Jump to content

NL023.07 Oorlogstijd: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
Overwijn
No edit summary
Line 2: Line 2:


=={{Versie_Own}}==
=={{Versie_Own}}==
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">
'''[/25]''' '''Hier zijn de rechten der Moeder en der koningen.'''
'''[/25]''' '''Hier zijn de rechten der Moeder en der koningen.'''


Line 27: Line 28:


12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon. Dan zal men het terugnemen.
12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon. Dan zal men het terugnemen.
</div>


==Ottema 1876==
==Ottema 1876==
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">
'''[/35]''' '''Hier zijn de rechten der moeder en der koningen.'''
'''[/35]''' '''Hier zijn de rechten der moeder en der koningen.'''


Line 54: Line 57:


12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon, dan zal men het terug nemen.
12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon, dan zal men het terug nemen.
</div>
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 03e Zekerheid|back=Nl 03c Oorlogswetten}}


==Noten==
<references />
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Hk 03 Wetten en Rechten^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 03 Wetten en Rechten^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 03e Zekerheid}}

Revision as of 12:38, 12 April 2024

Ontwerp 2026 Ott

Overwijn 1951

[/25] Hier zijn de rechten der Moeder en der koningen.

1. Indien er oorlog komt, zendt de Moeder haar boodschappers naar de koning. De koning zendt boden naar de grietmannen om de landweer.

2. De grietmannen roepen alle burchtheren bijeen en beraadslagen hoeveel mannen zij zullen zenden.

3. Al hun besluiten moeten dadelijk naar de Moeder worden gezonden, met boodschappers en getuigen.

4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en bepaalt het gulden getal, dat is het gemiddelde van alle besluiten tezamen. Hiermede moet men vooreerst vrede hebben en de koning (opperbevelhebber) eveneens.

5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijn hoofdmannen te raadplegen, maar daarbij moeten altijd drie burchtheren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burchtheren moeten dagelijks boodschappers naar de Moeder zenden, opdat zij moge weten, of er iets gedaan wordt, strijdig met Frya’s raadgeving.

6. Wil de koning iets doen en zijn raden niet, dan mag hij dat niet ondernemen.

7. Komt de vijand onverwachts, dan moet men doen, zoals de koning gebiedt.

8. Is de koning niet op zijn post, dan moet men zijn opvolger gehoorzamen, of die op hem volgt, tot de laatste toe.

9. Is er geen hoofdman, dan moet men er een kiezen.

10. Is daar geen tijd voor, dan werpe zich iemand tot hoofdman op, die zich sterk gevoelt.

11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijn nakomelingen zijn naam achter hun eigen naam voeren. De koning [27] mag, zo hij wil, op een onbewerkte plaats een plek uitkiezen voor een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zo groot, dat hij naar alle zijden zeven honderd passen van zijn huis af kan lopen, eer hij aan zijn grens komt.

12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon. Dan zal men het terugnemen.

Ottema 1876

[/35] Hier zijn de rechten der moeder en der koningen.

1. Zoo wanneer er oorlog komt, zende de Moeder hare boden naar den koning, de koning zende boden naar de grevetmannen om de landweer.

2. De grevetmannen roepen alle burgtheeren te zamen en beraadslagen hoe vele mannen zij zullen zenden. [37]

3. Alle besluiten van dezen moeten dadelijk naar de Moeder gezonden worden, met boden en getuigen.

4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het guldengetal, dat is het middengetal van alle besluiten te zamen. Hiermede moet men vooreerst vrede hebben, en de koning eveneens.

5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijne hoofdmannen te raadplegen, doch daarbij moeten altijd drie burgtheeren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burgtheeren moeten dagelijks boden naar de Moeder zenden, opdat zij weten moge of er iets gedaan wordt, strijdende met Fryas raadgeving.

6. Wil de koning iets doen, en zijne raden niet, zoo mag hij het niet onderstaan.

7. Komt de vijand onverwacht, dan moet men doen, zooals de koning gebiedt.

8. Is de koning niet op het pad, dan moet men zijn volger gehoorzaam wezen, of die op dezen volgt, tot den laatste toe.

9. Is er geen hoofdman, dan moet men een kiezen.

10. Is daar geen tijd toe, dan werpe zich een tot hoofdman op, die zich sterk gevoelt.

11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijne nakomelingen zijnen naam achter hun eigen naam voeren. De koning mag, zoo hij wil, op eene onbebouwde plaats eene plek uitkiezen tot een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zoo groot, dat hij naar alle zijden zeven honderd treden van zijn huis af loopen mag, eer hij aan zijn grensscheiding komt.

12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon, dan zal men het terug nemen.

Navigeer

Nl 03c Oorlogswetten ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 03e Zekerheid