WINNA
Appearance
Cognaten
- vinna - IJslands, Zweeds, Faeröers
- vinne - Noors
- winne - Fries (winna - Oudfries)
- winnen - Nederlands
- gewinnen - Duits
- to win - Engels
- vinde - Danish
winst - Nederlands, Fries wins - Afrikaans gevinst - Noors, Deens Gewinn - Duits vinningurin - Faeröers
Gesorteerde fragmenten
Winst en winnaar
[125] TONÔMAD THENE STÉDAWINNER
[142] THESSE WINST SKIL HJARA VRLJAS WROCHTA
Raad inwinnen
[]
Grondstoffen winnen
[]
Goedkeuring of beloning winnen
[]
Kind, vriend, bondgenoot winnen
[]
Land, mensen, schepen, goederen (af-, over-, terug-) winnen
(zie ook Stedenwinnaar, boven)
[]