1876-1877 Navorscher: Difference between revisions
mNo edit summary |
No edit summary |
||
| Line 9: | Line 9: | ||
==1877== | ==1877== | ||
'''JJK 134''' Blz 17; Anon., volgens JJK: J. Winkler. | '''JJK 134''' Blz 17; Anon., volgens JJK: [[Johan Winkler|J. Winkler]]. | ||
'''Het Oera-Linda-boek.''' (XXVI, 560). Binnen korten tijd zal de vraag naar den naam van den opsteller van ’t Oera-Linda-boek beantwoord worden. Twee onzer meest bekende taalgeleerden zullen dien man aanwijzen en met name noemen, en wel achtereenvolgens, eerst de eene in een afzonderlijk uitgegeven geschrift, dan de andere in een opstel dat in een der bekendste nederlandsche tijdschriften zal geplaatst worden. | '''Het Oera-Linda-boek.''' (XXVI, 560). Binnen korten tijd zal de vraag naar den naam van den opsteller van ’t Oera-Linda-boek beantwoord worden. Twee onzer meest bekende taalgeleerden zullen dien man aanwijzen en met name noemen, en wel achtereenvolgens, eerst de eene in een afzonderlijk uitgegeven geschrift, dan de andere in een opstel dat in een der bekendste nederlandsche tijdschriften zal geplaatst worden. | ||
| Line 16: | Line 16: | ||
Dus, vrager! nog een weinig geduld. | Dus, vrager! nog een weinig geduld. | ||
'''JJK 135''' Blz 17-18; P. Leendertz. | '''JJK 135''' Blz 17-18; [[Pieter Leendertz|P. Leendertz.]] | ||
'''Het Oera Linda Boek.''' Er is onlangs eene nieuwe uitgave van dit boek in het licht gekomen. Of de uitgever bij deze tweede zooveel zij zal spinnen als bij de eerste, mag men in twijfel trekken. | '''Het Oera Linda Boek.''' Er is onlangs eene nieuwe uitgave van dit boek in het licht gekomen. Of de uitgever bij deze tweede zooveel zij zal spinnen als bij de eerste, mag men in twijfel trekken. | ||
| Line 23: | Line 23: | ||
<u>P. Leendertz Wz.</u> | <u>P. Leendertz Wz.</u> | ||
'''JJK 139''' Blz 115-116; J. Winkler over ''République des Champs Elysées ou monde ancien'', door Ch. de Grave, Gent 1806 - in relatie tot OL. | '''JJK 139''' Blz 115-116; [[Johan Winkler|J. Winkler]] over ''République des Champs Elysées ou monde ancien'', door Ch. de Grave, Gent 1806 - in relatie tot OL. | ||
'''’N voorlooper van ’t Oera Linda boek.''' Met dezen naam mach wel ’n zeer zonderling geschrift bestempeld worden, dat in menich opzicht sterk aan ’t beruchte Oera Linda boek herinnert. Of liever, andersom — ’t Oera Linda boek herinnert aan ’t bedoelde werk, want dit laatste, in 1806 in ’t licht verschenen, is om ende bij ’n halve eeu ouder als ’t Oera Linda boek. De volle titel van dezen voorlooper is: <blockquote>République des Champs Elysées ou Monde ancien. — Ouvrage dans lequel on démontre principalement: que les Champs Elysées et l’ Enter des Anciens sont le nom d'une ancienne République d’hommes justes et religieux, située a l’extrémité septentrionale de la Gaule, et surtout dans les îles du BasRhin; que cet enfer a été le premier sanctuaire de l’initiation aux mystères, et qu’ Ulysse y a été initié; que la déesse Circé est l’emblême de l’Eglise élysienne; que l’Elysée est le berceau des Arts, des Sciences et de la Mythologie; que les Elysiens, nommés aussi, sous d’autres rapports, Atlantes, Hyperboréens, Cimmériens, etc., ont civilisé les anciens peuples, y compris les Egyptiens et les Grecs; que les Dieux de la Fable ne sont que les emblêmes des institutions sociales de l’Elysée; que la Voûte céleste est le tableau de ses institutions et de la philosophie des Législateurs atlantes; que l’Aigle céleste est l’emblême des Fondateurs de la Nation gauloise; que les poètes Homère et Hésiode sont originaires de la Belgique, etc.</blockquote> | '''’N voorlooper van ’t Oera Linda boek.''' Met dezen naam mach wel ’n zeer zonderling geschrift bestempeld worden, dat in menich opzicht sterk aan ’t beruchte Oera Linda boek herinnert. Of liever, andersom — ’t Oera Linda boek herinnert aan ’t bedoelde werk, want dit laatste, in 1806 in ’t licht verschenen, is om ende bij ’n halve eeu ouder als ’t Oera Linda boek. De volle titel van dezen voorlooper is: <blockquote>République des Champs Elysées ou Monde ancien. — Ouvrage dans lequel on démontre principalement: que les Champs Elysées et l’ Enter des Anciens sont le nom d'une ancienne République d’hommes justes et religieux, située a l’extrémité septentrionale de la Gaule, et surtout dans les îles du BasRhin; que cet enfer a été le premier sanctuaire de l’initiation aux mystères, et qu’ Ulysse y a été initié; que la déesse Circé est l’emblême de l’Eglise élysienne; que l’Elysée est le berceau des Arts, des Sciences et de la Mythologie; que les Elysiens, nommés aussi, sous d’autres rapports, Atlantes, Hyperboréens, Cimmériens, etc., ont civilisé les anciens peuples, y compris les Egyptiens et les Grecs; que les Dieux de la Fable ne sont que les emblêmes des institutions sociales de l’Elysée; que la Voûte céleste est le tableau de ses institutions et de la philosophie des Législateurs atlantes; que l’Aigle céleste est l’emblême des Fondateurs de la Nation gauloise; que les poètes Homère et Hésiode sont originaires de la Belgique, etc.</blockquote> | ||
Latest revision as of 15:59, 28 July 2025
Stukken m.b.t. OL in De Navorscher 1876 en 1877.
1876
JJK 77 Blz 185; Anonieme bijdrage, ondertekend met “*”.
Oera Linda Bok. (XXV, bl, 585). Ware het bestaan hebben van dit veel besproken boek vóór de ontdekking der zwitsersche paalwoningen in 1854, niet het best uit te maken door het onderzoek van bet testament, waarbij het handschrift aan den tegenwoordigen bezitter beweerd wordt gelaten te zijn? Het is waar, dat reeds in 1829 (volgens anderen al in 1820) de overblijfselen der gezegde paalwoningen zijn opgemerkt geworden (zie Le Magasin Pittoresque, 1855, p. 36, en O. Mothes, Illustrirtes Baulexikon, 1868, Bd. III, S. 86, o.h.w.) maar voor de wetenschap werden zij toch eerst wereldkundig na jan. 1854. Dat vier vrienden van den huidigen eigenaar van ’t handschrift verklaren, dat zij van ’t bestaan van dat handschrift sedert een bepaalden tijd geweten hebben, bewijst nog niet, dat zij ’t op dat tijdstip met hun oogen hebben gezien. Er moet notarieele zekerheid zijn en die behoort gegeven te worden.
(niet in JJK) Blz 560; Anonieme lezersvraag.
Oera Linda Bok. Wie is nu de auteur van het Oera Linda Bok?
1877
JJK 134 Blz 17; Anon., volgens JJK: J. Winkler.
Het Oera-Linda-boek. (XXVI, 560). Binnen korten tijd zal de vraag naar den naam van den opsteller van ’t Oera-Linda-boek beantwoord worden. Twee onzer meest bekende taalgeleerden zullen dien man aanwijzen en met name noemen, en wel achtereenvolgens, eerst de eene in een afzonderlijk uitgegeven geschrift, dan de andere in een opstel dat in een der bekendste nederlandsche tijdschriften zal geplaatst worden.
Uit volkomen vertrouwbare bron is mij medegedeeld dat de samensteller van het Oera-Linda-boek voor weinige jaren gestorven is, maar toch nog lang genoeg geleefd heeft om pleizier van zijn werk gehad te hebben.
Dus, vrager! nog een weinig geduld.
JJK 135 Blz 17-18; P. Leendertz.
Het Oera Linda Boek. Er is onlangs eene nieuwe uitgave van dit boek in het licht gekomen. Of de uitgever bij deze tweede zooveel zij zal spinnen als bij de eerste, mag men in twijfel trekken.
Het getal der goedgeloovige is gaande weg afgenomen, maar zij zijn er toch nog wel. Of het vijftal, dat, nadat mjn artikel in den Navorscher geplaatst was, mij in de Heldersche courant op de vingers tikte, er ook nog toe behoort? Ik had uit hetgeen in het boek omtrent paalwoningen voorkomt het besluit getrokken, dat het niet ouder kon zijn dan 1853, Zij verklaren vóor dat jaar van het bestaan van het boek gehoord te hebben, en maken daaruit op, dat ik nu zou moeten toegeven, dat het uit zeer ouden tijd is. Ik moet bekennen dat ik mij niet juist heb uitgedrukt en hun daardoor den strijd gemakkelijk gemaakt. lk had moeten zeggen, dat het boek, zoo als het nu is, niet ouder kan zijn dan dat jaar. Ik twijfel niet aan de waarheid der verklaring van gemelde heeren, ik wil gaarne gelooven dat de auteur er toen reeds aan bezig was en eenige gedeelten gereed had. Zelfs acht ik het wel mogelijk dat nog vroeger, op zee, waar hij zoo veel tijd had om zijne verbeelding te laten werken, het plan bij hem is opgekomen van zijnen roman over de zeetogten der Friezen en dat hij later aan den Helder dat plan heeft uitgewerkt en telkens hier en daar heeft veranderd en tusschengevoegd. Het laatste bedrijf van de klucht zal nu binnen kort gespeeld worden: ik twijfel niet, of, wanneer de beide heeren, van wie onze medewerker spreekt, het scherm opgehaald hebben, zal het publiek zien dat de auteur reeds voor 1853 aan het werk was en niet nalaten kon reeds toen zijne vrienden naar het fraaie stuk, dat hij in de wereld zenden zou, te doen watertanden; dat het echter eerst na het jaar der april-beweging, ik vermoed eerst eenige jaren daarna, geworden is zoo als het nu is; dat hij er pleizier van gehad heeft, maar niet zoo veel als hij gehoopt had, en daarom den moed niet gehad zijn Oera Linda Boek door andere antiquiteiten van dezelfde soort te laten volgen. Doch voor ditmaal genoeg: de zaak is geen geheim meer. Misschien is de vrager ook reeds op het spoor; zoo niet, dan trooste hij zich met het vooruitzigt dat onze ongenoemde medewerker hem opent en hebbe nog eene korte poos geduld.
P. Leendertz Wz.
JJK 139 Blz 115-116; J. Winkler over République des Champs Elysées ou monde ancien, door Ch. de Grave, Gent 1806 - in relatie tot OL.
’N voorlooper van ’t Oera Linda boek. Met dezen naam mach wel ’n zeer zonderling geschrift bestempeld worden, dat in menich opzicht sterk aan ’t beruchte Oera Linda boek herinnert. Of liever, andersom — ’t Oera Linda boek herinnert aan ’t bedoelde werk, want dit laatste, in 1806 in ’t licht verschenen, is om ende bij ’n halve eeu ouder als ’t Oera Linda boek. De volle titel van dezen voorlooper is:
République des Champs Elysées ou Monde ancien. — Ouvrage dans lequel on démontre principalement: que les Champs Elysées et l’ Enter des Anciens sont le nom d'une ancienne République d’hommes justes et religieux, située a l’extrémité septentrionale de la Gaule, et surtout dans les îles du BasRhin; que cet enfer a été le premier sanctuaire de l’initiation aux mystères, et qu’ Ulysse y a été initié; que la déesse Circé est l’emblême de l’Eglise élysienne; que l’Elysée est le berceau des Arts, des Sciences et de la Mythologie; que les Elysiens, nommés aussi, sous d’autres rapports, Atlantes, Hyperboréens, Cimmériens, etc., ont civilisé les anciens peuples, y compris les Egyptiens et les Grecs; que les Dieux de la Fable ne sont que les emblêmes des institutions sociales de l’Elysée; que la Voûte céleste est le tableau de ses institutions et de la philosophie des Législateurs atlantes; que l’Aigle céleste est l’emblême des Fondateurs de la Nation gauloise; que les poètes Homère et Hésiode sont originaires de la Belgique, etc.
De titel is wis ouderwetsch-omslachtig genoech, maar — men leert er dan ook den inhoud van ’t boek eenichszins uit kennen. Eenichszing ook maar, want nog oneindich veel meer hoochst zonderlinge stellingen, als d’r in den titel opgenoemd zijn, worden er in dit boek verkondigd.
De schrijver van dit dwaze werk is Karel Joseph de Grave, oud raadsheer aan ’t hof van Flaanderen, en ’t is uitgegeven te Gent hij P.F. de Goesin-Verhaeghe, in 1806, na den dood van den schrijver, door G.B. Liégeard, die erfgenaam van den schrijver was. Hij deed ’t‚ zoo als-i in z’n Avis de l’Editeur, pag. 8 zeit: om de »manes” van den schrijver te vreden te stellen.
Iedereen die dit boek leest, moet, dunkt me, terstond d’overgroote overeenkomst daarvan met ’t Oera Linda boek bespeuren. Het komt me dan ook hoochst waarschijnlik voor, dat de schrijver van ’t Oera Linda boek deze République heeft gekend, en dat-i daar door op ’t denkbeeld gekomen is, z’n boek samen te stellen. Want werkelik, beide geschriften stemmen in zeer veel opzichten zoo volkomen met elkander overeen, dat ik ’t eene niet anders beschouen kan dan als ’n navolging van ’t andere. Slechts beeft de schrijver van ’t Oera Linda boek op Friesland en op de Friesen toegepast, wat door de Grave van Flaanderen, Zeeland en Holland, en van d’oude bevolking dier landen vermeld word.
Wien ’t raadsel van ’t Oera Linda boek nog niet opgelost is, of wie nog in die zaak belang stelt, en ze nog nader uitpluizen wil, leze de Grave’s République. Men schroome die lezing niet! Want als men eerst over d’ergernis om de domheit van den schrijver heen is, levert ’t boek, naar mijn smaak althans, ’n onderhoudende lectuur op.
Haarlem. Johan Winkler.