1727-1752 Ignatius Ott: Difference between revisions
No edit summary |
No edit summary |
||
| (One intermediate revision by the same user not shown) | |||
| Line 1: | Line 1: | ||
'''''Ignatius Bernard Ott''''' (?-1752) | '''''Ignatius Bernard Ott''''' (?-1752) is de bet-overgrootvader van de bet-overgrootvader van [[Jan Ott]] (1968). | ||
[samenvatting volgt] | [samenvatting volgt] | ||
| Line 11: | Line 11: | ||
== 1722 == | == 1722 == | ||
Donderdag <u>16 april</u> resolutie (''secreet'') van de Staten Generaal: ''Drimborn 1 esq. uijt Campen naa <u>Deventer</u>'' [https://app.goetgevonden.nl/detail/urn:republic:inv-4651-date-1722-04-16-session-40-resolution-1 <small><nowiki>[Goetgevonden 4651/31]</nowiki></small>]. | Donderdag <u>16 april</u> resolutie (''secreet'') van de Staten Generaal: ''Drimborn 1 esq. uijt Campen naa <u>Deventer</u>'' [https://app.goetgevonden.nl/detail/urn:republic:inv-4651-date-1722-04-16-session-40-resolution-1 <small><nowiki>[Goetgevonden 4651/31]</nowiki></small>]. | ||
Vrijdag <u>22 mei</u> ''hebben de presente officieren van het esquadron van Drijborn'' [m.z. <u>Drimborn</u>], door de ritmeester ''<u>Westreenen</u>'' ''gecommandeert ende alhier in guarnisoen ... den voorstaenden Eedt van getrouwheijt ... gedaen'' <small>[[https://proxy.archieven.nl/20/B7110AF2EF6949D5A74012C20D7CDA5A OR 503/21]]</small>. | |||
N.B. Het originele RK doopboek van Deventer uit deze periode was al in de 18e eeuw verloren gegaan; beschikbaar is zeer een onvolledige reconstructie van jaren later op basis van de nog beschikbare gegevens ([https://www.vpnd.nl/bronnen/ov/deventer/deventer_148_dooprk_1719-1726.pdf link naar PDF]). | N.B. Het originele RK doopboek van Deventer uit deze periode was al in de 18e eeuw verloren gegaan; beschikbaar is zeer een onvolledige reconstructie van jaren later op basis van de nog beschikbare gegevens ([https://www.vpnd.nl/bronnen/ov/deventer/deventer_148_dooprk_1719-1726.pdf link naar PDF]). | ||
(Pieter Ott zal in 1754 een RK doopbewijs uit Deventer hebben laten zien, toen hij na geloofsbelijdenis lidmaat werd van de gereformeerde kerk, want hoewel hij al bijna 25 jaar in Hoorn woonde, staat hij vermeld als komende van Deventer.) | (Pieter Ott zal in 1754 een RK doopbewijs uit Deventer hebben laten zien, toen hij na geloofsbelijdenis lidmaat werd van de gereformeerde kerk, want hoewel hij al bijna 25 jaar in Hoorn woonde, staat hij vermeld als komende van Deventer.) | ||
Latest revision as of 19:59, 29 November 2025
Ignatius Bernard Ott (?-1752) is de bet-overgrootvader van de bet-overgrootvader van Jan Ott (1968).
[samenvatting volgt]
Afkortingen
- d.v./z.v.; get. = dochter/zoon van; getuige
- dtb = doop-, trouw- en begraafboeken
- NA = Notarieel archief (Hoorn) / OR = Oud-rechterlijke en weeskamer archieven
1722
Donderdag 16 april resolutie (secreet) van de Staten Generaal: Drimborn 1 esq. uijt Campen naa Deventer [Goetgevonden 4651/31].
Vrijdag 22 mei hebben de presente officieren van het esquadron van Drijborn [m.z. Drimborn], door de ritmeester Westreenen gecommandeert ende alhier in guarnisoen ... den voorstaenden Eedt van getrouwheijt ... gedaen [OR 503/21].
N.B. Het originele RK doopboek van Deventer uit deze periode was al in de 18e eeuw verloren gegaan; beschikbaar is zeer een onvolledige reconstructie van jaren later op basis van de nog beschikbare gegevens (link naar PDF).
(Pieter Ott zal in 1754 een RK doopbewijs uit Deventer hebben laten zien, toen hij na geloofsbelijdenis lidmaat werd van de gereformeerde kerk, want hoewel hij al bijna 25 jaar in Hoorn woonde, staat hij vermeld als komende van Deventer.)
1724
Woensdag 22 november werd benoemd tot kolonel van het cavallerie-regiment de jongere broer van Baron van Drimborn, daar de oudere begin oktober te Düsseldorf is overleden.
1725
22 januari te Utrecht [nog toevoegen]
Donderdag 15 maart resolutie (secreet) van de Staten Generaal: [naar] Breda: [van regiment] Drimborn: 2 [esquadrons of compagnies] uyt Zutphen en Deventer [Goetgevonden 4657/67].
Vrijdag 28 september is het Regiment Cavallery van Drimborn van Breda en dat van den Prins van Hessen Philipstall van s’Hertogenbosch tot Maestrigt aen gekomen tot recipieeren van de Aertshertoginne. Woensdag 3 oktober s’agtermiddags om 5 uren is de Aertshertoginne [118] Maria Elizabeth Gouvernante van d'Oostenrykse Nederlanden door Maestrigt gepasseert, komende van Weenen en gaande naer Brussel onder het 6 mael lossen van 124 stukken, het luyden van alle de klokken van de stad, en het Garnisoen in de Wapens. [Maastrichtse kroniek, blz. 117 scan 121]
1726-1727
(Breda, 14 december 1726, 3 en 23 januari en 12 februari 1727. Diverse stukken mbt conflict tussen ritmeester Adriaan van Son en majoor Saris van der Gronden, beide officieren van compagnies in het regiment van Drimborn; zaak krijgsraad 11 februari [NA Breda 645/307; 646/11, 13, 15, 41; 660/22; afschr.])
1727

Maandag 13 januari 1727 in doopbook RK Breda (Waterstraat) [dtb 21/124]:
Baptisatus Franciscus, filius Ignatij Bernardi Ot et Maria Cornelia Herrel, suscipientibus Wijnant Vrins et Catharina Eene.[1]
1729
Zondag 15 mei 1729 in doopboek militairen RK Venlo [bron]:
Matthias / Bapt. est filius legit. Ignatij Bernardi Ott et Maria Cornelia Herlé suscip. Matthias Offergeldt et Angelina Michiels.
1730
(Donderdag 6 juli te Oosterblokker, bij Hoorn: Verklaring door drie bewoners, op verzoek van Andries Matij ritmeester in het regiment van d’heer Baron van Drijmborn jegenwoordig in guarnisoen leggende tot Hoorn (...) over een ruiter die het ruijters leven al moede was, en dat hij staat maakte, om geen maand langer ruijter te wesen; Hij was al eens voor corporaal vande soldaten naar Oostindien geweest (...) en dat wil ik liever als ruijter wesen [ONA 375/; afschr.].)
(Woensdag 26 juli te Hoorn: Verklaart een kleermaker, dat in den voorleedene jaare 1729, als wanneer voor de ruijtters alhier in guarnisoen leggende nieuwe kleederen souden werden gemaakt door de ed. heer ritmeester Matthi ordre is gegeven omme de camesools een vierde van een ellen corter te maaken dan de rocken [NA 2434/182; afschr.].)
(Vrijdag 22 december te Hoorn het droevige verhaal van Adriaen Frins, in sijn leven ruijter onder de compagnie van den heere ritmr. Mathy en zijn bruijt en ondertrouwde huijsvrouw, Jannitje Huijberts. Ze hadden van de ritmeester geen toestemming gekregen voor een huwelijk. Toen zij zwanger bleek, vroegen en kregen zij wel toestemming van burgemeester en regeerders van Hoorn, maar Frins werd ziek en overleed kort voor de trouwdag [NA 2368/304]; afschr.].)
1731
(Uit een verklaring van 14-10-1752 blijkt dat in [de zomer van] 1731 de compagnie van majoor van Zon (...) uijt dese stadt is gemarcheert en garnisoen betrocken [heeft] in de stadt Grave [NA 2539/268; afschr.].)
Vrijdag 2 november 1731 in doopboek RK Hoorn (statie Sint Franciscus De Drie Tulpen aan het Achterom) [dtb 36/17]:
baptizatus [est] Franciscus parentes Mathias Joseph Receveur et Adriana Recevel coniuges, suscepit Maria Cornelia Otten
1732
Dinsdag 1 april in doopboek als boven [dtb 36/18]:
Ignatius / par. Ignatius Bernard Ott et Maria Cornelia Herrel coniug. susc. Adriana Recevel.[2]

Donderdag 25 september was Ignatius Ott getuige (met Pieter Dircks) in akte van notaris Pereboom voor Pieter van Sanen en Nicolaas Edingh [NA 2466 akte 201/142].
1734
Maandag 1 november in doopboek als boven [dtb 36/21]:
Anna Maria / par. Ignat. Otte et Maria Cornelia Herrel coniu. susc. Sara van Spagnien.[3]
1735
Zondag 6 maart trouwden drie ruiters onder de lijf compagnie vande Hr brigadierDrimborn, leggende alhier in guarnisoen, de eerste twee in de gereformeerde kerk, de derde op het stadhuis:
- Arian van Baal ... ende Lijntje Benger, weduwe van Alkmaar, wonende in de brouwerijsteeg
- Vrerik Vrijman[4] ... ende Alida Tijsz J:d: van Cleef wonende op de Zeedijk
- Philip Bos ... ende Geertje Pieters J:d: van Hoorn, wonende opt Nieuwe Noort
1738

Vrijdag 7 maart werd benoemd tot kolonel van het cavallerie-regiment Adriaan van Son, en volgt op Baron van Drimborn die in december te Aken is overleden.
Donderdag 4 december in doopboek als boven [dtb 36/25]:
Joannis / par. Ignatius Otte et Maria Cornelia Herrel coni. susc. Maritie Claes loco Anna de Roeper.[5]
Dinsdag 23 december is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk: een kind v. Engenasis Otto/ Otte Kruijsstr.[6] ƒ-:15:- [dtb 88/34 en 95/59].
1739
(Zaterdag 31 januari: akte over regimentsruil tussen Cornelis Roosterman capiteijn luijtenant onder het regiment van den collonel van Berghem ter eenre; ende Jacobus Houfs luijtenant onder 't regiment van den overste van Son met beschrijving uitrusting [NA 2387/150; afschr.]].)
-
datum boven akte
-
inleiding akte
-
ruiter Ignatius Ott
-
goede duytse woorden
-
merk Grietje Pieters
-
merk notaris Groen
Donderdag 5 november wordt Ignatius Otto door de weduwe Grietje Pieters genoemd in een attest op verzoek van Anna de Roeper, huijsvrouw van Aldert Landman, wijnkoper [NA 2515/329]:[7]
(...) dat al verder de requirante [Anna de Roeper] geen verkoop van eenige winkelwaren, selfs hoe gering magh doen, maar dat sulx geschiet of door hem [Aldert] Landman selfs, of hij uijtgaande, sulx door hem aanbevolen word aan de knegt genaamt Ignatius Otto, ruijter onder de compagnie van de ritmeester van Dorp,[8] [4] die dan in dien tijt van alles den ontfangst heeft, en dat sij deposante dikwils gehoort heeft, dat gemelte Landman sullende uijtgaan tegen opgemelte kneght in praesentie van de req’te heeft gesegt, ik stel u tot meester en opsighter van alles wat in de huijshouding omgaat; dat de deposante [Grietje Pieters] gehoort heeft, dat die knegt [Ignatius Ott] daarop tegens de req’te heeft gesegt, vrouw dat sijn goede duytse woorden, hoort gij die wel, waarop de requirante antwoorde, jae ik hoor ’t wel, soo sal ik u als een verklicker moeten aanmerken, en dat de knegt de req’te wederom heeft beantwoord, seggende, vrouw dat is op die manier geen leven voor u; (...)
Vrijdag 6 en woensdag 11 november gedingen op verzoek AdR [OR 4327/77]. Dinsdag 24, en donderdag 26 november: verklaringen over Aldert Lantman, vastgelegd door notaris Matthijs de Vries op verzoek van Anna de Roeper, door resp. (1) Adriaantje van der Paden (dienstmaagd 1733-1734); (2) wed. Grietje Pieters (werkster sedert 1735/36), Grietje Cornelis hv. van Barent Sivertsz (was 8 jaar dienstmaagd en werkster), Aeltje Roelofsz wed. Jan Wieraedt [NA 2516/256, 259; afschr.]. Vrijdag 27 november machtigt Anna de Roeper advocaat Cornelis Kaiser en procureur Johannes de Roodt om haar belangen te behartigen [NA 2516/261; afschr.]. Maandag 30 november verklaring tantes van Aldert Lantman, Marijtje en Antje Allars Sevenhuijs [NA 2496/152; afschr.]; tantes stellen als curatoren aan Gerrit Dijkterman, Johannes Eding en Jan Hoek [OR 4585/75-76; afschr.]; geproduceerde juridische stukken door procureur van de eiseres, Johannes de Roodt [OR 4372/180-183; afschr.]; geding [OR 4327/81]. Woensdag 2 december beschrijving boedel Aldert Lantman [NA 2387 akte 20/191; afschr.]. Vrijdag 11 december geding [OR 4327/83].
Maandag 21 december werden op verzoek van de curatoren over de persoon en goederen van Aldert Lantman, die kranksinnig is geworden, aangesteld als curator van de belangen van Anna de Roeper (is verplaatst geworden in het verbeterhuis tot Alkmaar, op hoop van verbetering van haar levens, gedrag): Cornelis de Roeper (neef, wijnkoper) en Pieter Boterboer. [OR 4585/76; afschr.].
Donderdag 24 december beschrijving boedel Anna de Roeper [NA 2387 akte 21/203].
1740
(Woensdag 4 mei: Verklaring op verzoek van kornet Wagemans in de compagnie van ritmeester Attenhoven onder het regiment van kolonel van Son over korporaal (in zelfde compagnie) Hendrik Bungers die de kornet ervan had beschuldigd zijn hond vilderagtig te hebben dood gehouwen [NA 2519/21; afschr.].)
Maandag 23 mei ... [OR 4327/106 en 108],
Dinsdag 19 juli werd benoemd tot kolonel van het cavallerie-regiment Paulus Hubert Buijs, opvolgende Adriaan van Son.
.. dag 27 juli Aldert Lantman neemt verantwoordelijk weer over van zijn zaakwaarnemers [NA 2414/].

Dinsdag 9 augustus was Ignatius Ott getuige (met Barent Klaasz) in notariële akte waarin Johannes Edingh gemachtigd wordt door Meijnsjen Hendriks Hulsingh [NA 2440/331].
1741
(Jan Andriesz, dienaar van procureur generaal Johannes van Beucker aan het hof van Friesland te Leeuwarden ondertekent als J.O. Lende en stelt zich voor als Overlende of Overlinde.)
Dinsdag 26 december is zoon Frans Otto (bijna 15 jaar oud) ingescheept op Texel als hooploper (niet vermaekt, maar met een schuld van ƒ150 aan Petrus van den Heuvel) op het VOC-schip Reijnhuisen [Rijnhuizen] met schipper Gerrit Reyndertsz Vos voor kamer Hoorn [VOC 14430 fol. 117 en VOC-site].
1742
13 april te Maastricht [nog toevoegen]
Zaterdag 26 mei was Maria Cornelia Otte assistent van de bruid bij de ondertrouw-inschrijving voor het RK huwelijk op 10 juni van Dionisius Pelgra Jm ruiter onder de Comp: van de Hr ritmeester Attenhove (onder Regiment Buijs) leggende alhier in guarnisoen ende Anna Maria Neijbolt Jd van Doreg bij Arensberg, wonende in de Baan. [dtb 36/104, 58/15 en 69/11].
Zondag 14 oktober aankomst Frans in Batavia [bron].
1743
Maandag 4 februari was Maria Cornelia Otthe getuige bij de RK doop (als boven) van Anna Maria, d.v. Dionijs. Pelraij & Anna Maria Nebolt [dtb 36/29].
1744

Dinsdag 18 februari was zoon Pieter Ott met Bente Bentesz getuige in notariële akte voor de gebroeders Hendrik en Jan Brummen [NA 2528/349].
(Vrijdag 20 november testament wijnkoper Aldert Lantman (zo ondertekent hij) [NA 2417/407].)
Eind december is zoon Frans absent bevonden op VOC-schip Hofwegen (dit schip verbleef in de Oost tussen okt. 1742 en juli 1745; volgens verklaring 4-3-1754 was hij echter laatst bekend geweest op de Casperdam, dat is: Gaasperdam) [bron 14430 als onder 1741; VOC site].
1745

Kolonel Buys liet zich in regimentsuniform schilderen, met vrouw en dochters, door A. Frese (was klaar eind april).
(In de zomer trouwt Jan Overlende en komt met bruid Janke naar Enkhuizen, waar hij zich weer Jan Andriesz laat noemen.)
(In de herfst het drama rondom Wouter Alkmaar en juffrouw Maritje op ’t Smerighorn, zuster van Cornelis Jansz Sloos, die in maart 12½ jaar getrouwd was met Cornelia, de dochter van Luitje Jansz Neledoe te Enkhuizen.)
[Zoon Pieter leerling kleermaker? Gelezen in gildeboek?]
1746
(In Enkhuizen is gedoopt op zondag 12 juni het zoontje van Jan Andriesz en Janke Hansen, genaamd Andries.)
Dinsdag 20 september was Ignatius Otto (met Volkert Nieuwkerk) getuige in notariële akte waarin VOC-garbuleurs een verklaring aflegden over gezouten vlees [NA 2442/356].
1747
(Donderdag 2 maart: Verklaring over Wessel Hoerde, kwartiermeester in de compagnie van majoor van Dorp, die een onbetamelijke relatie had met een getrouwde burgervrouw en er met haar vandoor is gegaan; Tevens gerelateerde akte van machtiging door verlaten echtgenoot Matthieu Estienne,[9] 4 maart [NA 2529/231 en 233; afschr.].)

Donderdag 6 april was Ignatius Ott (met Felijpes [Philip] Bos, ruiter in zelfde compagnie) getuige in notariële akte met huwelijkse voorwaarden van theoloog, predikant (en schrijver van boek 1751[10]) te Hendrik-Ido-Ambacht, Petrus Cazenove en Elisabeth Groenveld [NA 2420/96].
(In Enkhuizen is gedoopt op vrijdag 24 november een dochter van Jan Andriesz en Janke Hansen, genaamd Trijntje.)
1749

Woensdag 14 mei was Ignatius Ott getuige met Felijpes Bos (Philip Bosch; zie 1747) bij akte van notaris Pereboom voor Cornelis Mooij [NA 2471 akte 27/152].
Dinsdag 10 juni trouwde te Mastenbroek (bij Kampen), Johan, de oudste zoon van Aldert Lantman, met Maria Catharina Lipperus, dochter van Georgius Lipperus (gewezen ambtman van de abdisse van het Stift Essen) en Catharina Antonia Sel, beide overleden. Ondertrouwd 22 mei te Zwolle [bronnen volgen].
Vrijdag 20 juni vertrok Ignatius Otto (de jonge) als derde meester met het VOC-schip ’t Wapen van Hoorn, met schuld van ƒ150 aan Maria Otto [VOC 14445/37].
Vrijdag 18 juli betalen oudste zoon Pieter Otte en Maritje Sloos* ƒ6 trouwbelasting [dtb 108/42]. Zaterdag 19 juli waren de huwelijksafkondiging (Jm en Jd, beide te Hoorn) [dtb 69/52 en 76/52] en ondertrouwinschrijving (de bruidg: geassist: met consent van sijne vader ende bruit met Geesje van der Wal als behuwde suster) [dtb 58/69]. Getrout zondag den 3 Aug: van do Pet: Bakker proponent.
*Maritje Sloos, geboren juni 1715 te Hoorn was een kleindochter (van moederszij) van Reijnier Cornelisz Tollinga (±1643-1721) uit Friesland en Jannetje Isacks Lam (±1646-1709) uit Zeeland. Haar vader Jan Cornelisz (Kistemaker) had de oude Hoorsne familienaam Sloos aangenomen, komend van zijn vadersmoeder, Pietertje Jans Sloos (1604-1656).

Vrijdag 29 augustus testament opgesteld bij notaris Wormbout van Hogen, met als getuigen Alexander Lippits en Jacob Mullers (klasse onder ƒ2000) [NA 2522 akte 232/529].
D E Pieter Otto Meester kleermaker en sijn huijsvrouw D Eerb Maritje Sloos burgers binnen dese stadt (...) sijn ouders Ignatus Otto, en Maritje Cornelis beijde wonagtig binnen dese stadt (...)
(In Enkhuizen is gedoopt op woensdag 10 september Harmanus van Jan Andriesz en Janke Hansen, een week later echter overleden.)
Van 28 november tot 15 december was zoon Ignatius te Kaap de Goede Hoop [VOC site].
1750
Vrijdag 20 februari is begraven in de Grote Kerk (midden nr. 52) de tante van Maritje, Pieterje Sloos [dtb 83/166 en 108/177].
Zondag 22 maart kwam zoon Ignatius aan in Batavia [VOC site].
Zondag 22 maart kwam zoon Ignatius aan in Batavia [VOC site].
Woensdag 15 juli is RK gedoopt [dtb 36/35]:
Barent / par: pieter otte et maritje sloofs conj: susc: maria cornelia herrel.

Zaterdag 15 augustus was zoon Pieter Otte getuige, met Pieter Eswijler, voor Cornelis Sloos in zake erfenis van zijn in 1746 overleden vrouw Cornelia Neledoe [NA 2538 akte 27/188].
(In Enkhuizen is gedoopt op vrijdag 4 september Harmijntje van Jan Andriesz en Janke Hansen.)
Zondag 4 oktober zijn te Hoorn getrouwd Jannetje Sloos (schoonzuster van Pieter) en (toen al?) boekverkoper Johannes Brinkink[11] uit Harderwijk (ondertrouw en huwelijksafkondiging waren 12 en 19 sept.) [dtb 58/76, 69/57 en 76/57]. Woensdag 11 november werd hun testament opgesteld, waarin als erfgenamen zijn genoemd Johannes’ vader Willem, zuster Geertruij en broeder Klaas Brinkink, alsmede Jannetje’s zuster Maritje en broeders-zoontje Johannes Sloos (14) [NA 2444/222].

Zaterdag 28 november gingen te Deventer in ondertrouw (bij de schepenen) Johannes Otto (spelling handtekening; vermoedelijk een neef van Ignatius Ott), j.m. soldaat in’t regiment van Generaal Aijlua [Aylva] in de Hagenstege, en Joanna Pens (kon niet schrijven), j.d. in de Borssenstege; getrouwd 13 december [; zie ook 24-4-1752, 21-11-1753, 26-10-1764 en 19-9-1771].
Maandag 30 november vertrok zoon Ignatius met ’t Wapen van Hoorn vanuit Ceylon richting vaderland [VOC site].
1751

Zondag 24 januari was zoon Pieter Otto getuige, met Jan Langewagen bij notaris C. van Beek: het testament van Jacob Mullers (die twee jaar eerder getuige was in het testament van Pieter en Maritje) en Biateris Jans (klasse onder ƒ2000) [NA 2532/184].
“In februari 1751 verloor de Wapen van Hoorn [waarop zoon Ignatius, onderweg terug naar huis] alle masten in een storm. Enkele dagen later [27 feb.] was er ten oosten van Kaap Agulhas contact met de Overnes. Op 10 mei 1751 bereikte het schip het eiland Ascension [en is daar vermast].” [VOC site].
(Zondag 20 juni gedaagde Aldert Lantman (zo tekent hij) machtigt procureur Wormbout van Hoogen in zaak van eissers Elbert Schagen (geh. Aagje Jansz de Roeper) en Trijntje Slaij (geh. Jacob Jansz de Roeper) [NA 2539/32].)
Vrijdag 20 augustus waren bij notaris Krab [NA 2444 akte 56/384] Pieter Otte, in huwelijk hebbende Maritje Sloos en Johannes Brinkink, in huwelijk hebbende Jannetje Sloos (de dames geadsisteerd met hun man, allen te Hoorn) met getuigen Adrianus Brouwer en Theodorus Stavering. Zij

verklaarden, de goederen die sij compten met malkanderen in gemeenschap hebben beseten afgekom van haare ouders, als mede de goederen afgekomen ende door de compten geërft van haar oom Jan Bont, nuw omtrent twee jaren geleden te hebben geschift gescheijden ende verdeelt sulx ende in dier voegen, dat ieder van de comparanten daar van sijne geregtige portie ende aandeel bekomen ende ontfangen heeft [2] sonder dat er tusschen de compten iets in gemeenschap is behouden. [enz.]
Donderdag 30 september is door VOC uitbetaald uit het loon van zoon Ignatius aan [zijn moeder] Maria Otto ƒ91 [bron als onder 1749].
1752
“Op 28 januari 1752 zonk de Wapen van Hoorn bij Kaap Finisterre (noordwest Spanje); 23 opvarenden [waaronder zoon Ignatius] werden gered.” [VOC site].

Maandag 24 april was bij notaris Jacob van Beek [NA 2421/234] met zijn ouders [moeder ondertekende met kruis] en getuigen chirurgijn Pieter Broekhuijsen en bakker Jacob Mullers, Ignatius Otto de Jonge [handtekening Ingenasius otto de ijonge],
in den Jare 1749 in dienst van de Oostindische Compagnie ter alhier, met het schip ’t Wapen van Hoorn, als derde meester uijtgevaren na Oostindiën, ende met het selve schip in desen lopende Jare thuijs gekomen. Staande den Comparant nu wederom op zijn vertrek, als tweede meester, (...) met het schip Stralen (...). Zijnde den comparant (voor zo veel des noods) geadsisteert met zijn vader en moeder Ignatius Otto, ende Maritje Cornelis beijde alhier: ende verklaarde also bijde te constitueren ende volmagtigh te maken zijn broeder Petrus Otto (...) omme gedurende zijn comparants absentie, ofte uijtlandigheijt, (...) te versoeken vorderen en ontfangen alle zijne te goed hebbende en te goed krijgende gelden, (...) ende ontfangen alle zodanige maand gelden hem comparant competerende als eenige geinstitueerde erfgenaam van wijlen Ernst Hendrik Sijst, ondermeester op ’t oostindische compagnieschip ’t Wapen van Hoorn voorn:, blijkens desselfs dispositie Testamenteir, gepasseert binnen boort, voor Jacobus Greve‚ schipper op voorsh. schip ten overstaan ende ter presentie van den Bootsman Jan Evertsz en den constapel Willem Rolster als getuijgen in dato den 30 november 1751 (mij Notaris in originalie vertoond.) (...)
Ook op maandag 24 april werd te Deventer RK gedoopt Joannes Josephus Otto, z.v. Joannis Otto [mogelijk een verwante van Ignatius Otto — zie 21 november 1753] et Joanna Pens, patrino Josepho Benedict[12] [dtb 148/112].
Dinsdag 16 mei vertrek zoon Ignatius Otto vanaf Texel met VOC-schip Stralen naar Batavia (20 jaar oud, loon ƒ24 per maand) [VOC 14452/31 en VOC site].
Vrijdag 30 juni is door VOC uitbetaald aan Maria Otto ƒ59 uit loon van zoon Ignatius [bron als onder 1749].
Vrijdag 28 juli is begraven op het kerkhof van de Noorderkerk Egnatius Otto, won. op het Nieuwe Noord (impost ƒ1:10:-) [dtb 88/85 en 95/85].

familie en vriendenkring rondom Ignatius Ott aan zijn levenseinde, zomer 1752
Gaat verder met zoon Pieter Ott.
Noten
- ↑ Anna Catrina Eenen (afk. Kortrijk, Westvlaanderen) geh. rf 19-2-1730 Venlo (otr. 5-2) Johan Mourits Bughwalt (afk. Waerne) trompetter in regiment en compagnie Drimborn.
- ↑ Moet verm. zijn Richel/Righel/Rechel, echtgenote van Joseph (Walterus) (Mathias) Receveur, poker geboortig uijt Luijk [Venlo, ondertrouw 17-9-1730].
- ↑ Saartje Jans van Spanje uit Nijmegen geh. 1755 en 1778.
- ↑ Zie noot bij 24 april 1752, Deventer.
- ↑ Anna de Roeper was in 1726 gehuwd met Aldert Lantman (zie 1739).
- ↑ Anna de Roeper woonde bij trouwen (1726) in de Kruisstraat, waar haar vader Thomas (de) Roeper medisch doctor was [NA 2353; 8-2-1715]. Aldert Lantman bezat er een huis [NA2387; 2-12-1739] zie 1739.
- ↑ Zie blog Ott: gehele akte; stukken m.b.t. zelfde zaak; families Lantman en de Roeper.
- ↑ Deze compagnie was nu deel van het regiment Van Son. Ritmeester Frederik Carel van Dorp was in 1738 commandant geworden van de wat daarvóór de Lijfcompagnie van Brigadier Gijsbert Herman Hendrik Baron van Drimborn was. Ignatius was vermoedelijk ruiter in deze lijfcompagie vanaf ten laatste 1727 (doch vermoedelijk al eerder) t/m 1738. Deze compagnie zou namelijk achtereenvolgens gelegerd zijn geweest in de garnizoensplaatsen Deventer (1721-1725; zie Pieter Ott: 1754), Breda (1725-1728), Venlo (1728-1731) en Hoorn (vanaf 1730). Zie ook o.a. transcripties Breda 1726-27; [meer links toevoegen]
- ↑ Deze d’Estienne was, 4 jaar voordat hij trouwde, vader van een buitenechtelijk kind van ene Geertje, dat RK gedoopt werd op 24 oktober 1733, waarbij regimentsvrouw Adrana Receveur/Richel getuige was (zie 1731 en 1732) [dtb 36/20].
- ↑ God verheerlijkt, door deszelfs weg van gerigte en verlossinge, gehouden in deze onze dagen, met het vereenigt Nederland: Vertoond in vier kerk-redenen, hooftzakelyk uitgesproken, en nu, met verder uitbreidinge, in het licht gegeven — Dordrecht 1751, Abraham Blusse.
- ↑ Johannes Brinkink, boekverkoper (ten laatste vanaf 1782) was zoon van Willem Brinkink, boekdrukker en -verkoper te Harderwijk van 1732-1762 (zelfstandig v/a 1733) [div. afdr. Rijkmus.]; boek 1748. Hij was getuige 28-4-1757 [NA 2423/] in akte voor echtpaar Cazenove-Groenveld (zie 1747).
- ↑ Josephus Benedict en Gertrudis Akkermans lieten 26 december 1752 evenzo dopen Henricus Franciscus, getuige Henricus De Vrije [dtb 148/116]. Hendrik de Vrije en Joanna Gijsberts lieten 1 februari 1751 evenzo dopen Cornelia, patrini Anna Catharina van der Linde et Frerik Freiman [dtb 148/107]. Frerik Vrijman was ruiter onder de lijfcompagnie vande Hr brigadier Drimborn in guarnisoen te Hoorn, toen hij daar trouwde op 6 maart 1735 met Alida Tijsz (zie aldaar in deze tijdlijn). Fredrik Vrijman werd te Hoorn begraven 6 oktober 1751, als huijs zittende, won. Dijksteeg [dtb 95/120].