Jump to content

1871 Het jaar van bekendwording: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
No edit summary
Line 1: Line 1:
== Nieuws over het ''“overoude handschrift”'' in tijdschriften 1871 ==
'''<big>Nieuws over het ''“overoude handschrift”'' in tijdschriften 1871</big>'''<div class="column_lists">
<div class="column_lists">
<u>Afkortingen en volledige naam als bij bron</u>
<u>Afkortingen en volledige naam als bij bron</u>
*''AHb'' = Algemeen Handelsblad
*''AHb'' = Algemeen Handelsblad
Line 87: Line 86:
Tevens: ''De Navorscher'' (maandblad?), jg. 21, bl. 556-560 [<nowiki/>[[1871 Navorscher|hier]]]
Tevens: ''De Navorscher'' (maandblad?), jg. 21, bl. 556-560 [<nowiki/>[[1871 Navorscher|hier]]]


'''<big>(gerangschikt naar dag)</big>'''
== <big>Berichten, gerangschikt naar dag</big> ==
----


=== woensdag 12 juli: ''Het Nieuws van den Dag'' ===
=== woensdag 12 juli: ''Het Nieuws van den Dag'' ===

Revision as of 06:40, 10 September 2025

Nieuws over het “overoude handschrift” in tijdschriften 1871

Afkortingen en volledige naam als bij bron

  • AHb = Algemeen Handelsblad
  • (Ct. = Courant)
  • HC = Heldersche Courant
  • LC = Leeuwarder courant
  • NvdD = Het nieuws van den dag: kleine courant
  • Spect. = De Nederlandsche Spectator
  • Vaderland = Het vaderland
  • Dev. Wb. = Deventer Weekblad

Naam maand-dag
AHb 07-21
AHb 11-22
Bildtsche Ct. 08-26
Dev. Wb. 09-20
Dev. Wb. 11-08
HC 07-15
HC 08-26
HC 09-16
HC 09-27
HC 11-25
LC 07-14
LC 08-27
LC 08-29
LC 09-05
LC 09-10
LC 09-12
LC 09-17
LC 09-19
NvdD 07-12
NvdD 08-23
NvdD 09-15
NvdD 11-24
Spect. 09-30
Spect. 10-07
Spect. 10-14
Spect. 10-21
Spect. 10-28
Spect. 11-04
Spect. 11-11
Spect. 12-16
Vaderland 07-24
Vaderland 08-24
Vaderland 09-14

Tevens: De Navorscher (maandblad?), jg. 21, bl. 556-560 [hier]

Berichten, gerangschikt naar dag

woensdag 12 juli: Het Nieuws van den Dag

Twee dagen na de vergadering van Gedeputeerde Staten Friesland met inbreng van het verslag van Ottema voor het Friesch Genootschap.

[bl.2 kol. 3] Men meldt ons het volgende: De heer C. Over de Linden, te Helder, bezit een overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard, dat de aandacht heeft getrokken van het Friesch Genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde. Het moet geschreven zijn in 1256, doch is voor een groot gedeelte het afschrift van veel oudere stukken, waarvan het oudste dagteekent 558 jaren vóór Christus. Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch.

vrijdag 14 juli: Leeuwarder Courant

[bl. 1-2] Vergadering der Staten van Friesland / Zitting van 10 Julij. / Aanwezig 36 leden.

(...)

88. Aanbieding door gedeputeerde staten van een verslag enz. van dr. J.G. Ottema, aangaande zeker overoud Friesch handschrift. — Rondgedeeld en ter griffie gelegd.

(...)

[bl. 2 kol. 4] Men meldt aan het Nieuws v.d. Dag het volgende: [zie verder ald.]

zaterdag 15 juli: Heldersche Courant

[Identiek aan bericht “Men meldt” in LC.]

vrijdag 21 juli: Algemeen Handelsblad

[bl. 1 kol. 1] Aan de Redactie!

In den laatsten tijd werd in enkele dagbladen gewag gemaakt van een oud handschrift, in bezit van den heer C. Over de Linden te Helder.

Daar ik mij juist onlangs te dier plaatse bevond, besloot ik den heer Over de Linden een bezoek te brengen, ten einde kennis te nemen van het bovengenoemde handschrift.

Hoewel het origineele in handen van dr. Ottema te Leeuwarden was, liet de heer O.d.L. mij eenige photographische afbeeldingen van enkele pagina’s zien, die volgens ZEd. volkomen gelijkend aan het origineel waren; hij deelde mij vele bijzonderheden mede en liet mij ten slotte de vertaling van het HS. lezen. Dr. Ottema zegt te recht:

«De inhoud van het geheel is in allen opzichte nieuw, namelijk er staat bijna niets in, dat wij reeds van elders wisten.”

Ja, ongetwijfeld zal dit belangrijk geschrift veel licht verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen, personen en jaartallen uit de oude geschiedenis.

Zoo meldt o.a. het handschrift, dat in het midden der 16e eeuw vóór Christus de verbinding van de Roode zee met de Bittermeren nog bestond en de straat nog bevaarbaar was, doch dat kort na de doorvaart der Geertmannen (1551 v.C.) beide zee en aarde beefden, en de aarde haar lijf zoo hoog ophief, dat al het water de straat uitliep en dat alle wadden en schorren als een wal oprezen.

Op geen der oude geographen vindt men melding van die vormalige zeeëngte of van het ontstaan der landengte van Suez.

Op eene andere plaats lezen wij, dat Athene gesticht is door Minerva, omstreeks 1600 jaren v.C. Deze Minerra is eene burgtmaagd, priesteres van Frija op de burgt Walhallagara (Walcheren), die met de vloot van Jon, aan het hoofd eener kolonie, in, Attica is galand en aldaar eene burgt heeft gebouwd, welke zij den naam gaf van Athene, omdat zij als Âthen (vrienden) daar gekomen waren.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden om aan te toonen hoe belangrijk dit HS. voor de wetenschap kan worden.

Een paar aanhalingen uit het verslag van dr. J.G. Ottema aan het Friesche Genootschap vinden hier nog hare plaats:

«Het schrift, dat met geen bekende lettervormen geheel overeenkomt, gelijkt oppervlakkig nog het meest op het Grieksche schrift, zooals dit op monumenten of in de oudste handschriften voorkomt, en behoort tot den vorm, die men lapidair of steenschrift noemt.

«Het papier, groot kwarto formaat, is katoen papier, zonder water- of fabriekmerk.

«De taal is overoud Friesch, nog ouder dan de taal van het Friesch Rjuchtboek.

«De stijl is hoogst eenvoudig, beknopt, in korte volzinnen, ongedwongen zich bewegende, evenals de dagelijksche spreektaal, en vrij in de vormen der woorden.

«De spelling eveneens hoogst eenvoudig en gemakkelijk, zoodat de lezing geene de minste moeite kost.

«Als antiquiteit van taal en schrift, geloof ik te kunnen zeggen, dat dit boek geheel eenig in zijn soort is.

«Het boek bestaat uit twee van elkander zeer verschillende, en in tijd vrij ver verwijderde gedeelten. Als schrijfster van het eerste gedeelte noemt zich Adela, de vrouw van Apol, de grevetman over de Lindaoorden. Dit is vervolgd door haren zoon Adelbrost en hare dochter Apollonia.”

Dit schrijven had volgens het HS. plaats in 558 v. Chr. De laatste schrijver, wiens naam onbekend is, doet zich evenwel zeer duidelijk kennen als een tijdgenoot van Zwarte Adel of Askar (70 voor tot 11 na C.).

«Ik kan niet den geheelen inhoud van dit merkwaardige geschrift ontleden, en moet mij vergenoegen met de gemaakte opmerkingen. Zij mogen eenig denkbeeld geven van den rijkdom en de belangrijkheid van dien inhoud.

«Wij mogen dus aannemen, dat wij in dit geschrift, waarvan het eerste gedeelte is opgesteld in de 6e eeuw vóór onze jaartelling, het oudste voortbrengsel (op Homerus en Hesiodus na) van de Europeesche letterkunde ontmoeten.

«En daar vinden wij in ons vaderland eene eeuwenoude bevolking in het bezit van eene ontwikkeling, beschaving, nijverheid, scheepvaart, koophandel, letterkunde en zuivere verhevene godsdienstige begrippen, waarvan wij nooit eenig vermoeden hebben gehad. In onze voorstelling reikten de geschiedkundige herinneringen, van ons volk niet hooger dan tot de komst van Friso‚ den vermeenden stamvader der Friezen; doch hier ontwaren wij, dat die herinneringen opklimmen tot meer dan twee duizend jaren vóór Christus, en in hoogen ouderdom die van Hellas overtreffen, en die van Israël evenaren.”

Door de plaatsing dezer regelen, die voorzeker belangrijk voor de wetenschap kunnen worden, zult gij verplichten

mijnheer de Redacteur, / UEd. Dw. Dienaar / H.A.W.

Amsterdam, / 19 Juli 1871.

maandag 24 juli: Het Vaderland

Omtrent een oud-Friesch handschrift in bezit van den beer C. Over de Linden te Helder namen wij voor eenige dagen oen bericht over uit het N. v.d. Dag.

Thans worden in een ingezonden stuk in ’t Handelsblad nadere bijzonderheden medegedeeld door iemand, die bij den heer Over de Linden de fotografie van sommige bladen gezien heeft en de vertaling van het geheel heeft gelezen. Het origineel is thans in handen van dr. Ottema te Leeuwarden, die daarover reeds een rapport aan het Friesch Genootschap schijnt uitgebracht te hebben.

Wat thans in het Handelsblad wordt meegedeeld, is al zeer weinig geschikt om vertrouwen te wekken in de echtheid van het boek. Ook de enkele citaten uit het rapport van dr. J.G. Ottema, voorkomende in dit ingezonden stuk, wekken twijfel, of die geleerde wel sceptisch genoeg gezind is tegenover een zoo exorbitante verschijning als dit boek, wanneer het echt was, zijn zou.

Zoo lezen wij:

»In onze voorstelling reikten de geschiedkundige herinneringen van ons volk niet hooger dan tot de komst van Friso, den vermeenden stamvader der Friezen; doch hier ontwaren wij, dat die herinneringen opklimmen tot meer dan tweeduizend jaren vóor Christus, en in hoogen ouderdom die van Hellas overtreffen, en die van Israël evenaren.”

— Wat wij nu van dien Friso, die door Van Haren bezongen is, te denken hebben, weet ieder; en de wijze, waarop zijn naam hier genoemd wordt, is weinig overeenkomstig den eisch eener behoedzame critiek.

»En daar vinden wij” zegt dr. Ottema verder »in ons vaderlaad” (eventjes 500 jaar voor Chrs.)

»eene eeuwenoude bevolking in het bezit van een ontwikkeling, beschaving, nijverbeid, scheepvaart, koophandel, letterkunde en zuivere verhevene godsdienstige begrippen, waarvan wij nooit eenig vermoeden hebben gehad.”

— Bij dr. Ottema is dit een uitroep van bewondering; en niet, gelijk het moest zijn, een bewijs tegen de echtheid van het geschrift.

En wat deelt nu de inzender in ’t Handelsblad, die gelooft, dat »dit belangrijk geschrift veel licht zal verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen” omtrent den inhoud mede? Twee staaltjes:

»Het Handschr. meldt, dat in het midden der 16e eeuw vóor Christus de verbinding van de Roode Zee met de Bittermeren nog bestond en de straat nog bevaarbaar was, doch dat kort na de doorvaart der Geertmannen (1551 v.C.) beide zee en aarde beefden, en de aarde haar lijf zoo hoog ophief, dat al het water de straat uitliep en dat alle wadden en schorren als een wal oprezen.”

Aan speculaties van een of ander dilettant uit de 17e of 18e eeuw doet dit denken; — in een Friesch handschrift van veel ouder datum zou geheel iets anders te lezen staan.

Of wat zegt men van het volgende?

»Op eene andere plaats lezen wij, dat Athene gesticht is door Minerva, omstreeks 1000 jaren v.C. Deze Minerva is eene burgtmaagd, priesteres van Frija op de burgt Walhallagara (Walcheren), die met de vloot van Jon, aan het hoofd eener kolonie, in Attica is geland en aldaar eene burgt heeft gebouwd, welke zij den naam gaf van Athena, omdat zij als áthen (vrienden) daar gekomen waren.”

Inderdaad men moet bijzonder naïef zijn, om, gelijk de Inzender in ’t Handelsbl., daarop te laten volgen:

»Dit zijn slechts een paar voorbeelden om aan te toonen hoe belangrijk dit HS. voor de wetenschap kan worden.”

of om met dr. Ottema te kunnen schrijven:

»De inhoud van het geheel is in allen opzichte nieuw; namelijk er staat bijna niets in, dat wij van elders reeds wisten.”

Voeg nu daarbij de volgende overwegingen:

»Het papier groot kwarto formaat, is katoen papier, zonder water- of fabriekmerk.”

Tusschen het voorgegeven jaar der vervaardiging 558 voor Chr. — wij schamen ons bijna het zotte jaartal te moeten opschrijven — en 1871 zal nooit ofte nimmer het bestaan van dat boek aan eenig geleerde, en daardoor algemeen, bekend geworden zijn! En nu het eindelijk gevonden wordt bij een eerzaam burger aan Den Helder, wordt zelfs geen woord omtrent de vorige lotgevallen medegedeeld.

Twijfel aan de onechtheid is onmogelijk.

Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek?

[meer volgt]