Jump to content

NL026.21 Vrede: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
Line 4: Line 4:


=={{Versie_Own}}==
=={{Versie_Own}}==
'''[/27]''' '''Uit Mino’s geschriften.'''
Wanneer er een man is dermate slecht, dat hij onze buren berooft, doodslag pleegt, huizen in brand steekt, maagden schendt en wat dan ook, dat slecht is, doet, en onze landgenoten willen dat gewroken hebben, dan luidt het recht, dat men de dader vat en in hun tegenwoordigheid doodt, opdat daarover geen oorlog komt, waardoor de onschuldigen zouden boeten voor de schuldige. Willen zij hem zijn leven laten behouden en de wraak laten afkopen, dan mag men dat gedogen. Is de schuldige een koning, grietman, graaf of wie dan ook, die over de zeden moet waken, dan moeten wij het kwaad herstellen, maar hij moet zijn straf hebben. Voert hij een erenaam op zijn schild vanwege zijn voorvaderen, dan mogen zijn nabestaanden die naam '''[29]''' niet langer voeren, opdat de éne familiegroep zorg zal dragen voor de zeden van de andere sibben.


==Ottema 1876==
==Ottema 1876==

Revision as of 06:47, 17 February 2023

Ontwerp 2026 Ott

[026/21]

Overwijn 1951

[/27] Uit Mino’s geschriften.

Wanneer er een man is dermate slecht, dat hij onze buren berooft, doodslag pleegt, huizen in brand steekt, maagden schendt en wat dan ook, dat slecht is, doet, en onze landgenoten willen dat gewroken hebben, dan luidt het recht, dat men de dader vat en in hun tegenwoordigheid doodt, opdat daarover geen oorlog komt, waardoor de onschuldigen zouden boeten voor de schuldige. Willen zij hem zijn leven laten behouden en de wraak laten afkopen, dan mag men dat gedogen. Is de schuldige een koning, grietman, graaf of wie dan ook, die over de zeden moet waken, dan moeten wij het kwaad herstellen, maar hij moet zijn straf hebben. Voert hij een erenaam op zijn schild vanwege zijn voorvaderen, dan mogen zijn nabestaanden die naam [29] niet langer voeren, opdat de éne familiegroep zorg zal dragen voor de zeden van de andere sibben.

Ottema 1876

[/39] Uit Minno's schriften.

Zoo wanneer daar een man is dermate boos, dat hij onze naburen berooft, doodslagen pleegt, huizen in brand steekt, maagden schendt, wat het ook zij dat boos is, en onze landgenooten willen dat gewroken hebben, dan is het recht, dat men den dader vatte en in hunne [41] tegenwoordigheid doode, opdat daarover geen oorlog kome, waardoor de onschuldige zoude boeten voor den schuldige. Willen zij hem zijn lijf laten behouden en de wraak laten afkoopen, zoo mag men dat gedoogen. Is de schuldige een koning, grevetman, greve, wie dat het zij, die over de zeden moet waken, zoo moeten wij het kwaad herstellen, maar hij moet zijne straf hebben. Voert hij een eernaam op zijn schild van zijne voorvaderen, dan mogen zijne nabestaanden dien naam niet langer voeren, daarom dat de eene bloedverwant zorgdragen zal over de zeden des anderen.

Noten


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 04b Wetten voor de Zeevaart