Dirk F.H. Boutkan: Difference between revisions
wikipedia link |
No edit summary |
||
| Line 1: | Line 1: | ||
'''[[wikipedia:Dirk_Boutkan|Dirk Ferdinandus Henricus Boutkan]]''' (Tilburg 1964) werd op 1 oktober 1998 benoemd aan de ''Fryske Akademy'', na twee jaar lidmaatschap. Twee maanden na zijn aanstelling werd hij hoofd van de twintig-koppige afdeling taalkunde. | '''[[wikipedia:Dirk_Boutkan|Dirk Ferdinandus Henricus Boutkan]]''' (Tilburg 1964) werd op 1 oktober 1998 benoemd aan de ''Fryske Akademy'', na twee jaar lidmaatschap. Twee maanden na zijn aanstelling werd hij hoofd van de twintig-koppige afdeling taalkunde. | ||
<blockquote>In 1982 kwam hij naar Leiden, om Nederlands te studeren. Hij specialiseerde zich in de oudere taal- en letterkunde, bij [https://fritsvanoostrom.nl/ prof. Van Oostrom]. Hij schreef een - grote, hij kon goed schrijven - scriptie over de Middelnederlandse versbouw. Versbouw is in hoge mate een taalkundige aangelegenheid. Intussen volgde hij ook colleges Vergelijkende Indo-europese taalwetenschap bij de betrokken afdeling in Leiden. Daar leerde ik hem, vanaf de eerste uren, kennen als een intelligente, energieke student. Het Indo-europees boeide hem direct, in het bijzonder de Germaanse talen, en hij besloot daar ook doctoraalexamen in te doen. Dat deed hij met een - omvangrijke - scriptie over de Germaanse zogenaamde ‘Auslautgesetze’, de regels van de ontwikkeling van de laatste syllabe van een woord. Dat onderwerp zou hem lang blijven bezighouden. In 1988 deed hij de afsluitende examens in beide vakken. Intussen had hij in Leiden ook zijn latere vrouw ontmoet. <small>[bron [https://www.dbnl.org/tekst/_jaa004200201_01/_jaa004200201_01_0006.php | <blockquote>In 1982 kwam hij naar Leiden, om Nederlands te studeren. Hij specialiseerde zich in de oudere taal- en letterkunde, bij [https://fritsvanoostrom.nl/ prof. Van Oostrom]. Hij schreef een - grote, hij kon goed schrijven - scriptie over de Middelnederlandse versbouw. Versbouw is in hoge mate een taalkundige aangelegenheid. Intussen volgde hij ook colleges Vergelijkende Indo-europese taalwetenschap bij de betrokken afdeling in Leiden. Daar leerde ik hem, vanaf de eerste uren, kennen als een intelligente, energieke student. Het Indo-europees boeide hem direct, in het bijzonder de Germaanse talen, en hij besloot daar ook doctoraalexamen in te doen. Dat deed hij met een - omvangrijke - scriptie over de Germaanse zogenaamde ‘Auslautgesetze’, de regels van de ontwikkeling van de laatste syllabe van een woord. Dat onderwerp zou hem lang blijven bezighouden. In 1988 deed hij de afsluitende examens in beide vakken. Intussen had hij in Leiden ook zijn latere vrouw ontmoet. <small>[bron [https://www.dbnl.org/tekst/_jaa004200201_01/_jaa004200201_01_0006.php Levensbericht] in ''Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2001-2002'' (2003)]</small></blockquote> | ||
Hij schreef een ''handboek voor een groot deel van de historische grammatica van de Germaanse talen'' | Hij schreef een ''handboek voor een groot deel van de historische grammatica van de Germaanse talen'' en promoveerde in 1994, cum laude. | ||
Betrokkenheid bij de studie van de taal van ''Oera Linda'' zou voor de hand liggen. Zijn mening zou ertoe hebben gedaan. [[Goffe T. Jensma|Goffe Jensma]] had al in 1992, als doctorandus geschiedenis, gepubliceerd in ''De Vrije Fries'' over zijn HaverSchmidt theorie, maar had zelf weing benul van Germaanse talen. | Betrokkenheid bij de studie van de taal van ''Oera Linda'' zou voor de hand liggen. Zijn mening zou ertoe hebben gedaan. [[Goffe T. Jensma|Goffe Jensma]] had al in 1992, als doctorandus geschiedenis, gepubliceerd in ''De Vrije Fries'' over zijn HaverSchmidt theorie, maar had zelf weing benul van Germaanse talen. | ||
Latest revision as of 19:22, 16 May 2026
Dirk Ferdinandus Henricus Boutkan (Tilburg 1964) werd op 1 oktober 1998 benoemd aan de Fryske Akademy, na twee jaar lidmaatschap. Twee maanden na zijn aanstelling werd hij hoofd van de twintig-koppige afdeling taalkunde.
In 1982 kwam hij naar Leiden, om Nederlands te studeren. Hij specialiseerde zich in de oudere taal- en letterkunde, bij prof. Van Oostrom. Hij schreef een - grote, hij kon goed schrijven - scriptie over de Middelnederlandse versbouw. Versbouw is in hoge mate een taalkundige aangelegenheid. Intussen volgde hij ook colleges Vergelijkende Indo-europese taalwetenschap bij de betrokken afdeling in Leiden. Daar leerde ik hem, vanaf de eerste uren, kennen als een intelligente, energieke student. Het Indo-europees boeide hem direct, in het bijzonder de Germaanse talen, en hij besloot daar ook doctoraalexamen in te doen. Dat deed hij met een - omvangrijke - scriptie over de Germaanse zogenaamde ‘Auslautgesetze’, de regels van de ontwikkeling van de laatste syllabe van een woord. Dat onderwerp zou hem lang blijven bezighouden. In 1988 deed hij de afsluitende examens in beide vakken. Intussen had hij in Leiden ook zijn latere vrouw ontmoet. [bron Levensbericht in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2001-2002 (2003)]
Hij schreef een handboek voor een groot deel van de historische grammatica van de Germaanse talen en promoveerde in 1994, cum laude.
Betrokkenheid bij de studie van de taal van Oera Linda zou voor de hand liggen. Zijn mening zou ertoe hebben gedaan. Goffe Jensma had al in 1992, als doctorandus geschiedenis, gepubliceerd in De Vrije Fries over zijn HaverSchmidt theorie, maar had zelf weing benul van Germaanse talen.
Een kleine drie jaar vóór Jensma’s promotie (december 2004) en drie jaar, drie maanden en vier dagen na zijn benoeming aan de Fryske Akademy, overleed Dirk Boutkan onverwacht op zondag 6 januari 2002, te Leeuwarden.