Jump to content

NL060.12 Golen: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
No edit summary
Line 22: Line 22:


{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 09a Kelta en Minerva|back=Nl 08d Tunis en de Tyriërs}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 09a Kelta en Minerva|back=Nl 08d Tunis en de Tyriërs}}
 
<span><div class="emoji flag uk"></div> '''[[En 08e The Gola]]'''</span>
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Hk 08 Op De Bewaarburcht^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 08 Op De Bewaarburcht^}}

Revision as of 08:06, 2 June 2024

Ontwerp 2026 Ott

[060/12]

Overwijn 1951

[/61] Wat daarvan geworden is.

In de Noordelijkste hoek van de Middellandse Zee ligt een eiland bij de kust. Nu kwamen zij dat te koop vragen. Daarover werd een algemene vergadering belegd. Moeder’s raad werd ingewonnen, maar Moeder zag hen liefst ver af. Daarom meende zij, dat er geen kwaad in stak, maar toen wij later zagen, hoe verkeerd wij gedaan hadden, noemden wij dat eiland Misverkocht. Hierna zal blijken dat wij hiertoe reden hadden. De Golen, (= de kundigen) zo heetten de zendelingspriesters van Sidonia, hadden wel gezien dat het land daar schaars bevolkt was en ver van de Moeder. Om zich nu een goede schijn te geven, lieten zij zich in onze taal „aan de trouw gewijden” heten, (maar het was beter geweest, als zij zich „van de trouw afgewenden” genoemd hadden of kortweg „Trouw-wenden’ zoals onze zeelieden later gedaan hadden).

Toen zij goed en wel gezeten waren, ruilden hun kooplieden schone koperen wapens en allerlei sieraden tegen onze ijzeren wapens en huiden van wilde dieren, waarvan er in onze Zuidelijke landen veel te verkrijgen waren, Maar de Golen vierden allerhande euvele afgodische feesten en verlokten de ingezetenen met hun wulpse meisjes en de zoetheid van hun venijnige wijn. Was er iemand van ons volk, die het zo erg verbruid had, dat zijn leven in gevaar kwam, dan verleenden de Golen hem onderdak en schuilplaats, en voerden hem naar Phoinikië (dat is Palmland). Was hij daar, dan moest hij aan zijn bloedverwanten, vrienden en kennissen schrijven, dat het land zo goed was en de mensen zo gelukkig, als niemand zich kon indenken. In Brittanië waren zeer veel mannen, maar weinig vrouwen. Toen de Golen dat wisten, lieten zij overal meisjes schaken en deze gaven zij aan de Britten voor niets. Maar al deze meisjes waren hun dienaressen, die kinderen van Wr.alda stalen om ze aan hun valse afgoden te geven.

Ottema 1876

[/85] Wat daarvan geworden is.

In de noordelijkste hoek van de Middellandsche zee ligt een eiland bij de kust. Nu kwamen zij dat te koop vragen. Daarover werd eene algemeene vergadering belegd. Moeders raad werd ingewonnen, maar Moeder zag hen liefst ver af. Daarom meende zij dat er geen kwaad in stak, doch als wij achterna zagen, hoe wij verkeerd gedaan hadden, noemden wij dat eiland Mis-sellia* (miskoop, verkeerde koop). Hierachter zal blijken, hoe wij hiertoe reden hadden. De Golen,** zoo heetten de zendeling-priesters van Sydon, hadden wel gezien dat het land daar schaars bevolkt was en ver van de Moeder was. Om nu zich zelven een goeden schijn te geven, lieten zij zich zelve in onze taal aan de trouw gewijden heeten, maar dat was beter geweest, als zij zich zelve van de trouw gewenden genoemd hadden of kort weg Triuwenden, gelijk onze zeelieden later gedaan hebben.

Toen zij wel gezeten waren, ruilden hunne kooplieden schoone koperen wapenen en allerlei sieraden tegen onze ijzeren wapenen en huiden van wilde dieren, die in onze [87] zuidelijke landen in menigte te bekomen waren. Maar de Golen vierden allerhande vuile gedrochtelijke feesten, en lokten de Kadhemers door toedoen van hunne wulpsche meisjes en de zoetheid van hunne vergiftige wijn. Was er iemand van ons volk die het zoo erg verbruid had, dat zijn leven in gevaar kwam, dan verleenden de Golen hem heul en schuilplaats, en voerden hem naar Phonisia, dat is Palmland. Was hij daar gezeten, dan moest hij aan zijne bloedverwanten, vrienden en aanverwanten schrijven, dat het land zoo goed was en de menschen zoo gelukkig, als niemand zich konde verbeelden. In Brittania waren zeer vele mannen, doch weinig vrouwen, toen de Golen dat wisten, lieten zij allerwege meisjes schaken, en deze gaven zij aan de Britten om niet. Doch al deze meisjes waren hunne dienaressen, die kinderen van Wralda stalen om ze aan hunne valsche afgoden te geven.

Navigeer

Nl 08d Tunis en de Tyriërs ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 09a Kelta en Minerva


En 08e The Gola