ottema te kunnen schrijven:
»De inhoud van het geheel is in allen opzichte nieuw; namelijk er staat bijna niets in, dat wij van elders reeds wisten.”
Voeg nu daarbij de volgende overwegingen:
»Het papier groot kwarto formaat, is katoen papier, zonder water- of fabriekmerk.”
Tusschen het voorgegeven jaar der vervaardiging 558 voor Chr. — wij schamen ons bijna het zotte jaartal te moeten opschrijven — en 1871 zal nooit ofte nimmer het bestaan van dat boek aan eenig geleerde, en daardoor algemeen, bekend geworden zijn! En nu het eindelijk gevonden wordt bij een eerzaam burger aan Den Helder, wordt zelfs geen woord omtrent de vorige lotgevallen medegedeeld.
Twijfel aan de onechtheid is onmogelijk.
Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek?
Woensdag 23 augustus: Het Nieuws van den Dag
[Ontbreekt op Delpher; Zie het citaat in het naar dit bericht verwijzend artikel hieronder.]
Donderdag 24 augustus: Het Vaderland
[bl. 2 kol. 4]
»Omtrent het vroeger vermelde oud-Friesch handschrift, in bezit van den heer C. Over de Linden te Helder, meldt men ons”
zoo schrijft het N. v.d. Dag
»thans nader, dat de archivaris van Friesland, de heer G. Colmjon, grondig beoefenaar der Friesche taal, het stuk, na het geheel gelezen te hebben, bepaald voor onecht houdt hoofdzakelijk op grond, dat de stijl veel te nieuwerwetsch is. Er komen zeer vele uitdrukkingen in het handschrift [regel onleesbaar] hooren, alzoo in regelrechten strijd zijn met de opgegeven oudheid van het stuk, en den deskundige, tenzij hij door te veel voorliefde worde geleid, geen twijfel kunnen overlaten. Het oordeel van zulk een warm voorstander van Frieslands taal en geschiedenis, die zeker gaarne zoude wenschen dat het handschrift waarheid bevatte, mag men in deze wel voor onpartijdig houden.”
Reeds in ons nummer van 24 Juli hebben wij al de zotheden, die in dat H.S. voorkomen, afgedaan. Het ''N.v.d.D. schijnt echter in staat te zijn geweest om zelfs na hetgeen uit het Handschr. publiek geworden was, nog een maand lang te denken, dat het wel echt kon zijn! — ’t Is evenwel waar, het ''N.v.d.D.'' had het eerst de belangrijke vondst wereldkundig gemaakt!!
25 of 26 augustus: Bildtsche Courant
[Niet op web; eveneens het overgenomen bericht uit NvdD 23-8 (“vernemen wij thans uit goede bron”), zoals blijkt uit LC 27-8.]
Zaterdag 26 augustus: Heldersche Courant
[bl. 1 kol. 1: Als citaat in Vaderland 24-8: “... te Helder, meldt men aan het Nieuws van den Dag thans nader, ...”]
Zondag 27 augustus: Leeuwarder Courant
[bl. 2 kol. 1: Als boven: “...te Helder, vernemen wij thans uit goede bron, zegt de Bildtsche Courant, ...”]
Dinsdag 29 augustus: Leeuwarder Courant
[bl. 5 kol. 1-2] Historische Mengelingen.
Der Friezen Herkomst volgens het boek van Adela.
Onder dezen titel is onlangs verschenen een „Verslag omtrent een overoud Handschrift, bij het Friesch Genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde te Leeuwarden uitgebragt door Dr. J.G. Ottema.”
Dit stuk heeft met alle regt opzien gebaard, en is in sommige dagbladen hieran korte melding gemaakt. Daar het alle onderscheiding verdient, willen wij er hier een wat uitvoeriger overzigt van geven.
Dat Handschrift wordt sinds onheugelijke jaren bewaard in de familie van den Heer C. over de Linden te Helder, zonder dat iemand de
[meer volgt]
Noten
- ↑ Bekend door verwijzing in ander bericht. Datum is onzeker.