Jump to content

Geert A. Wumkes

From Oera Linda Wiki
Revision as of 08:54, 31 August 2025 by Jan (talk | contribs)

Geert Aeilco Wumkes (Joure 1869 - Huizum 1954, op Dbnl) was theoloog, predikant, leraar Hebreeuws (Gymnasium Sneek), bibliothecaris (Provinciale Bibliotheek van Friesland) en historicus. Hij maakte een Friese vertaling van de Bijbel en ook, onder de schuilnaam Worp Wigama, van de Oera Linda (zie onder).

Zijn zoon Dirk Aijelt Wumkes (1904-1995) publiceerde op 4-2-1939 een artikel (over?) Het geheim van het Oera Linda Bok (Kalma 604); en De tragi-comedie van het Oera-Linda-Bok in Morks Magazijn 1940 (jan.-mrt) blz 29-35, 95-100, 152-158 (Kalma 608).

Schrijver Dirk Ayelt Kooiman (1946-2018) was een kleinzoon van G.A. Wumkes.

Publicaties

Ik acht dit boek, dat alleen Friesland kon voortbrengen, uit wondere spanningen geboren van nationalisme, religiestrijd en het oude antagonisme tusschen Holland en Friesland.

  • JJK 273 Wumkes, G.A. - Een nieuw bedrijf in de Oera-Linda-komedie (over boek M. de Jong) - Leeuw. Nieuwsbl. 18-2-1927.
  • JJK 320 Wumkes, G.A. - De Burmania-sprekwirden en it O.L.B. - in: Sljucht en Rjucht 1931 blz. 57-61 en in Paden fen Fryslân I, 1932 bl. 172-178.
  • JJK 328 Wumkes, G.A. - Opmerkingen oer it O.L.B. - in: Paden fen Fryslân I, 1932 bl. 27, 172-173, 178, 184, 438-439.
  • JJK 341 Wumkes, G.A. - Opmerkingen oer it O.L.B. - in: Paden fen Fryslân II, 1934 bl. 197, 211-212, 366, 465, 483-484, 501-502 (zie ook 340, 342 en 343).
  • JJK 626 Wumkes, G.A. - Opmerkingen oer it O.L.B. - Paden fen Fryslân IV, 1943 bl. 69, 77, 575.
  • JJK 584 t/m 591 waren artikelen n.a.v. persbericht Wumkes aan alle kranten, zo ook: Thet Oera Linda Bôk; Het origineele handschrift aan Friesland geschonken - in Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad (avond), 26-10, blz. 2. Zie ook Kalma blz. 56: brief 23-10-1938 Wumkes aan dagbladredacties bij artikel.
  • JJK 630 Wumkes, G.A. - Opmerkingen oer it Oera Linda Boek; nei sawntich jier - Tinkskriften, blz 257, 277.

Worp Wigmana

Onder de schuilnaam Worp Wigmana schreef Dr Geart A. Wumkes (1869-1954) een drukklaar manuscript over Oera Linda, dat in 1949 door uitgever Osinga (Bolsward) gepubliceerd had moeten worden: “It Oera Lindaboek; in Fryske Frijheitsdream” — een Friese vertaling voorafgegaan door een inleiding van ca. 6000 woorden. Ds Ate D. Wumkes (1911-2001, de jongste zoon) schonk dit manuscript aan het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (nu Tresoar), maar het is niet te vinden in de database van Tresoar (zoals er wel meer onvindbaar is, ook als het wèl in de database staat).[1]

Volgens Freark Dam (in “Worp Wigama en it Oera Linda Boek”, It Beaken 1971 - zie onder) blijkt uit de inleiding dat Wumkes ervan uitging dat Cornelis OL maker was van het in zijn ogen ‘bijzonder waardevolle’ handschrift. Citaat uit manuscript (vertaald):

De denkbeelden van dit opmerkelijke boek, dat ik beschouw als één van de gewichtigste documenten van de hele Friese literatuur uit de 19e eeuw, heeft men nog veel te weinig onder ogen gezien. De enige die dat trachtte was prof. H. Wirth te Marburg, al gebeurde het op een dwaalweg van de prehistorie.

Anderen over Wumkes

Brieven

12-1-1927 aan M. de Jong

Het Friesch genootschap acht ik zedelijk verplicht aan uw studie ’t zegel te hechten. Het heeft het Oera Lindaboek in de wereld geholpen en is gehouden de waarheid er van te openbaren. Een bittere pil! Mej. R. Visscher, de secretaresse [van het Fries Genootschap], heeft er al buikpijn van. De eer van Verwijs gaat haar boven alles. [fragment zoals geciteerd in DGG 2004, blz 180]

28-9 en 21-10-1928 aan Cornelis Over de Linden IV

Zie Kalma Bd. blz. 56. Deze brieven zullen betrekking hebben op de overdracht van het handschrift.

weergegeven in artikel Ter Braak 28-10-1938 uit brief aan (o.a.?) redacteur NRC

Het is nu ruim zestig jaren geleden, dat J. Beckering Vinckers zijn vlugsctirift uitgaf met den hoonenden titel: „De onechtheid van het Oera Linda Boek aangetoond ult de wartaal waarin het is geschreven”, Haarlem 1876, en dat de heer C. Leemans in de Kon. Akademie van Kunsten en Wetenschappen te Amsterdam, naar aanleiding van een beroep, dat de heer J. Dirks op het Oera Linda Boek deed, smalender wijs over het „koddige maaksel” sprak, (Verslagen en Mededeelingen der Kon. Akademie van Wetenschappen, 1877, blz. 181). Daartegenover uitten mannen als C. Vosmaer en Multatuli hun groote bewondering over den inhoud van dr Ottema's publtcatie. Naar mijn overtuiging is de tijd, waarin de historische en zuiver philologische critiek oppermachtig was, voorbij, om plaats te maken voor een nieuwe visie.

Niet de vraag van echt of onecht zal voortaan de eerste zijn, maar in welken vorm de eeuwige vrijheidsmythe van het Friesche volk zich in dit stuk literatuur heeft gehuld en welke plaats daaraan toekomt in het geestelijk leven van dat volk.

Meer dan eens heb ik mijn gedachten hierover uitgesproken en ook thans wil ik niet verhelen, dat het Oera Linda Boek in mijn schatting een der merkwaardigste geschriften is, die de Friesche geest heeft gewrocht in een tijd, toen groote cultureele waarden dreigden verloren te gaan. Ik beschouw het dan ook als een gewichtig moment, dat in mijn ambtelijk leven de overdracht aan de Provinciale Bibliotheek heeft plaats gehad. Hetzelfde mag ik zeggen van den heer M. Braaksma, administrateur der Prov. Bibliotheek, die daarin een zeer werkzaam aandeel heeft gehad.

22-3-1937 aan E. Molenaar

Zooals ik U reeds meermalen verklaarde is het voor mij van minder beteekenis wie het O.L.B. heeft geschreven. Het komt voor mij aan op de innerlijke, geestelijke waarde, als een getuigenis van Westfriesche vrijheidszin in een tijd toen het Friesche volkseigen met volslagen ondergang werd bedreigd. Zoowel de moreele en letterkundige factor, als de geestelijke sfeer, die er uit spreekt, gaan mij boven de authenticiteit en de historische feiten. Wat de Max Havelaar heeft beteekend, kan het O.L.B. alsnog beteekenen voor de Friesche stam. [fragment, zie gehele brief onder Molenaar; zie ald. ook brief 12-6-1937 Molenaar aan Harinxma thoe Slooten]

Noten

  1. De hieruit volgende conclusie dat Tresoar kennelijk gevoelige documenten achterhoudt leidt tot de vraag wat er zoal nog meer achtergehouden wordt.