Jump to content

NL006.12 Schepping: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
mNo edit summary
Ottema 1876: alt order
Line 46: Line 46:
__FORCETOC__
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Hk 02 Op Drie Burchten^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 02 Op Drie Burchten^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 02c Lyda}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 02c Lyda|alternative=Nl 02e Frya}}

Revision as of 08:33, 9 March 2024

Ontwerp 2026 Ott

2b. Scheppingsverhaal

[006/12] Dit is ons scheppingsverhaal.

Wralda die als enige volmaakt en eeuwig is, maakte het ontwerp. Daarna kwam de tijd die alles tot stand bracht, ook Aarde. Aarde baarde alle grassen, kruiden en bomen — alle geliefde en alle gevreesde dieren. Wat goed en mooi is bracht ze overdag voort, wat kwaad en erg is in de nacht. Na het twaalfde Joelfeest [ging Wralda's verlangen naar mensen in vervulling en] bracht Aarde drie oermodellen ter wereld:[1] Lyda werd gevormd uit gloeiende, Finda uit hete en Frya uit warme stof.

Toen ze tevoorschijn kwamen voedde Wralda hen met zijn adem, om de mens aan hem te verbinden. Zodra ze geslachtsrijp waren kregen ze dromen over vruchten en noten (of: vreugde en genot). Wralda's 'od' trad hun binnen, waarna elk twaalf zonen en twaalf dochters baarde — elke Joeltijd een tweeling. Daaruit is de mensheid ontstaan.

Noten

  1. MAN'GÉRT(-E; meervoud: -A/-NE/-UM), de door vertaler vermoede oervorm van 'maagd'/ 'meid'/ 'meisje', maar hier omwille van de context geduid als 'oermodel', betekent letterlijk 'mensbegeerte'. Als het hoogste bewustzijn de mensen begeerde te scheppen, spreekt het vanzelf dat eerst oermoeders ter wereld kwamen die vervolgens zelf kinderen konden krijgen. Alleen al hierom is dit scheppingsverhaal zinniger dan die waarin de eerste mens manlijk is. Meer letterlijk vertaald luidt de zin: "Na het twaalfde Joelfeest baarde zij drie mensbegeerten (of: meisjes)."

Overwijn 1951

[/9] Dit is onze vroegste geschiedenis.

Wr.alda, die alleen God is en eeuwig, maakte het begin. Alsdan kwam de tijd. De tijd wrochtte alle dingen, ook de aarde. De aarde baarde alle grassen, kruiden en bomen, al het liefelijke en al het boze gedierte. Alles, dat goed en liefelijk is, bracht zij bij dag voort en alles wat boos en kwaad is, bracht zij ’s nacht voort. Na het twaalfde Jolfeest baarde zij drie maagden:

Lyda gewerd uit gloeiende stof,

Finda uit hete en

Frya uit warme stof.

Toen zij te voorschijn kwamen, voedde Wr.alda haar met zijn adem, opdat de mensen aan hem gebonden zouden wezen. Zodra zij [11] volwassen waren, kregen zij vreugde en genoegen in de dromen van Wr.alda. Geneugte kwam tot haar, En nu baarden zij elk twaalf zoons en twaalf dochters, elke joltijd een paar. Daarvan zijn alle mensen gekomen.

Ottema 1876

[/13] Dit is onze vroegste geschiedenis.

Wralda, die alleen goed en eeuwig is maakte den aanvang, alsdan kwam de tijd, de tijd wrochte alle dingen, en ook de aarde, de aarde baarde alle grassen, kruiden en boomen, het liefelijk gedierte en al het booze gedierte. Alles wat goed en liefelijk is, bragt zij bij dag voort, en alles wat boos en kwaad is, bragt zij bij nacht voort. Na het twaalfde Juulfeest bragt zij voort drie maagden:

Lyda uit gloeijende stof,

Finda uit heete stof, en

Frya uit warme stof.

Toen deze te voorschijn kwamen, spijsde Wralda haar met zijnen adem, opdat de menschen aan hem zouden gebonden wezen. Zoodra zij volwassen waren, kregen zij vermaak en genoegen in de droomen van Wralda. Haat trad tot haar binnen. En nu baarden zij elk twaalf zonen en twaalf dochteren, elke juultijd een paar. Daarvan zijn alle menschen gekomen.


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 02c Lyda

Aangepaste volgorde:

[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 02e Frya