Jump to content

NL027.12 Zeevaart

From Oera Linda Wiki
Revision as of 06:55, 17 February 2023 by Jan (talk | contribs) ({{Versie_Own}}: add)

Ontwerp 2026 Ott

[027/12]

Overwijn 1951

[/29] Wetten voor stuurlieden. Stuurman is de erenaam van de zeelui.

1. Alle Frya’s zonen hebben gelijke rechten, daarom mogen alle flinke knapen zich voor zeeman aanmelden bij de oIderman en deze mag hen niet afwijzen, hetzij er geen plaats is.

2. De stuurlieden mogen hun eigen meesters benoemen.

3. De kooplieden moeten gekozen en benoemd worden door de volksgemeenschap, aan wie het goed toebehoort, en de stuurlieden mogen daarbij geen stem hebben.

4. Als men op reis vindt, dat de koning slecht of onbekwaam is, dan mag men een andere nemen. Komt men weer thuis, dan mag de koning zich beklagen bij de olderman.

5. Komt de vloot weer thuis, en zijn er baten, dan moeten de stuurlui (zeelui) daarvan een derde deel hebben, aldus te delen: de witkoning twaalf mansdelen, de schout-bij-nacht zeven mansdelen, de bootsmannen elk twee delen, de schippers elk drie delen, het overige scheepsvolk elk één deel, de jongste scheepsjongens elk een derde deel, de aankomende jongens elk een half deel en de oudste jongens elk een tweederde deel.

6. Zijn er enkelen verminkt, dan moet de gemeenschap zorgen voor hun onderhoud, ook moeten zij vooraanzitten bij de algemene feesten, bij huiselijke feesten, ja bij alle feesten.

7. Zijn er op de tocht omgekomen, dan moeten hun naasten hun deel erven.

8. Zijn er weduwen en wezen uit voortgekomen, dan moet de gemeenschap die onderhouden. Zijn zij in een zeestrijd gesneuveld, dan mogen hun zoons de namen van hun vaders op hun schilden voeren.

9. Zijn er lichtmatrozen verongelukt, dan moeten hun erven een geheel mansdeel hebben.

10. Was hij verloofd, dan mag zijn bruid zeven mansdelen eisen om aan haar bruidegom een steen te wijden, maar dan moet zij voortaan ereweduwe blijven haar leven lang.

11. Indien een gemeenschap een vloot uitrust, moeten de reders zorgen voor de beste leeftocht en voor vrouwen en kinderen.

12. Indien een zeeman afgeleefd en arm is en hij heeft huis noch erf, dan moet hem dat worden gegeven. Wil hij geen huis en erf, dan mogen zijn vrienden hem in huis nemen en de gemeenschap moet dat vergoeden naar zijn staat, tenzij zijn vrienden deze baten weigeren.

Ottema 1876

[/41] Wetten voor de stuurlieden. Stuurman is een titel voor de buitenvaarders.

1. Alle Fryas zonen hebben gelijke rechten, daarom mogen alle flinke knapen zich als buitenvaarders aanmelden bij den olderman, en deze mag hen niet afwijzen, ten ware dat er geen plaats is.

2. De stuurlieden mogen hun eigen meesters benoemen.

3. De kooplieden moeten gekozen en benoemd worden door de gemeente, aan wie het goed toebehoort, en de stuurlieden mogen daarbij geen stem hebben.

4. Als men op reis bevindt, dat de koning slecht of onbekwaam is, dan mogen zij een ander nemen. Komen zij weer thuis, dan mag de koning zich beklagen bij den olderman.

5. Komt de vloot weder thuis, en zijn er baten, dan moeten de zeelieden daarvan een derde deel hebben, aldus te deelen. De witkoning twaalf mansdeelen, de schout bij nacht zeven mansdeelen, de bootsmannen elk twee deelen, de schippers elk drie deelen, het overige scheepsvolk elk een deel, de jongste scheepsjongens elk een derde deel, de middelste jongens elk een halfdeel en de oudste jongens elk een tweederde deel.

6. Zijn er sommigen verlamd, dan moet de gemeene gemeente zorgen voor hun onderhoud, ook moeten zij vooraan zitten bij de algemeene feesten, bij huiselijke feesten, ja bij alle feesten. [43]

7. Zijn er op de tocht omgekomen, dan moeten hunne naasten hun deel erven.

8. Zijn daar weduwen en weezen van gekomen, dan moet de gemeene gemeente die onderhouden; zijn zij in een zeestrijd gesneuveld, dan mogen hunne zonen de namen hunner vaderen op hunne schilden voeren.

9. Zijn er ligtmatrozen verongelukt, dan moeten zijne erven een geheel mansdeel hebben.

10. Was hij verloofd, dan mag zijne bruid zeven mansdeelen eischen om aan haar bruidegom een steen te wijden, maar dan moet zij voor deze eer weduw blijven haar leven lang.

11. Bijaldien eene gemeente eene vloot uitrust, moeten de reeders zorgen voor de beste leeftocht en voor vrouwen en kinderen.

12. Indien een zeeman afgeleefd en arm is, en heeft hij huis noch erf, dan moet hem dat gegeven worden. Wil hij geen huis en erf, zoo mogen zijne vrienden hem in huis nemen en de gemeente moet dat vergoeden naar zijn staat, tenzij dat zijne vrienden dit voordeel weigeren.

Noten


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 04c Handel en Strijd