NL065.15 Jon: Difference between revisions
→Ott werkversie: FELT vertalingen |
→Ott werkversie: landweermannen |
||
| Line 11: | Line 11: | ||
Maar toen Jon hier aankwam en zag hoe Kelta onze beroemde burcht had verwoest, ontstak hij zo uitermate razend dat hij met al zijn mannen op de Flieburg afging '''[[066|[066]]]''' en daar ter vergelding de rode haan in stak.<ref>‘de rode haan in stak’ (<span class="fryas">THENE RÁDE HÔNE AN STEK</span>) — of: brand stichtte (uitdrukking).</ref> De Foddik en de Maagden werden door zijn schout-bij-nacht en een paar van zijn mannen gered, maar Sierheid of Kelta konden ze niet te pakken krijgen. Zij klom op de verste kanteel en iedereen dacht dat ze wel in de vlammen moest omkomen, maar wat gebeurde? Terwijl al haar lieden stug en stijf van schrik stonden, kwam ze nog mooier dan daarvoor aandraven op haar strijdros, roepend: “Naar Kelta, mijn mannen!” Daarop stroomde het Oera Schelda-volk tesamen. Toen de zeevaarders dat zagen riepen zij: “Voor Minerva, wij!” En daaruit kwam een oorlog voort, waarin duizenden zijn gevallen. | Maar toen Jon hier aankwam en zag hoe Kelta onze beroemde burcht had verwoest, ontstak hij zo uitermate razend dat hij met al zijn mannen op de Flieburg afging '''[[066|[066]]]''' en daar ter vergelding de rode haan in stak.<ref>‘de rode haan in stak’ (<span class="fryas">THENE RÁDE HÔNE AN STEK</span>) — of: brand stichtte (uitdrukking).</ref> De Foddik en de Maagden werden door zijn schout-bij-nacht en een paar van zijn mannen gered, maar Sierheid of Kelta konden ze niet te pakken krijgen. Zij klom op de verste kanteel en iedereen dacht dat ze wel in de vlammen moest omkomen, maar wat gebeurde? Terwijl al haar lieden stug en stijf van schrik stonden, kwam ze nog mooier dan daarvoor aandraven op haar strijdros, roepend: “Naar Kelta, mijn mannen!” Daarop stroomde het Oera Schelda-volk tesamen. Toen de zeevaarders dat zagen riepen zij: “Voor Minerva, wij!” En daaruit kwam een oorlog voort, waarin duizenden zijn gevallen. | ||
In die tijd was Rosamuda — dat is: Rozenmond — Volksmoeder. Ze had veel met de mantel der liefde bedekt, maar nu het zo erg werd trad ze doortastend op. Onmiddelijk zond ze bodes door de grenspalen en liet een noodverordening bekendmaken. Daarop kwamen er | In die tijd was Rosamuda — dat is: Rozenmond — Volksmoeder. Ze had veel met de mantel der liefde bedekt, maar nu het zo erg werd trad ze doortastend op. Onmiddelijk zond ze bodes door de grenspalen en liet een noodverordening bekendmaken. Daarop kwamen er landweermannen vanuit alle oorden. Al het strijdende landvolk werd gevangen genomen, maar Jon bracht zich met zijn mannen in veiligheid op zijn vloot, met medeneming van beide Foddiken alsook Minerva en de Maagden van beide burchten. | ||
Helprik de Heerman beval zijn aanhouding, maar terwijl alle | Helprik de Heerman beval zijn aanhouding, maar terwijl alle weermannen nog aan de overkant van de Schelde waren, voer Jon terug naar het Fliemeer en vervolgens weer naar onze eilanden, zodat zijn mannen en velen van ons volk '''[[067|[067]]]''' vrouw en kinderen aan boord konden nemen. En toen Jon inzag dat men hem en zijn lieden als misdadigers wilde straffen, gingen ze er in stilte vandoor. | ||
Daar deed hij goed aan, want allen die gevochten hadden, van zowel onze eilandbewoners als het Oera Schelda-volk, werden naar Brittanja verbannen; een rampzalige straf, want dit luidde het begin in van het einde. | Daar deed hij goed aan, want allen die gevochten hadden, van zowel onze eilandbewoners als het Oera Schelda-volk, werden naar Brittanja verbannen; een rampzalige straf, want dit luidde het begin in van het einde. | ||
Revision as of 16:02, 3 July 2024
Ontwerp 2025 Ott
9b. De Vloot van Jon
[065/15] Hierbij komt de geschiedenis van Jon.
(Jon, Jôn, John en Ján zijn allemaal afkortingen van jéven: gegeven. De zeevaarders spreken het zo uit; Om op zee snel en luid te kunnen roepen, korten ze uit gewoonte alles af.)
Jon — dat is van jéva: geven — een zeekoning, geboren aan het Alderga, was met honderdzevenentwintig schepen het Fliemeer uitgevaren, toegerust voor een grote buitenreis, rijk beladen met barnsteen, tin, koper, ijzer, laken, linnen, pelzen en maagdenvilt van otter-, bever- en konijnenvacht. Nu zou hij hiervandaan nog schrijfvellen meenemen.
Maar toen Jon hier aankwam en zag hoe Kelta onze beroemde burcht had verwoest, ontstak hij zo uitermate razend dat hij met al zijn mannen op de Flieburg afging [066] en daar ter vergelding de rode haan in stak.[1] De Foddik en de Maagden werden door zijn schout-bij-nacht en een paar van zijn mannen gered, maar Sierheid of Kelta konden ze niet te pakken krijgen. Zij klom op de verste kanteel en iedereen dacht dat ze wel in de vlammen moest omkomen, maar wat gebeurde? Terwijl al haar lieden stug en stijf van schrik stonden, kwam ze nog mooier dan daarvoor aandraven op haar strijdros, roepend: “Naar Kelta, mijn mannen!” Daarop stroomde het Oera Schelda-volk tesamen. Toen de zeevaarders dat zagen riepen zij: “Voor Minerva, wij!” En daaruit kwam een oorlog voort, waarin duizenden zijn gevallen.
In die tijd was Rosamuda — dat is: Rozenmond — Volksmoeder. Ze had veel met de mantel der liefde bedekt, maar nu het zo erg werd trad ze doortastend op. Onmiddelijk zond ze bodes door de grenspalen en liet een noodverordening bekendmaken. Daarop kwamen er landweermannen vanuit alle oorden. Al het strijdende landvolk werd gevangen genomen, maar Jon bracht zich met zijn mannen in veiligheid op zijn vloot, met medeneming van beide Foddiken alsook Minerva en de Maagden van beide burchten.
Helprik de Heerman beval zijn aanhouding, maar terwijl alle weermannen nog aan de overkant van de Schelde waren, voer Jon terug naar het Fliemeer en vervolgens weer naar onze eilanden, zodat zijn mannen en velen van ons volk [067] vrouw en kinderen aan boord konden nemen. En toen Jon inzag dat men hem en zijn lieden als misdadigers wilde straffen, gingen ze er in stilte vandoor.
Daar deed hij goed aan, want allen die gevochten hadden, van zowel onze eilandbewoners als het Oera Schelda-volk, werden naar Brittanja verbannen; een rampzalige straf, want dit luidde het begin in van het einde.
Noten en andere vertalingen
Noten
- ↑ ‘de rode haan in stak’ (THENE RÁDE HÔNE AN STEK) — of: brand stichtte (uitdrukking).
Overwijn 1951
[/65] Hierbij komt de geschiedenis van (Jon) Ioniër.
Jon, (Joon, Jhon en Jaan, betekent: ‘gegeven’ (jeven), maar) dat ligt aan de uitspraak van de zeelieden, die uit gewoonte alles verkorten, om het verweg en luid te kunnen roepen. Jon, (dat is 'gegeven'), was zeekoning, (geboren te Alderga), bij ’t Vliedmeer uitgevaren met 127 schepen, uitgerust voor een grote reis en rijk beladen met barnsteen, tin, koper, ijzer, laken, vlasvilt en vrouwenvilt van otter-, bever- en konijnenhaar. Nu zou hij van hier nog schrijfvilt meenemen, maar toen de Ioniër hier kwam en zag, hoe Kälta onze roemrijke burcht verwoest had, werd hij zo uitermate boos, dat hij met al zijn manschappen op de Vliedburcht afging en daar ter vergelding de rode haan opstak. Maar door zijn schout-bij-nacht en sommigen van zijn manschappen werden de lamp en de maagden gered, maar Syra of Kälta konden zij niet vatten. Deze klom op de uiterste tinne, iedereen dacht, dat zij in de vlammen zou omkomen, maar wat gebeurde? Terwijl al haar lieden stokstijf van schrik stonden, kwam zij schoner dan ooit tevoren op haar ros aanrijden, hun toeroepende: „naar Kälta, mijnes.” Toen liep het [67] andere Scheldevolk te hoop. Zodra de zeelieden dat zagen, riepen zij: „wij voor Minerva”, Daaruit is een oorlog ontstaan, waardoor duizenden gevallen zijn.
In die tijd was Rosamon (dat is Rosamuda), Moeder; zij had veel in der minne geschikt om de vrede te bewaren, doch nu het zo erg werd, maakte zij korte metten. Terstond zond zij boden langs de landpalen en liet een algemene noodban uitroepen, toen kwamen de landverdedigers uit alle oorden vandaan. Het strijdende landvolk werd opgepakt, maar Jon borg zich met zijn manschappen op zijn vloot, de beide lampen meenemende, benevens Minerva en de maagden van de beide burchten. Helprik, de veldheer, eiste hem op, maar terwijl alle troepen nog aan de overzijde van de Schelde waren, voer de Ioniër terug naar ’t Vliedmeer en terstond weer naar onze eilanden. Zijn mensen en velen van ons volk namen vrouw en kinderen aan boord, en toen de Ioniër nu zag, dat men hem en zijn volk als misdadigers wilde straffen, vertrok hij heimelijk. Daar deed hij wel aan, want al onze eilanders en het andere Scheldevolk, dat gevochten had, werd naar Brittannië gebracht. Deze stap was verkeerd, want nu kwam het begin van het einde.
Ottema 1876
[91] Hierbij komt de geschiedenis van Jon.
Jon, Jôn, Jhon en Jan is gelijk met gegeven, doch dat ligt aan de uitspraak der zeelieden, die uit gewoonte alles bekorten, om het verre te mogen spreken en luide te roepen. Jon, dat is gegeven, was zeekoning, geboren te Alderga, het [93] Flymeer uitgevaren met 127 schepen, uitgerust voor eene groote reis en rijk geladen met barnsteen, tin, koper, ijzer, laken, linnen, vilt, vrouwenvilt van otters, bevers en konijnenhaar. Nu zoude hij van hier nog schrijfvilt medenemen; doch toen Jon hier kwam en zag, hoe Kælta onze roemrijke burgt verwoest had, toen werd hij zoo uitermate boos, dat hij met alle zijne manschappen op Flyburch losging en daar tot vergelding den rooden haan instak. Maar door zijn schout bij nacht en sommige zijner manschappen werden de lamp en de maagden gered; doch Syrheed of Kælta mochten zij niet vatten. Zij klom op de uiterste tinne; iedereen meende dat zij in de vlammen moest omkomen; doch wat gebeurde? Terwijl al hare lieden stokstijf van schrik stonden, kwam zij schooner als te voren op haren klepper, hun toeroepende: naar Kælta Minhis. Toen stroomde het andere Schelda volk te hoop. Als de zeelieden dat zagen, riepen zij: wij voor Minerva. Daaruit is een oorlog ontstaan, waardoor duizende gesneuveld zijn.
Te dier tijde was Rosamund, dat is Rosamuda, Moeder; zij had veel in der minne gedaan om vrede te bewaren, doch nu het zoo erg kwam, maakte zij korte maat. Terstond zond zij boden door de landpalen en liet een algemeene noodban uitroepen; toen kwamen de landverdedigers uit alle oorden weg. Het strijdende landvolk werd al gevat; maar Jon bergde zich met zijne manschappen op zijne vloot, medenemende de beide lampen, benevens Minerva en de maagden van de beide burgten. Helprijk, de heerman, liet hem indagen, maar terwijl alle soldaten nog aan de overzijde van de Schelde waren, voer Jon terug naar het Flymeer en terstond weder naar onze eilanden. Zijne krijgslieden en vele van ons volk namen vrouw en kinderen aan boord, en als Jon nu zag, dat men hem en zijne lieden als misdadigers wilde straffen, vertrok hij heimelijk. Hij deed terecht, want al onze eilanders en het andere Schelde volk, die gevochten [95] hadden, werden naar Brittanje gebracht. Deze stap was verkeerd, want nu kwam het begin van het einde.
Nl 09a Kelta en Minerva ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 09c Kelta en de Golen