NL151.31 Vaderszonen: Difference between revisions
| Line 13: | Line 13: | ||
Ook zeiden ze: “Elk Fryaskind heeft de vrijheid gekregen om zijn stem te laten horen, voordat er besloten wordt een vorst te verkiezen. Als het zover mocht komen dat jullie weer een koning gaan kiezen, zal ik ook mijn mening geven: Welbeschouwd is Friso de door Wralda aangewezen kandidaat, want Hij heeft hem hier op wonderlijke wijze heengevoerd. Friso kent de streken van de Golen, wiens taal hij spreekt, dus kan hij hun listen doorzien. Je kunt je ook afvragen welke Greve men zou moeten kiezen om te voorkomen dat de andere daar nijdig over zullen zijn.” | Ook zeiden ze: “Elk Fryaskind heeft de vrijheid gekregen om zijn stem te laten horen, voordat er besloten wordt een vorst te verkiezen. Als het zover mocht komen dat jullie weer een koning gaan kiezen, zal ik ook mijn mening geven: Welbeschouwd is Friso de door Wralda aangewezen kandidaat, want Hij heeft hem hier op wonderlijke wijze heengevoerd. Friso kent de streken van de Golen, wiens taal hij spreekt, dus kan hij hun listen doorzien. Je kunt je ook afvragen welke Greve men zou moeten kiezen om te voorkomen dat de andere daar nijdig over zullen zijn.” | ||
Op dergelijke wijze werd door de jonge Famen geredeneerd. Maar de oude Famen, die in de minderheid waren, tapten hun conclusies uit een ander vat. Zij hielden overal toespraken voor wie maar wilde luisteren: “Friso”, zo verklaarden ze, “gaat als een spin te werk.'''[[153|[153]]]''' Des nachts spant hij zijn net in alle richtingen en overdag laat hij zijn goedgelovige vrienden erin lopen. Friso zegt dat hij priesters en | Op dergelijke wijze werd door de jonge Famen geredeneerd. Maar de oude Famen, die in de minderheid waren, tapten hun conclusies uit een ander vat. Zij hielden overal toespraken voor wie maar wilde luisteren: “Friso”, zo verklaarden ze, “gaat als een spin te werk.'''[[153|[153]]]''' Des nachts spant hij zijn net in alle richtingen en overdag laat hij zijn goedgelovige vrienden erin lopen. Friso zegt dat hij priesters en marionettenvorsten niet kan verdragen,<ref>‘marionettenvorsten’ (<span class="fryas">POPPAFORSTA</span>) — zie noot [[NL00b.01 Liko|'''b.01''']].</ref> maar ik zeg: hij kan niemand uitstaan, buiten hemzelf. Daarom wil hij geen toestemming geven om de burcht Stavia te herstellen en daarom wil hij geen Moeder meer hebben. Vandaag is Friso uw raadgever, maar morgen wil hij uw koning zijn, om over u allen te heersen.” | ||
De kern van het volk werd nu verdeeld in twee partijen. De oude en arme mensen wilden weer een Moeder, maar het strijdlustige, jonge volk wilde een Vader of koning. De eerste groep noemde zich Moederszonen, de tweede, Vaderszonen. Maar naar de Moederszonen werd niet geluisterd. Want doordat er veel schepen werden gebouwd, was er genoeg werk voor scheepsbouwers, smeden, zeilmakers, touwslagers en alle andere ambachtslieden. Bovendien brachten de Zeekampers allerlei sieraden mee. Dat maakte de echtgenotes blij, de maagden en meisjes, al hun verwanten en al hun vrienden en bondgenoten. | De kern van het volk werd nu verdeeld in twee partijen. De oude en arme mensen wilden weer een Moeder, maar het strijdlustige, jonge volk wilde een Vader of koning. De eerste groep noemde zich Moederszonen, de tweede, Vaderszonen. Maar naar de Moederszonen werd niet geluisterd. Want doordat er veel schepen werden gebouwd, was er genoeg werk voor scheepsbouwers, smeden, zeilmakers, touwslagers en alle andere ambachtslieden. Bovendien brachten de Zeekampers allerlei sieraden mee. Dat maakte de echtgenotes blij, de maagden en meisjes, al hun verwanten en al hun vrienden en bondgenoten. | ||
Revision as of 17:43, 22 August 2024
Ontwerp 2025 Ott
U. Koenraad
2. Over Friso
Opkomst der Vaderszonen
151.31 De burgfamen en de gewezen Famen, die zich bewust waren van hun voormalige grootheid, [152] zagen Friso’s werkwijze niet zitten en spraken afkeurend over hem.
Friso, gewiekster dan zij, liet hen kletsen, maar de jonge Famen spande hij met gouden vingers voor zijn wagen. Al snel hoorde je overal: “We hebben geen Moeder meer nodig, omdat we volwassen zijn. We hebben nu meer aan een koning, om onze landen terug te winnen, die de Moeders door hun onoplettendheid zijn kwijtgeraakt.”
Ook zeiden ze: “Elk Fryaskind heeft de vrijheid gekregen om zijn stem te laten horen, voordat er besloten wordt een vorst te verkiezen. Als het zover mocht komen dat jullie weer een koning gaan kiezen, zal ik ook mijn mening geven: Welbeschouwd is Friso de door Wralda aangewezen kandidaat, want Hij heeft hem hier op wonderlijke wijze heengevoerd. Friso kent de streken van de Golen, wiens taal hij spreekt, dus kan hij hun listen doorzien. Je kunt je ook afvragen welke Greve men zou moeten kiezen om te voorkomen dat de andere daar nijdig over zullen zijn.”
Op dergelijke wijze werd door de jonge Famen geredeneerd. Maar de oude Famen, die in de minderheid waren, tapten hun conclusies uit een ander vat. Zij hielden overal toespraken voor wie maar wilde luisteren: “Friso”, zo verklaarden ze, “gaat als een spin te werk.[153] Des nachts spant hij zijn net in alle richtingen en overdag laat hij zijn goedgelovige vrienden erin lopen. Friso zegt dat hij priesters en marionettenvorsten niet kan verdragen,[1] maar ik zeg: hij kan niemand uitstaan, buiten hemzelf. Daarom wil hij geen toestemming geven om de burcht Stavia te herstellen en daarom wil hij geen Moeder meer hebben. Vandaag is Friso uw raadgever, maar morgen wil hij uw koning zijn, om over u allen te heersen.”
De kern van het volk werd nu verdeeld in twee partijen. De oude en arme mensen wilden weer een Moeder, maar het strijdlustige, jonge volk wilde een Vader of koning. De eerste groep noemde zich Moederszonen, de tweede, Vaderszonen. Maar naar de Moederszonen werd niet geluisterd. Want doordat er veel schepen werden gebouwd, was er genoeg werk voor scheepsbouwers, smeden, zeilmakers, touwslagers en alle andere ambachtslieden. Bovendien brachten de Zeekampers allerlei sieraden mee. Dat maakte de echtgenotes blij, de maagden en meisjes, al hun verwanten en al hun vrienden en bondgenoten.
Toen Friso bijna veertig jaar te [154] Staveren had huisgehouden, stierf hij. Onder zijn invloed zijn vele gewesten weer verenigd, maar of dat gunstig is voor ons, waag ik te betwijfelen. Van alle eerdere Greven was niemand zo befaamd geweest als Friso. Maar zoals ik al zei, de jonge Famen spraken vol lof over hem, terwijl de oude Famen er alles aan deden om hem te veroordelen en gehaat te maken bij het volk. Ook al konden de oude Famen hem daarmee in zijn beleid niet hinderen, ze hebben het met hun klagen wel voor elkaar gekregen dat hij stierf zonder koning te zijn geworden.
Noten en andere vertalingen
Overwijn 1951
[/143] De burchtvrouwen en oudere maagden, die nog van de vroegere grootheid wisten, voelden niets voor Friso's bedrijf. Daarom spraken zij geen goed van hem. Maar Friso, slimmer dan zij, liet ze babbelen. De jonge maagden echter, bond hij met gouden vingers aan zijn zaak. Zij zeiden overal: wij hebben toch geen Moeder meer, maar dat komt omdat wij meerderjarig zijn. Tegenwoordig past ons een koning, opdat wij onze landen terugkrijgen, die de Moeders hebben verloren door haar ondoortastendheid. Verder verkondigden zij: Aan ieder Fryakind is de vrijheid gegeven, zijn stem te laten horen, voordat er een besluit wordt genomen bij het kiezen van een vorst. Maar als het zover mocht komen, dat gij U weer een koning kiest, dan wil ik ook mijn mening zeggen. Naar al wat ik beschouwen kan, is Friso daartoe door Wr.alda gekozen, want Het heeft hem op wonderbaarlijke wijze hierheen geleid. Friso kent de streken van de Galliërs, wier taal hij spreekt, hij kan dus tegen hun listen waken. Dan is er nog iets in het oog te houden. Welke graaf zou men tot koning kiezen, zonder dat de anderen daarop afgunstig zouden zijn? Al zulke praatjes werden door de jonge maagden verkocht, maar de oudere maagden, ofschoon weinig in aantal, tapten haar redenen uit een ander vaatje. Zij spraken allerwegen en tot iedereen: Friso, zo spraken zij, doet, zoals de spinnen doen, ’s nachts spant hij zijn netten naar alle zijden en overdag verschalkt hij daarin zijn van niets kwaads bewuste vrienden. Friso zegt, dat hij priesters noch vreemde vorsten mag lijden, maar ik zeg, dat hij niemand mag lijden dan zichzelf. Daarom wil hij niet gedogen, dat de burcht Staveren weer wordt opgericht. Daarom wil hij geen Moeder meer hebben. Vandaag is Friso Uw raadgever, maar morgen wil hij Uw koning worden, opdat hij over U allen kan heersen. In de boezem van het volk ontstonden twee partijen. De ouden en armen nu, wilden weer een Moeder hebben, maar de jeugd, die vol strijdlust was, wilde een Vader of koning hebben. De eersten noemden zich Moederszonen en de anderen noemden zich Vaderszonen, maar de Moederszonen waren niet in tel, want omdat er veel schepen gemaakt werden, was er overvloed van werk voor de scheepmakers, smeden, zeïlmakers, reepmakers en voor alle andere ambachtslieden. Daarenboven brachten de matrozen allerhande sieraden mee. Daarin hadden de vrouwen, de maagden en de meisjes pleizier en daarin hadden al hun bloedverwanten genoegen en al hun goede kennissen en vrienden.
Toen Friso ongeveer veertig jaar te Staveren had huis gehouden, [145] stierf hij. Door zijn bemoeiïngen had hij vele staten weer tot elkander gebracht, maar of wij daardoor beter werden, durf ik niet te bevestigen. Van alle graven die vóór hem waren, was er niemand zo befaamd als Friso geweest. Maar, zoals ik al eerder zei, de jonge maagden spraken zijn lof, terwijl de oudere maagden alles deden om hem te laken en gehaat te maken bij alle mensen. Daarmee konden de oudere maagden hem wel niet storen in zijn bemoeiïngen, maar zij hebben met haar misbaar toch zoveel uitgewerkt, dat hij gestorven is zonder dat hij koning was.
Ottema 1876
[/205] De Burgtmaagden en oude maagden, die nog van hare vroegere grootheid wisten, helden niet over tot Frisos bedrijf; daarom spraken zij geen goed van hem. Maar Friso, slimmer als zij, liet haar babbelen. Maar de jonge maagden verknochte hij met gouden vingeren aan zijne zaak. Zij zeiden alomme: wij hebben langer geene Moeder meer, maar dat komt daar van daan dat wij meerderjarig zijn. Tegenwoordig past ons een koning, opdat wij onze landen terug winnen, die de Moeders verloren hebben door hare [207] onvoorzichtigheid. Verder spraken zij: Aan ieder Fryaskind is vrijheid gegeven, zijne stem te laten hooren, voor dat er besloten wordt bij het kiezen van een vorst, maar als het zoover komen mogt, dat gij u weder een koning kiest, dan wil ik ook mijne meening zeggen. Naar al wat ik beschouwen kan, is Friso daartoe door Wralda gekozen: want hij heeft hem wonderlijk hier heen geleid. Friso kent de ranken der Golen, wier taal hij spreekt, hij kan dus tegen hunne listen waken. Dan is er nog iets in het oog te houden: welken graaf zoude men tot koning kiezen, zonder dat de anderen daar wangunstig over waren. Al zulke praatjes werden door de jonge maagden gehouden, maar de oude maagden, ofschoon weinig in getal, tapten hare redenen uit een ander vat. Zij spraken allerwegen en tot iedereen: Friso, zoo spraken zij, doet, gelijk de spinnen doen, des nachts spant hij zijne netten naar alle zijden en des daags verschalkt hij daarin zijne onergdenkende vrienden. Friso zegt dat hij geene priesteren noch vreemde vorsten lijden mag, maar ik zeg, hij mag niemand lijden dan hem zelven. Daarom wil hij niet gedoogen, dat de burgt Stavia weder opgericht wordt. Daarom wil hij geene Moeder weer hebben. Vandaag is Friso uw raadgever, maar morgen wil hij uw koning worden, opdat hij over u allen rechten mag. In den boezem des volks ontstonden nu twee partijen. De ouden en armen wilden nu weder eene Moeder hebben, maar het jongvolk, dat vol strijdlust was, wilde een Vader of koning hebben. De eersten noemden zich Moederszonen, en de anderen noemden zich Vaderszonen; maar de Moederszonen werden niet geteld; want omdat er vele schepen gemaakt werden, was hier overvloed voor de scheepmakers, smeden, zeilmakers, reepmakers en voor alle andere ambachtslieden. Daarenboven brachten de zeekampers allerhande sieraden mede. Daarvan hadden de vrouwen genoegen, de maagden genoegen, de meisjes genoegen, en daarvan hadden alle hunne bloedverwanten genoegen, en alle hunne goede kennissen en vrienden.
[209] Toen Friso bij de veertig jaren te Staveren had huis gehouden, stierf hij (263 v. Chr.). Door zijne bemoeijing had hij vele staten weder tot malkander gebracht, maar of wij daardoor beter werden, durf ik niet bevestigen. Van alle Graven die voor hem waren, was er niemand zoo befaamd als Friso geweest. Doch zoo als ik vroeger zeide, de jonge maagden spraken zijn lof, terwijl de oude maagden alles deden om hem te laken en hatelijk te maken bij alle menschen. Daarmede nu konden de oude maagden hem wel niet verstoren in zijne bemoeijingen, maar zij hebben met haar misbaar toch zooveel uitgewerkt, dat hij gestorven is zonder dat hij koning was.
NL150.19 Saksenband ᐊ vorig/volgend ᐅ NL154.17 Adel
In andere talen
DE151.31 Vatersöhne EN151.31 Sons ES151.31 Hijos del Padre NO151.31 Fars sønner