Geert A. Wumkes

Geert Aeilco Wumkes (Joure 1869 - Huizum 1954, op Dbnl) was theoloog, predikant, leraar Hebreeuws (Gymnasium Sneek), bibliothecaris (Provinciale Bibliotheek van Friesland) en historicus. Hij maakte een Friese vertaling van de Bijbel en ook, onder de schuilnaam Worp Wigama, van de Oera Linda (zie onder: artikel 1971, Freark Dam).
Zijn zoon Dirk Aijelt Wumkes (1904-1995) publiceerde op 4-2-1939 een artikel (over?) Het geheim van het Oera Linda Bok (Kalma 604); en De tragi-comedie van het Oera-Linda-Bok in Morks Magazijn 1940 (jan.-mrt) blz 29-35, 95-100, 152-158 (Kalma 608).
Schrijver Dirk Ayelt Kooiman (1946-2018) was een kleinzoon van G.A. Wumkes.
Publicaties
- 1923 Frijmitselderij en Oera-Linda-Boek (NL vertaling) (Kalma 241).
- 1926 deel over OL in: Bodders yn de Fryske striid, blz 508-511 (Kalma 261, eerder gepubl. in 1923: Kalma 240).
- 1927 (feb.) Een nieuw bedrijf in de Oera-Linda-komedie - in: Leeuwarder Nieuwsblad 18-2-1927 (Kalma 273) - M.b.t. boek M. de Jong.
- 1931 De Burmania-sprekwirden en it O.L.B. - in: Sljucht en Rjucht 1931 blz. 57-61 en in Paden fen Fryslân I, 1932 blz 172-178 (Kalma 320).
- 1932 Opmerkingen oer it O.L.B. - in: Paden fen Fryslân I, 1932 blz 27, 172-173, 178, 184, 438-439 (Kalma 328).
- 1934 Opmerkingen oer it O.L.B. - in: Paden fen Fryslân II, 1934 blz 197, 211-212, 366, 465, 483-484, 501-502 (Kalma 341, zie ook 340, 342 en 343).
- 1943 Opmerkingen oer it O.L.B. - in: Paden fen Fryslân IV, 1943 blz 69, 77, 575 (Kalma 626).
- 1949 Opmerkingen oer it Oera Linda Boek; nei sawntich jier - in: Tinkskriften, blz 257, 277 (Kalma 630)
Anderen over Wumkes
- 1927 (april) Bibliothecaris en onderzoeker; De quaestie De Jong - Wumkes — in: Algemeen Handelsblad 5-4-1927 (Kalma 280).
- 1927 (okt.) Het Oera-Lindaboek. (m.b.t. Fruin over geschil M. de Jong en Wumkes, op vergadering Vereniging van Archivarissen). Nieuwsblad van Friesland 4-10-1927 (Kalma S2).
- 1938 Braak, M. ter - Thet Oera Linda Bôk; Een zonderlinge verklaring van dr. G.A. Wumkes - Het Vaderland 28-10-1938 (Kalma 592).
- 1971 Dam, Freark - Worp Wigmana [pseudoniem van G.A. Wumkes] en it Oera Linda Boek. – It Baeken, 1971, jrg. 33, nr. 5/6, blz. 240-245 (Kalma S44).
Brieven
12-1-1927 aan M. de Jong
Het Friesch genootschap acht ik zedelijk verplicht aan uw studie ’t zegel te hechten. Het heeft het Oera Lindaboek in de wereld geholpen en is gehouden de waarheid er van te openbaren. Een bittere pil! Mej. R. Visscher, de secretaresse [van het Fries Genootschap], heeft er al buikpijn van. De eer van Verwijs gaat haar boven alles. [fragment zoals geciteerd in DGG 2004, blz 180]
28-9 en 21-10-1928 aan Cornelis Over de Linden IV
Zie Kalma Bd. blz. 56. Deze brieven zullen betrekking hebben op de overdracht van het handschrift.
weergegeven in artikel Ter Braak 28-10-1938 uit brief aan (o.a.?) redacteur NRC
Het is nu ruim zestig jaren geleden, dat J. Beckering Vinckers zijn vlugsctirift uitgaf met den hoonenden titel: „De onechtheid van het Oera Linda Boek aangetoond ult de wartaal waarin het is geschreven”, Haarlem 1876, en dat de heer C. Leemans in de Kon. Akademie van Kunsten en Wetenschappen te Amsterdam, naar aanleiding van een beroep, dat de heer J. Dirks op het Oera Linda Boek deed, smalender wijs over het „koddige maaksel” sprak, (Verslagen en Mededeelingen der Kon. Akademie van Wetenschappen, 1877, blz. 181). Daartegenover uitten mannen als C. Vosmaer en Multatuli hun groote bewondering over den inhoud van dr Ottema's publtcatie. Naar mijn overtuiging is de tijd, waarin de historische en zuiver philologische critiek oppermachtig was, voorbij, om plaats te maken voor een nieuwe visie.
Niet de vraag van echt of onecht zal voortaan de eerste zijn, maar in welken vorm de eeuwige vrijheidsmythe van het Friesche volk zich in dit stuk literatuur heeft gehuld en welke plaats daaraan toekomt in het geestelijk leven van dat volk.
Meer dan eens heb ik mijn gedachten hierover uitgesproken en ook thans wil ik niet verhelen, dat het Oera Linda Boek in mijn schatting een der merkwaardigste geschriften is, die de Friesche geest heeft gewrocht in een tijd, toen groote cultureele waarden dreigden verloren te gaan. Ik beschouw het dan ook als een gewichtig moment, dat in mijn ambtelijk leven de overdracht aan de Provinciale Bibliotheek heeft plaats gehad. Hetzelfde mag ik zeggen van den heer M. Braaksma, administrateur der Prov. Bibliotheek, die daarin een zeer werkzaam aandeel heeft gehad.
22-3-1937 aan E. Molenaar
Zooals ik U reeds meermalen verklaarde is het voor mij van minder beteekenis wie het O.L.B. heeft geschreven. Het komt voor mij aan op de innerlijke, geestelijke waarde, als een getuigenis van Westfriesche vrijheidszin in een tijd toen het Friesche volkseigen met volslagen ondergang werd bedreigd. Zoowel de moreele en letterkundige factor, als de geestelijke sfeer, die er uit spreekt, gaan mij boven de authenticiteit en de historische feiten. Wat de Max Havelaar heeft beteekend, kan het O.L.B. alsnog beteekenen voor de Friesche stam. [fragment, zie gehele brief onder Molenaar; zie ald. ook brief 12-6-1937 Molenaar aan Harinxma thoe Slooten]