Jump to content

1727-1752 Ignatius Ott: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
No edit summary
Line 40: Line 40:


== 1741 ==
== 1741 ==
(''[[1741-1794 Jan OverLende|Jan Andriesz]]'', dienaar van procureur generaal ''Johannes van Beucker'' aan het hof van Friesland te Leeuwarden ondertekent als ''J.O. Lende'' en stelt zich voor als ''Overlende'' of ''Overlinde''.)
Dinsdag <u>26 december</u> is zoon '''''Frans Otto''''' (bijna 15 jaar oud) ingescheept op Texel als ''hooploper'' (''niet vermaekt'', maar met een schuld van ƒ150 aan ''Petrus van den Heuvel'') op het VOC-schip ''Reijnhuisen'' [Rijnhuizen] met schipper ''Gerrit Reyndertsz Vos'' voor kamer Hoorn <small>[[https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/1.04.02/invnr/14430/file/NL-HaNA_1.04.02_14430_0131 VOC 14430 fol. 117] en [https://www.vocsite.nl/schepen/10881/ VOC-site]]</small>.
Dinsdag <u>26 december</u> is zoon '''''Frans Otto''''' (bijna 15 jaar oud) ingescheept op Texel als ''hooploper'' (''niet vermaekt'', maar met een schuld van ƒ150 aan ''Petrus van den Heuvel'') op het VOC-schip ''Reijnhuisen'' [Rijnhuizen] met schipper ''Gerrit Reyndertsz Vos'' voor kamer Hoorn <small>[[https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/1.04.02/invnr/14430/file/NL-HaNA_1.04.02_14430_0131 VOC 14430 fol. 117] en [https://www.vocsite.nl/schepen/10881/ VOC-site]]</small>.


Line 54: Line 56:


Eind december is zoon ''Frans'' ''absent bevonden'' op VOC-schip ''<u>Hofwegen</u>'' [<small>bron als onder 1741</small>].
Eind december is zoon ''Frans'' ''absent bevonden'' op VOC-schip ''<u>Hofwegen</u>'' [<small>bron als onder 1741</small>].
== (1745) ==
(In de zomer trouwt ''[[1741-1794 Jan OverLende|Jan Overlende]]'' en komt met bruid ''Janke'' naar Enkhuizen, waar hij zich weer ''Jan Andriesz'' laat noemen.)
(In de herfst het drama rondom ''Wouter Alkmaar'' en juffrouw ''[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/06/1745-1750-maritje-sloos-moeder-van-jan.html Maritje]'' op ’t Smerighorn, zuster van ''Cornelis Jansz Sloos'', die in maart 12½ jaar getrouwd was met ''Cornelia'', de dochter van ''Luitje Jansz Neledoe'' te Enkhuizen.)
[Zoon Pieter leerling kleermaker? Gelezen in gildeboek?]


== 1746 ==
== 1746 ==
Line 62: Line 71:


== 1749 ==
== 1749 ==
(Zondag 3 Augustus zijn mijn oudste zoon ''Pieter'' en de naaister met winkel ''Maritje'' door de gereformeerde predikant ''Petrus Bakker'' in de grote kerk getrouwd. Zaterdag 19 juli waren de huwelijksafkondiging en ondertrouwinschrijving, waarbij ik Pieter assisteerde en mijn consent gaf. ''Geesje'', de tweede vrouw van ''Cornelis Sloos'' was met haar schoonzus ''Maritje'' gekomen. De trouwbelasting, betaald daags voor de huwelijksafkondiging, was ƒ6.)
Vrijdag 29 augustus testament opgesteld bij notaris Wormbout van Hogen, met als getuigen ''Alexander Lippits'' en ''Jacob Mullers'' [NA 2522/].<blockquote>D E '''''Pieter Otto''''' Meester kleermaker en sijn huijsvrouw D Eerb ''Maritje Sloos'' burgers binnen dese stadt (...)
(...) sijn ouders '''''Ignatus Otto''''', en ''Maritje Cornelis'' beijde wonagtig binnen dese stadt (...)</blockquote>[bronnen toevoegen]


== 1750 ==
== 1750 ==

Revision as of 16:35, 20 September 2025

Ignatius Bernard Ott (?-1752) was de bet-overgrootvader van de bet-overgrootvader van Jan Ott.

[samenvatting volgt]

Afkortingen

  • d.v./z.v.; get. = dochter/zoon van; getuige
  • dtb = doop-, trouw- en begraafboeken
  • NA = Notarieel archief (Hoorn) / OR = Oud-rechterlijke en weeskamer archieven

(1722)

Donderdag 16 april resolutie (secreet) van de Staten Generaal: Drimborn 1 esq. uijt Campen naa Deventer [bron].

(1725)

Donderdag 15 maart resolutie (secreet) van de Staten Generaal: [naar] Breda: [van regiment] Drimborn: 2 [esquadrons of compagnies] uyt Zutphen en Deventer [bron].

1727

Maandag 13 januari 1727 in doopbook RK Breda (Waterstraat) [dtb 21/124]:

Baptisatus Franciscus, filius Ignatij Bernardi Ot et Maria Cornelia Herrel, suscipientibus Wijnant Vrins et Catharina Eene.

1729

Zondag 15 mei 1729 in doopboek militairen RK Venlo [bron]:

Matthias / Bapt. est filius legit. Ignatij Bernardi Ott et Maria Cornelia Herlé suscip. Matthias Offergeldt et Angelina Michiels.

1731

Vrijdag 2 november 1731 in doopboek RK Hoorn (Drie Tulpen) [dtb 36/17]:

baptizatus [est] Franciscus parentes Mathias Joseph Receveur et Adriana Recevel coniuges, suscepit Maria Cornelia Otten

1732

Dinsdag 1 april in doopboek als boven [dtb 36/18]:

Ignatius / par. Ignatius Bernard Ott et Maria Cornelia Herrel coniug. susc. Adriana Recevel.[1]

Donderdag 25 spetember was Ignatius Ott getuige (met Pieter Dircks) in akte voor Pieter van Sanen en Nicolaas Edingh [NA 2446/akte 201].

1734

Maandag 1 november in doopboek als boven [dtb 36/21]:

Anna Maria / par. Ignat. Otte et Maria Cornelia Herrel coniu. susc. Sara van Spagnien.[2]

1738

Donderdag 4 december in doopboek als boven [dtb 36/25]:

Joannis / par. Ignatius Otte et Maria Cornelia Herrel coni. susc. Maritie Claes loco Anna de Roeper.[3]

Dinsdag 23 december is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk: een kind v. Engenasis Otto/ Otte Kruijsstr.[4] ƒ-:15:- [dtb 88/34 en 95/59].

1739

Donderdag 5 november wordt Ignatius Otto door de weduwe Grietje Pieters genoemd in een attest op verzoek van Anna de Roeper, huijsvrouw van Aldert Landman, wijnkoper [NA2515/]:[5]

(...) dat al verder de requirante [Anna de Roeper] geen verkoop van eenige winkelwaren, selfs hoe gering magh doen, maar dat sulx geschiet of door hem [Aldert] Landman selfs, of hij uijtgaande, sulx door hem aanbevolen word aan de knegt genaamt Ignatius Otto, ruijter onder de compagnie van de ritmeester van Dorp,[6] [4] die dan in dien tijt van alles den ontfangst heeft, en dat sij deposante dikwils gehoort heeft, dat gemelte Landman sullende uijtgaan tegen opgemelte kneght in praesentie van de req’te heeft gesegt, ik stel u tot meester en opsighter van alles wat in de huijshouding omgaat; dat de deposante [Grietje Pieters] gehoort heeft, dat die knegt [Ignatius Ott] daarop tegens de req’te heeft gesegt, vrouw dat sijn goede duytse woorden, hoort gij die wel, waarop de requirante antwoorde, jae ik hoor ’t wel, soo sal ik u als een verklicker moeten aanmerken, en dat de knegt de req’te wederom heeft beantwoord, seggende, vrouw dat is op die manier geen leven voor u; (...)

1740

Dinsdag 9 augustus was Ignatius Ott getuige (met Barent Klaasz) in notariële akte voor Meijnsjen Hendriks Hulsingh [NA 2440/].

1741

(Jan Andriesz, dienaar van procureur generaal Johannes van Beucker aan het hof van Friesland te Leeuwarden ondertekent als J.O. Lende en stelt zich voor als Overlende of Overlinde.)

Dinsdag 26 december is zoon Frans Otto (bijna 15 jaar oud) ingescheept op Texel als hooploper (niet vermaekt, maar met een schuld van ƒ150 aan Petrus van den Heuvel) op het VOC-schip Reijnhuisen [Rijnhuizen] met schipper Gerrit Reyndertsz Vos voor kamer Hoorn [VOC 14430 fol. 117 en VOC-site].

1742

Zondag 6 mei was Maria Cornelia Otte assistent van de bruid bij de ondertrouw-inschrijving van Dionisius Pelgra Jm ruiter onder de Comp: van de Hr ritmeester Attenhove (onder Regiment Buijs) leggende alhier in guarnisoen ende Anna Maria Neijbolt Jd van Doreg bij Arensberg, wonende in de Baan [dtb 58/].

Zondag 14 oktober aankomst Frans in Batavia [bron].

1743

Maandag 4 februari was Maria Cornelia Otthe getuige bij de RK doop (als boven) van Anna Maria, d.v. Dionijs. Pelraij & Anna Maria Nebolt [dtb 36/].

1744

Dinsdag 18 februari was zoon Pieter Ott getuige in notariële akte voor de gebroeders Brummen [NA 2528/].

Eind december is zoon Frans absent bevonden op VOC-schip Hofwegen [bron als onder 1741].

(1745)

(In de zomer trouwt Jan Overlende en komt met bruid Janke naar Enkhuizen, waar hij zich weer Jan Andriesz laat noemen.)

(In de herfst het drama rondom Wouter Alkmaar en juffrouw Maritje op ’t Smerighorn, zuster van Cornelis Jansz Sloos, die in maart 12½ jaar getrouwd was met Cornelia, de dochter van Luitje Jansz Neledoe te Enkhuizen.)

[Zoon Pieter leerling kleermaker? Gelezen in gildeboek?]

1746

Dinsdag 20 september was Ignatius Otto (met Volkert Nieuwkerk) getuige in notariële akte waarin VOC-garbuleurs een verklaring aflegden over gezouten vlees [NA 2442 akte 36].

1747

Donderdag 6 april was Ignatius Ott (met Felijpes [Philip] Bos, ruiter in zelfde compagnie) getuige in notariële akte met huwelijkse voorwaarden van theoloog, predikant (en schrijver van boek 1751[7]) te Hendrik-Ido-Ambacht, Petrus Cazenove en Elisabeth Groenveld [NA 2420/].

1749

(Zondag 3 Augustus zijn mijn oudste zoon Pieter en de naaister met winkel Maritje door de gereformeerde predikant Petrus Bakker in de grote kerk getrouwd. Zaterdag 19 juli waren de huwelijksafkondiging en ondertrouwinschrijving, waarbij ik Pieter assisteerde en mijn consent gaf. Geesje, de tweede vrouw van Cornelis Sloos was met haar schoonzus Maritje gekomen. De trouwbelasting, betaald daags voor de huwelijksafkondiging, was ƒ6.)

Vrijdag 29 augustus testament opgesteld bij notaris Wormbout van Hogen, met als getuigen Alexander Lippits en Jacob Mullers [NA 2522/].

D E Pieter Otto Meester kleermaker en sijn huijsvrouw D Eerb Maritje Sloos burgers binnen dese stadt (...) (...) sijn ouders Ignatus Otto, en Maritje Cornelis beijde wonagtig binnen dese stadt (...)

[bronnen toevoegen]

1750

1751

1752

Noten

  1. Moet zijn Richel, echtgenote van Joseph Walterus Mathias Receveur.
  2. Saartje Jans van Spanje uit Nijmegen geh. 1755 en 1778.
  3. Anna de Roeper was in 1726 gehuwd met Aldert Lantman (zie 1739).
  4. Anna de Roeper woonde bij trouwen (1726) in de Kruisstraat, waar haar vader Thomas (de) Roeper medisch doctor was [NA 2353; 8-2-1715]. Aldert Lantman bezat er een huis [NA2387; 2-12-1739] zie 1739.
  5. Zie blog Ott: gehele akte; stukken m.b.t. zelfde zaak; families Lantman en de Roeper.
  6. Ritmeester Frederik Carel van Dorp was in 1738 commandant geworden van de wat daarvóór de Lijfcompagnie van Brigadier Gijsbert Herman Hendrik Baron van Drimborn was. Ignatius was vermoedelijk ruiter in deze lijfcompagie vanaf ten laatste 1727 (doch vermoedelijk al eerder) t/m 1738. Deze compagnie zou namelijk achtereenvolgens gelegerd zijn geweest in de garnizoensplaatsen Deventer (1721-1725; zie Pieter Ott: 1754), Breda (1725-1728), Venlo (1728-1731) en Hoorn (vanaf 1730). Zie ook o.a. transcripties Breda 1726-27; [meer links toevoegen]
  7. God verheerlijkt, door deszelfs weg van gerigte en verlossinge, gehouden in deze onze dagen, met het vereenigt Nederland: Vertoond in vier kerk-redenen, hooftzakelyk uitgesproken, en nu, met verder uitbreidinge, in het licht gegevenDordrecht 1751, Abraham Blusse.