TOGHATERISNÔMA
Les ... ~ NÔMA THÉRA FRYA TOGHATERA
ieder voelt het harte sneller kloppen waar hij ziet , dat de woeste Germaan met hoogen eerbied het “heilige en profetische in de vrouw” vereerde
Eelco Verwijs, “De Namen der Vrouw bij den Germaan”, 1863.
Soortnamen
1. MAN'GÉRT-
Volgens de scheppingsmythe (FORMA SKÉDNISE), waren de eerste mensachtigen vrouwelijk; geboren uit Aarde zouden ze de moeders worden van drie oerrassen. Het woord dat naar hen verwijst in de beschrijving van hun ‘geboorte’ is MAN'GÉRTA, een samenstelling van MAN (man of mens) en GÉRTA (begeerte, verlangen). Dit woord komt in de gezamenlijke teksten in totaal 24 maal voor, in vijf verschillende vormen, verwijzend naar jonge, ongehuwde vrouwen (meisjes):
- enkelvoud: MAN'GÉRT (1x) en MAN'GÉRTE (2x)
- meervoud: MAN'GÉRTA (7x), MAN'GÉRTNE (13x) en MAN'GÉRTUM (quasi-dative: 1x, BY THA LODDERIGA FINNA MAN'GÉRTUM).
Opmerkelijk is dat dit woord niet gemakkelijk herkenbaar is terug te vinden in verwante talen, maar maagd en meid lijken er, via mageth (en varianten) van te zijn afgeleid.
Eelco Verwijs (1862) had een geheel andere verklaring:
Voor ongehuwde vrouwen is de algemeene naam maagd, die in alle Germaansche talen bekend is (Goth. magaths, Ohd. magat, OS. magath, AS. mägdh. Ons meisjen is het verkleinwoord van maagd.), doch in hare afleiding geene belangrijke resultaten voor de kennis van het volkskarakter geeft. De stam waartoe dit woord moet gebracht worden, is mag, nog over in mogen, maag, maagschap, enz., en duidt dus enkel een verwantschapsbegrip aan.
2. MEM, MÀM
De gebruikelijke